Politici laten zich leiden door media, maar wat doet burger?

Filosoof, schrijver en tv-maker Stine Jensen schrijft elke dinsdag over media, populaire cultuur en hypes.

Het regent. Mona Keijzer draagt een fleurige regenjas en houdt een rode paraplu met witte bolletjes in de lucht. Van het bij deze foto horende interview in de Volkskrant van een week geleden is mij niet veel bijgebleven behalve de flarden ‘ik ben een optimist’ en ‘First Lady’.

Van alle campagnefoto’s en filmpjes die ik de afgelopen weken voorbij heb zien komen vond ik de Mona-foto de beste. Bij Mona Keijzer kun je schuilen in tijden van crisis. Terwijl veel andere politici krampachtig het persoonlijke probeerden in te zetten om als een prettig, betrouwbaar en echt mens over te komen – Diederik Samsom met zijn zieke dochter, Emile Roemer achter het fornuis en Sybrand van Haersma Buma die de tafel dekt – oogde Mona Keijzer soeverein. Ver verheven boven de gelikte politieke uitbuiting van intiem kapitaal – kijk al die mannen ineens het huishouden doen! –, daar staat Mona. Haar vijf kinderen zijn wat haar betreft geen item.

Universitair hoofddocent politieke communicatie Rens Vliegenthart beschrijft in zijn zojuist verschenen boek U kletst uit uw nek. Over de relatie tussen politiek, media en de kiezer een belangrijke verandering in campagneland. Het is allang niet meer zo dat de politiek de media beïnvloedt via spindoctors en voorlichters, maar eerder zo dat de media de luis in de pels zijn geworden en politici voortdurend brutaal testen.

De media bepalen de agenda in de Tweede Kamer (sterkste voorbeeld van Vliegenthart: Fleur Agema scant de koppen uit de weekendkranten en bedenkt een paar Kamervragen). De media laten zich bij politieke berichtgeving vooral leiden door het entertainmentgehalte: ze richten zich op schandaaltjes, conflicten, meningsverschillen en opiniepeilingen. In de medialogica wordt de verkiezingsstrijd een horse race tussen twee partijen (Roemer of Rutte?) en de vraag wie wint en verliest domineert – niet wie nu echt de beste oplossingen heeft voor de eurocrisis. Dat is niet alleen maar de schuld van de media. Politici zijn volgens Vliegenthart medeverantwoordelijk: zij draven op in de meest onbenullige quizjes en spelletjes op tv die niets met politiek te maken hebben.

Als het gaat om de schuldvraag, speelt de mediaconsument/kiezer/burger in het betoog van Vliegenthart een volkomen passieve rol. De kiezer werd eerst dolgespind, en tegenwoordig geframed en geprimed.

Deze karikatuur van de onschuldige burger als passieve mediaconsument is vreemd – aangezien zowel de media als de politici hun kunstje toch voor iemand doen: voor ons. In tijden waarin populisme hoogtij viert – althans, als je de media en politici (en wetenschappers als Vliegenthart) mag geloven – is het interessant dat ‘het volk’ helemaal geen enkele verantwoordelijkheid krijgt toebedeeld in de discussie over media en politiek.

Een volk krijgt de media en de politici die het verdient. En wat wil ‘de kiezer’? Bij Mona Keijzer schuilen onder haar mooie rode paraplu? Ik haal het interview er nog eens bij. En lees dan Keijzers antwoord op de vraag of ze weer met de PVV zou samenwerken. „Kijk het is anderhalf jaar goed gegaan met Wilders. Een man, een man, een woord, een woord. Tot het Cathuisverhaal. Als het spannend wordt en als Nederland hem nodig heeft, dan is hij er niet. Wij willen wat met Nederland.” Wat een dubbelhartigheid, wat een vaagheid. De mediawijze consument weet niet of Mona Geert wel of niet aan haar beschermende boezem wil drukken. Mona, je kletst uit je nek.