Op vakantie? Nee, blokken!

Hoe meer zomerscholen, hoe beter, vindt de minister. Vooral allochtone kinderen moeten bijgespijkerd worden.

Redacteur Onderwijs

Delft. Hij heeft zich niet zelf aangemeld. „Dat hebben mijn ouders gedaan.” Toch zegt Onür Açikle (11) „heel blij” te zijn. Ook al zit hij de helft van zijn zomervakantie op school, terwijl zijn vriendjes in Delft onbezorgd op straat spelen. Maar Onür geniet, en daarmee ook zijn Turks-Nederlandse ouders. „Zij verwachten heel veel van mij.”

Dat doet ook minister Marja van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA), die vandaag een bezoek brengt aan Onürs tijdelijke schoolomgeving, het Grotius College in Delft. Haar departement stelde de 37 gemeenten met de grootste onderwijsachterstanden in maart extra geld in het vooruitzicht. Onder meer voor de oprichting van zomerscholen*. Het gaat in 2013 om een bedrag van 95 miljoen euro, dat bovenop het bestaande budget (261 miljoen euro) voor alle ‘onderwijsachterstandsgemeenten’.

In Delft wordt het geld goed besteed, constateert Van Bijsterveldt na een korte kennismaking. „Heel veel vrolijke gezichten van kinderen die hun vrije tijd nuttig besteden”, zegt ze na afloop. Kinderen die straks, als het nieuwe schooljaar weer begint, „sterker aan de start zullen staan dankzij dit extra duwtje in de rug”.

Zo ziet de minister het graag. Sterker: hoe meer zomerscholen, hoe beter, stelt Van Bijsterveldt. „Als we de onderwijsachterstanden weg willen werken, dan moet de zomerschool een vast onderdeel van het Nederlandse onderwijs worden.” Ze moedigt gemeenten aan het aantal zomerscholen volgend jaar fors uit te breiden, van 30 naar 131.

Op de vmbo-school in Delft werken deze zomer 75 kinderen drie weken lang aan hun taal- en rekenvaardigheid, verspreid over zes groepen en evenzoveel leraren. Ze variëren in leeftijd, van tien tot veertien jaar, en zijn afkomstig van elf basisscholen en één vmbo-school. „Minder schools, meer persoonlijke aandacht, dat spreekt kinderen aan”, zegt directeur Iris Heijdelberg van Omnibus, één van de deelnemende scholen.

Wat ook tot de verbeelding spreekt, is het middagprogramma. Projectleider Josée Spaas spreekt van een succesformule: ’s ochtends taal en rekenen, ’s middags de creatieve vakken plus de mogelijkheid om – gratis – een zwemdiploma te halen. „Om ze te motiveren, moet je ze ook de leuke dingen in het vooruitzicht stellen. Alleen maar leren werkt niet.”

Delft was twaalf jaar geleden een van de eerste steden in Nederland die besloot om kinderen tijdens de zomervakantie extra lessen aan te bieden. Directe aanleiding: de ama’s (alleenstaande minderjarige asielzoekers) in het nabijgelegen asielzoekerscentrum in De Lier, die wel wat bijscholing konden gebruiken. Maar ook na de sluiting van het opvangcentrum, in 2003, bleek de behoefte aan ondersteunend onderwijs groot.

Vooral onder allochtone kinderen, van wie de ouders thuis amper of slecht Nederlands spreken, zegt Heijdelberg. „Zomerschool is beter dan zes weken met je ouders terug naar het land van herkomst zonder ook maar één woord Nederlands te praten.” Haar school telt relatief veel allochtone leerlingen. „De kennis zakt in zes weken heel ver weg, waardoor je in het nieuwe schooljaar vrijwel weer op nul begint.”

Of het tegenovergestelde ook waar is, wordt nu onderzocht: Van Bijsterveldt hoopt dat het onderzoek naar „de effecten van de verlengde leertijd” over drie jaar afgerond is. „Maar mijn gevoel zegt dat we op het juiste spoor zitten.”