Schalieavontuur brengt BHP gezichtsverlies

Marius Kloppers trekt terecht zijn conclusies. De topman van BHP Billiton ziet af van zijn bonus over 2012 nu het mijnbouwconcern 2,8 miljard dollar heeft moeten afschrijven op zijn Amerikaanse schaliegasvoorraden. De voorziening lijkt klein vergeleken met de marktwaarde van BHP van 170 miljard dollar en komt niet onverwacht. Ware het niet dat BHP nog maar achttien maanden geleden bijna 5 miljard dollar heeft betaald voor deze bezittingen. Dat is beschamend voor een bedrijf dat bekend staat als slimme onderneming.

De overname door BHP, begin vorig jaar, van 1971 vierkante kilometer aan schaliereserves in Fayetteville die in het bezit waren van Chesapeake Energy, gold als een doorbraak. BHP is één van de weinige grote mijnbouwbedrijven met een aanzienlijke aardoliedivisie. Het leek strategisch verstandig om voet aan de grond te krijgen in de Amerikaanse schalierevolutie.

Maar het prijskaartje van 4,75 miljard dollar leek van meet af aan veel te hoog. Toen al was al duidelijk dat de toenemende productie van olie en gas uit schaliegesteente zou leiden tot een gasoverschot. Dit zou de winstgevendheid ondergraven van bronnen die voornamelijk gas produceren. Destijds stonden de Amerikaanse gasprijzen op ongeveer 4,50 dollar per miljoen British Thermal Units (mbtu, een eenheid van energie die wordt gebruikt in de Verenigde Staten), een kwart lager dan de recordprijzen van 2010. Eerder dit jaar kelderden ze naar minder dan 2 dollar per mbtu. Zelfs de huidige prijs van ongeveer 3 dollar per mbtu is nog steeds verliesgevend.

De afschrijving door BHP van de Chesapeake-bezittingen duidt erop dat het concern niet verwacht dat de markt snel zal verbeteren. Net als andere gasboorbedrijven richt het zijn aandacht nu op de reserves die ook rijk zijn aan schalieolie, zoals de voorraden die in juli vorig jaar voor 12 miljard dollar werden verkregen door de overname van het Amerikaanse boorbedrijf Petrohawk.

BHP is niet het enige bedrijf dat moet bloeden omdat het teveel heeft betaald voor schaliereserves. Shell, BG en Encana Energy hebben in het tweede kwartaal allemaal voorzieningen moeten treffen. De koersstijging met 1,9 procent van de aan de Londense beurs genoteerde aandelen van BHP na de bekendmaking duidt erop dat beleggers al hadden verwacht dat Kloppers de knoop door zou hakken.

De timing is niet ideaal. De stijgende kosten en de afnemende vraag betekenen dat bedrijven als BHP moeite hebben om geld te verdienen of uit te leggen waarom groeiprojecten van miljarden dollars nog steeds aantrekkelijk zijn. In januari schatte Deutsche Bank dat BHP ongeveer 50 miljard dollar zou moeten uitgeven om de productie van schalieolie en -gas aan het einde van dit decennium te kunnen verviervoudigen. De afschrijvingen zullen het voor Kloppers lastiger maken deze investeringen te rechtvaardigen.

Kevin Allison

Vertaling Menno Grootveld