'Wilders agendeerde een belangrijk thema'

Sommige stromingen van de islam staan haaks op de Nederlandse vrijheden. Daar moeten we ons beter van bewust zijn, zegt aanstaand Kamerlid Gert-Jan Segers.

Gert-Jan Segers werkte in Kairo zeven jaar voor een christelijk studiecentrum. Hij kende een moslim die zich bekeerd had tot het christendom, die elke dag vreesde dat hij de avond niet zou halen. Hij sprak kopten, christelijke Egyptenaren, die het onbegrijpelijk vonden dat Nederland zoveel moslims heeft binnengelaten, en die „ergere dingen zeiden dan Geert Wilders”.

Segers wil voor de ChristenUnie de Tweede Kamer in. Hij vreest dat het politieke debat in Nederland over de islam stilvalt. „Wilders heeft de islam grotendeels losgelaten. Zijn speeltje is nu Griekenland en de euro. Daarmee is de islam opeens ook geen verkiezingsissue meer.”

En dat vindt Segers onverstandig. Zijn partij verdedigt graag de vrijheid van moslims, ook tegen inbreuken van een „seculiere meerderheid” zoals bijvoorbeeld het verbod op ritueel slachten of besnijdenis. Maar die vrijheid kan niet onbegrensd zijn. „Stromingen binnen de islam zijn wel degelijk een risico voor de Nederlandse maatschappij.”

Is uw beeld van de islam niet vertekend door uw verblijf in Egypte?

„Ik ben daar minder naïef geworden. De Egyptische overheid treedt in de relatie tussen een individu en God. En dat is desastreus. Als godsdienstvrijheid verdwijnt, verdwijnen ook andere vrijheden. De academische vrijheid om alles te onderzoeken, de politieke vrijheid om je eigen keuzes te maken, de persvrijheid om te schrijven wat je wilt.”

Mensen zullen zeggen dat u Wilders in de kaart speelt.

„Ik ga niet zwijgen uit angst om bij Wilders te worden ingedeeld. Hij agendeert een belangrijk thema, net als Bolkestein en Paul Scheffer voor hem, maar spitst het dan toe op een koranverbod of een hoofddoekverbod, waarvan iedereen de onzinnigheid inziet. Het is nauwelijks serieus. Wilders heeft belletje getrokken en is weggerend. Het tragische is dat zijn tegenstanders aan de andere kant van de boot gaan hangen. Ze zeggen: islam is een verrijking, het valt allemaal wel mee. Er wordt een mooi Koranvers geciteerd en klaar is Kees. Het is geen serieus probleem.”

En dat klopt niet?

„Nee. Er zijn stromingen binnen de Nederlandse islam die haaks staan op de fundamentele vrijheden van de democratische rechtstaat, zoals godsdienstvrijheid.”

Radicale groepen heb je overal.

„Maar binnen de islam hebben ze een substantiële omvang en ligt hun ideologie vrij dicht bij de mainstream. Dat heeft zijn weerslag in Nederland. Een christelijke organisatie deed onderzoek bij vrijwilligers bij asielzoekerscentra, met de vraag of ze gevallen van bedreiging en geweld kenden van moslims tegen christenen. Bij driekwart van de centra was daar sprake van. De islamitische studentengroep aan de VU nodigde onlangs de Engelse imam Al Haddad uit. Deze man vindt dat een afvallige onder bepaalde omstandigheden gedood moet worden.”

U denkt toch niet serieus dat een meerderheid van de Nederlandse moslims er zo over denkt?

„Nee. Ik wil ook niet generaliseren, er zijn vrijheidslievende moslims die pal voor godsdienstvrijheid staan.”

Wat is dan de relevantie van uw voorbeeld?

„Je ziet dat bij de jongere generatie het religieuze bewustzijn toeneemt. Deze studenten wilden graag in de leer bij deze man. Het salafisme is een vitale stroming, niet een die langzaam naar de marge verdwijnt. En die Nederlandse islamitische gemeenschap staat in contact met 1,3 miljard moslims wereldwijd waar je diezelfde ontwikkeling ziet.”

Nu generaliseert u toch.

„Nee, ik zeg dat die gewelddadige theologie, onder die 1,3 miljard moslims, aan kracht wint. Iemand als Rasit Bal, hoofd van de imamopleiding van InHolland, heb ik leren kennen als zo’n vrijheidslievende moslim, die wantrouw ik op geen enkele manier. Maar ik kom ook moslims tegen die zeggen dat ze blij zijn dat ze hier gebruik kunnen maken van onze godsdienstvrijheid maar dat zij die vrijheid zullen inperken, als zij het voor het zeggen krijgen.”

Hoe groot is die kans?

„Het is niet heel waarschijnlijk. Maar ik vind het wel problematisch dat er een groep jonge, hoogopgeleide en goed geïntegreerde moslims is die zulke dingen zegt.”

Je kan dat ook democratie noemen.

„Nee. Het wezen van de democratische rechtstaat is in vrede leven met heel diepgaande meningsverschillen. Niet gebruikmaken van je vrijheid om die van een ander in te perken.”

Wat wilt u aan het door u gesignaleerde probleem doen?

„We moeten dat debat voeren, met moslims zelf.”

Waarom moslims niet gewoon hun gang laten gaan, zolang ze zich aan de wet houden?

„Gedachten leiden tot daden. Je kunt niet zeggen dat een theologie niet relevant is.”

Maar een overheid moet toch niet in de theologie ingrijpen?

„Nee, een overheid kan uiteindelijk alleen daden bestraffen. Maar in het politieke debat mag je het hebben over waarden en denkbeelden.”

Heeft u praktischer ideeën dan debat?

„Je moet er in je buitenlandse betrekkingen rekening mee houden. Landen die stelselmatig minderheden onderdrukken, zou je geen geld meer moeten geven. Je moet kijken naar de financiële relaties tussen onvrije landen en religieuze instellingen hier. Naar de vrijheid van onderwijs.”

Moet de vrijheid om bepaalde islamitische stromingen te doceren beperkt worden?

„Wij staan pal voor die vrijheid, maar hij is niet onbegrensd. Het is geen vrijbrief om alles maar te doceren. De inspectie zal af en toe over de schouder van de docent moeten meekijken. Als op de godsdienstles wordt geleerd dat je homo’s of afvalligen mag stenigen, dan heb je een probleem.”

En als je leert dat homo’s zondaars zijn en in de hel zullen branden?

„Dat behoort tot de onderwijsvrijheid.”

Ik vraag het omdat sommige orthodoxe christenen ook moeite hebben met homoseksualiteit.

„Die moeite is er inderdaad, maar de openheid groeit op dit punt. In een rechtsstaat moet veel vrijheid zijn voor veel meningsverschillen, maar de grens ligt bij aanmoediging en verheerlijking van geweld.”