Brons ‘hoogste haalbare’ voor de ploeg van Anky

Voor zevenvoudig olympiër Anky van Grunsven was brons gisteren in de landenwedstrijd van de dressuur haar ‘slechtste’ resultaat.

De hegemonie van de Duitse dressuurequipe in de landenwedstrijd is voorbij. Na zeven olympische titels werden ze gisteren verslagen door de Britten. Nederland presteerde volgens verwachting en behaalde brons.

Dat de Britse dressuurruiters kans maakten op goud, was vorige week, na de eerste ronde al duidelijk. En na de eerste proef van Carl Hester, die drie punten meer scoorde dan de Duitse Dorothee Schneider, lagen ze op schema. Ook Laura Bechtolsheimer deed het beter dan Kristina Sprehe.

Het Britse publiek moest regelmatig worden gemaand toch rustig te blijven – de paarden zouden kunnen schrikken. Maar toen Charlotte Dujardin haar proef tot een elegant einde bracht, klonk een oorverdovend gejuich en stond zelfs Bechtolsheimer op de tribune te huilen. „Ik wilde zo graag goud hebben”, zei Dujardin later. Met 83,286 punten was ze de beste van de dag.

De Duitse ploeg, met drie amazones voor wie het de eerste Spelen zijn, had de druk van de winst uit het verleden gevoeld. Helen Langehanenberg had geprobeerd er niet te veel aan te denken: „We hebben tot de laatste seconden gestreden. Iedereen denkt misschien dat we teleurgesteld zijn, maar dat is niet zo.”

De derde plaats voor Nederland was, gezien de concurrentie, het hoogst haalbare, zei bondscoach Sjef Janssen. Vooraf waren de Denen de meest geduchte concurrenten. Maar zij bleven – behalve Natalie Zu Sayn Wittgenstein, het nichtje van de Deense koningin – onder de Nederlandse scores. Janssen was tevreden. Het brons was er „één met een goud randje”.

Voor zevenvoudig olympiër Anky van Grunsven was brons haar ‘slechtste’ resultaat: alle andere medailles die ze won, waren goud en zilver. Het halt houden aan het begin van de proef ging slecht, zei ze. „Daarna gingen we een beetje slingeren. Dat was niet mooi, maar toen vloeide het verder. Ik was er blij mee.” Ze haalde met Salinero 74,794 punten.

Van Grunsven is „supertrots” op Salinero, met achttien jaar het oudste paard in de wedstrijd. „Hij vindt het toch nog allemaal leuk.” Het „gekloot” van vorige week tijdens de eerste ronde kwam vooral doordat echtgenoot en bondscoach Sjef Janssen, die in het najaar werd geopereerd aan een goedaardige hersentumor, ziek was geworden. Met Sjef gaat het inmiddels veel beter en Van Grunsven heeft het gevoel de juiste vorm te hebben gevonden om ook morgen goed te presteren. Dan vindt de individuele kür plaats. De achttien beste ruiters van gisteren hebben zich daarvoor geplaatst.

Ook Edward Gal heeft met Undercover een goed gevoel over morgen. Hij haalde 75,556 punten, maar „het kan nóg beter”. „Je voelt dat hij ervoor wil gaan en geen fouten wil maken.” Gal en Undercover zijn pas sinds april een combinatie nadat toppaard Totilas, waarmee Gal alle prijzen won behalve een olympische, werd verkocht aan een Duitse stal. „Daar houd ik me niet meer mee bezig, het gaat nu om Undercover”, zei Gal een paar keer stellig.

Totilas’ nieuwe ruiter Matthias Rath heeft de ziekte van Pfeiffer en was daarom niet in Londen. Deelname aan de Spelen was een gok voor Gal. Hij had nergens op gerekend. „Maar ik heb niet het gevoel dat hij hiervoor te groen is.”

Adelinde Cornelissen reed met Parzival het beste van alle Nederlanders en behaalde een score van 81.968. „Dit smaakt naar meer”, zei ze na afloop stralend.

Cornelissen is wereldkampioen, maar er moet wel een tandje bij morgen bij de individuele kür om in de olympische prijzen te vallen. Er kan wel wat meer worden uitgesleept, erkende ze. Over de concurrentie met de Britten morgen zei Cornelissen alleen: „Laat ze vanavond maar een feestje vieren.” Gal: „En morgen ook nog.”