Waakvlamcampagnes in afwachting van stevige Haagse verkiezingsstrijd

Eén maand voor de verkiezingen staan de partijen in de slaapstand. Met het halve land op vakantie geven ze alleen voorzetjes.

Nog 36 dagen tot het politieke krachtenveld in Nederland voor de vijfde keer in tien jaar wordt opgeschud. Maar hoe ingrijpend de verkiezingsuitslag van 12 september ook kan worden, de politieke partijen houden zich op de vlakte. Na weken van kalmte kwamen pas de afgelopen dagen de eerste voorzetjes.

PvdA-voorzitter Hans Spekman noemde in deze krant de VVD „slecht voor de economie en tegen het asociale aan”. CDA-leider Sybrand van Haersma concludeerde in de Leeuwarder Courant dat zijn partij „voor het eerst moet vechten voor elke stem”. SP-leider Emile Roemer zei gisteren in Nieuwsuur dat hij niet wil meewerken aan een eventuele gedoogconstructie: „Dat ga ik niet doen. Of je doet mee, of je doet niet mee.” PVV-leider Geert Wilders zei juist dat hij gedogen niet uitsluit. En Mariëtte Hamer, ooit PvdA-fractievoorzitter, nu nummer zes op de lijst, zegt vandaag in de Volkskrant dat haar partij „de grootste kan worden”.

Stuk voor stuk opmerkingen die prima in een campagne passen, maar vrij consequentieloos zijn. Makkelijk te zeggen, de moeite van het weerspreken niet altijd waard. Dit type abstracte uitlatingen laat dan ook vooral zien in welk stadium de campagnes zich bevinden: nog niemand steekt zijn nek uit, nog geen enkele politicus gaat in de aanval. Alle kans dus om te scoren voor degene die het offensief aandurft.

De SP kan bevraagd worden over hoe extreem de meest linkse partij van het land echt is.

De VVD kan aangesproken worden op het gegeven dat het kabinet al na anderhalf jaar viel.

De PvdA kan worden neergezet als een partij die het contact met de eigen achterban kwijt is.

De PVV kan gevraagd worden waarom de aandacht is verschoven van islam naar Europa.

En het CDA heeft een leider die nog maar weinigen echt kennen.

Wie nu terugkomt van vakantie, kan dagenlang het nieuws beheersen. Maar de partijen voeren vooral waakvlamcampagnes. De SGP-jongeren gaan morgen naar Genemuiden „om jou enthousiast te maken voor de SGP”. Locaties zijn volgens de eigen website „onbekend”. Bij de VVD heeft Jeanine Hennis de komende weken zeventien bijeenkomsten in zaaltjes in het land gepland, maar andere kandidaat-Kamerleden zijn nauwelijks zichtbaar. Op de agenda van het CDA staan pas vandaag over een week de eerste evenementen gepland.

Van Haersma Buma doet dan op de Utrechtse introductiedagen voor studenten mee aan een lijsttrekkersdebat. Wie zijn debatgenoten zouden zijn, weet de partij niet.

Dit is de verklaring van de partijen voor hun eigen relatieve stilte: Nederland is met vakantie. Nu al de barricaden opgaan, campagneleiders vinden het verspilde moeite. Maar kijk rond op een willekeurige Franse camping en zie hoe betrokken draadloos internet vakantiegangers heeft gemaakt. Als elke stem telt, zouden die hoogtepunten van het nieuws dus ook over de verkiezingen kunnen gaan – nu al.

Ondertussen hebben radio en tv, die voornamelijk het discours over verkiezingscampagnes bepalen, het over de vermeende tweekamp tussen VVD’er Mark Rutte en SP’er Emile Roemer. Een van hen wordt premier, is het idee. De rest is minder belangrijk. Maar de peilingen verschillen fors en los daarvan, ze kunnen er flink naast zitten.

Maar het idee dat een tweestrijd allesbepalend is voor de politieke toekomst van het land gaat voorbij aan de macht van de middenpartijen. Welke partij straks ook de premier mag leveren, niemand wordt groot genoeg om alleen te regeren. Middenpartijen zullen nodig zijn om een coalitie te vormen– ziedaar het voordeel van CDA, D66, en PvdA.

Maar de partijen in het midden moeten alleen wel wat „meer van zich afbijten”, zei CDA-leider Sybrand Van Haersma Buma begin deze zomer. Ze moeten van zich laten horen. Met vijf weken te gaan tot de verkiezingen geldt dat voor alle partijen.