Ombudsman: opsluiting vreemdelingen inhumaan

Het opsluiten van vreemdelingen die niet in Nederland mogen blijven, is niet humaan. Dat schrijft de Nationale ombudsman Alex Brenninkmeijer in een rapport. Hij vindt dat er snel alternatieven moeten komen.

Als vreemdelingen niet in aanmerkingen komen voor een verblijfsvergunning, moeten ze terug naar hun land van herkomst. Soms is dat onmogelijk doordat dat land hen niet terug wil nemen. Soms werken uitgeprocedeerde asielzoekers zelf niet mee aan terugkeer. In beide gevallen kunnen ze in de gevangenis terechtkomen (vreemdelingenbewaring).

Jaarlijks houdt Nederland ongeveer 6.000 mensen in vreemdelingenbewaring. Het regime is daar strenger dan in een gewone gevangenis. Twee mensen zitten er zestien uur per dag opgesloten in een ruimte van ongeveer twee bij vijf meter. Soms zijn de cellen iets groter en worden ze gedeeld met meer mensen. De vreemdelingen mogen twee uur per week bezoek ontvangen. Ze mogen niet werken. Ze worden af en toe gelucht. Ze weten niet hoe lang de detentie gaat duren: de termijn kan oplopen tot achttien maanden.

De overheid mag vreemdelingen vastzetten om hen uit te kunnen zetten, erkent ombudsman Brenninkmeijer. Maar hij vindt het onbehoorlijk dat vreemdelingen „langdurig onder zeer beperkende omstandigheden van hun vrijheid beroofd worden”.

Minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) beaamt in een schriftelijke reactie dat vreemdelingendetentie alleen een uiterst middel mag zijn om vreemdelingen uit te zetten, als zij niet vrijwillig vertrekken. Hij wijst erop dat vreemdelingen detentie kunnen voorkomen. „Wie gewoon meewerkt aan vertrek, hoeft niet in detentie terecht te komen.”

Er wordt geëxperimenteerd met alternatieve maatregelen, zoals een meldplicht en het betalen van een borgsom. Brenninkmeijer vindt die initiatieven veelbelovend, maar ze worden volgens hem te traag ingevoerd. Hij wil dat vreemdelingen meer bewegingsvrijheid, een zinvolle dagbesteding, goede medische voorzieningen, telefoon en toegang tot internet krijgen.