Nieuw: de eekhoorn

De worstelaar Ellis Coleman hoopt in de groep van sportrevolutionairs terecht te komen. Hij bedacht de worp The Flying Squirrel.

Redacteur Olympische Spelen

Londen. Antonin Panenka schonk het voetbal de gestifte strafschop, hoogspringer Dick Fosbury bedacht de ruggelings uitvoerde ‘flop’ en Natalia Joertsjenko is de naamgeefster van een belangrijke sprong in het turnen. De Grieks-Romeinse worstelaar Ellis Coleman hoopt ook in het rijtje sportrevolutionairs terecht te komen, met The Flying Squirrel – de vliegende eekhoorn.

De Amerikaan Coleman (20) werd vorige zomer een internethit, nadat hij zijn manoeuvre had getoond bij de WK voor junioren in Boekarest. Te zien is hoe hij het hoofd van zijn volledig verraste tegenstander naar beneden trekt, met een salto over hem heen springt en hem in de vlucht bij zijn middel grijpt en achterover naar de grond trekt. Het filmpje is intussen ruim 4,5 miljoen keer bekeken.

De onervaren Coleman was vorige week in Londen de meest bevraagde man bij de voorstelronde van de Grieks-Romeinse worstelaars in het vedergewicht (-60 kilogram). Lachend nodigde hij een nieuwsgierige verslaggever uit achter zijn tafel vandaan te komen en met hem een demonstratie te geven van de beweging die hij als kind spelenderwijs heeft bedacht met zijn broer Lillashawn, die ook in Londen was.

„De eerste keer dat ik het in een wedstrijd deed, kwam het gewoon in mijn hoofd op”, vertelde Coleman, opgegroeid in het ruige Oak Park, in Chicago. Moeder Yolanda voedde hem strikt op, zijn vader zat gevangen wegens drugshandel. Nu woont hij in Colorado Springs, waar hij traint, met de tamme eekhoorn Rocky als huisgenoot. „De reacties zijn vanaf het begin crazy. Via Facebook zoeken allemaal mensen contact met me omdat ze over de vliegende eekhoorn willen praten.”

Het is het sprongelement dat zo vernieuwend is voor het Grieks-Romeins worstelen, dat al vanaf de eerste moderne Olympische Spelen in 1896 op het programma staat. Doel van de krachtsport is de tegenstander op de rug te krijgen, net als in het judo. Anders dan bij de vrije stijl, ook een olympische discipline, zijn alleen grepen van het hoofd tot de heupen toegestaan.

De bekendste beoefenaar die de klassieke sport verrijkte, is Aleksandr Karelin, met drie olympische titels de beste Grieks-Romeinse worstelaar ooit. Zijn handelsmerk was de ‘Karelin Lift’, waarbij hij een op de buik gedraaide tegenstander omhooghees en ruggelings weer neersmeet.

Coleman vertelde vorige week dat hij met de juiste uitvoering van zijn techniek ook zijn tegenstanders kansloos laat. Kenners van het worstelen sluiten dat niet uit. „Als ik hoog genoeg spring, zal niemand het kunnen stoppen. Ik heb het nu twaalf keer gedaan en het is elke keer gelukt. De laagste score die ik ervoor kan krijgen, is drie punten [scheidsrechters geven bij een score tussen de één en vijf punten], maar het is ook riskant. Ik zal het alleen doen als ik achtersta en het echt nodig is.”

De jongste worstelaar in de Amerikaanse ploeg genoot van de olympische aandacht. Hij legde een lucratieve aanbieding uit het professionele circuit naast zich neer, omdat hij absoluut naar de Zomerspelen wilde. Hij kondigde zelfs aan dat hij een nieuwe manoeuvre zou introduceren, bedacht door zijn broer. „Het is een draaiende beweging, nog riskanter dan de vliegende eekhoorn.”

Maar wat iedereen gisteren in de ExCel Arena met eigen ogen wilde zien, gebeurde niet. De Bulgaar Ivo Angelov bleek te sterk in de kwalificatie. Coleman bewaarde zijn vliegende eekhoorn bij zijn olympische debuut voor het laatst, maar zag de manoeuvre smoren op het lenige lichaam van Angelov, vorig jaar nog derde bij de WK. Even na de wanhoopspoging stak de scheidsrechter de hand van de Bulgaar in de lucht.

De getatoeëerde Coleman, die zijn bijnaam van vliegende eekhoorn deelt met de Amerikaanse turnster Gabby Douglas – die twee keer olympisch goud won in Londen – was zijn bravoure niet verloren. Hij zinspeelde op een tweede olympische optreden, over vier jaar in Rio de Janeiro. „Je weet nooit of je een volgende kans krijgt in het leven, maar ik kan nog genoeg medailles en wereldtitels winnen.”