Met passie voor de kunst en een kaketoe op zijn schouder

Robert Hughes was een invloedrijke kunstcriticus zonder ontzag voor grote namen. Maar zonodig kwam hij van zijn oordeel terug.

Hij was een erudiete Australiër die de wereld op een andere manier naar moderne kunst liet kijken. Hele generaties Britten en Amerikanen hebben hun liefde voor beeldende kunst te danken aan kunstcriticus Robert Hughes. Ze zagen zijn programma The Shock of the New op de BBC. Ze lazen zijn vileine stukken in Time Magazine. Gisteren overleed hij, na een langdurige ziekte, op 74-jarige leeftijd in een ziekenhuis in New York.

Hughes, volgens The New York Times de bekendste kunstcriticus ter wereld, paarde een enorme kennis van de kunstgeschiedenis aan een toegankelijke vertelstijl. Hij was grappig, scherp, gepassioneerd. Hij bezocht kunstfeestjes met een kaketoe op zijn schouder. Een Australiër met een deftig Brits accent die ook hield van motorrijden en diepzeeduiken.

Robert Hughes werd in 1938 geboren in Sydney, waar hij kunstgeschiedenis en architectuur studeerde. Hij werd cartoonist, en later kunstcriticus bij de Australische krant The Observer. Begin jaren zestig begon hij aan zijn eerste boek, The Art of Australia. Toen het in 1966 uitkwam was Hughes al naar Europa vertrokken. Daar begon hij te schrijven voor de Daily Telegraph, de Spectator en The Times. Toen hij in 1970 criticus kon worden bij Time Magazine verhuisde hij naar New York. Maar hij bleef altijd Australiër. In 1987 schreef hij The Fatal Shore, over het harde leven van de gevangenen die uit Europa naar Australië gestuurd werden. Het boek werd een internationale bestseller.

Als kunstcriticus was Hughes niet bang om de kunstenaars met grote namen neer te sabelen. Julian Schnabel, Jean-Michel Basquiat en Georg Baselitz, ze kregen allemaal zijn toorn over zich heen. Andy Warhol had volgens hem niets interessants te vertellen. Jeff Koons was een charlatan en Damien Hirst een piraat die zich louter met bluf een positie in de kunstwereld had verworven.

Anderzijds was hij niet bang om toe te geven dat hij er ook wel eens naast had gezeten. Zo had hij over de Amerikaanse schilder Lee Krasner beweerd dat zij niet meer was dan een schaduw van haar echtgenoot Jackson Pollock. Op die opvatting kwam hij openlijk terug, in een recensie in Time van haar retrospectief in 1983.

Hughes maakte meermalen duidelijk dat hij walgde van de hoge prijzen die op de kunstmarkt betaald werden voor de ideeënkunst als die van Hirst. Hij hield meer van kunstenaars die hun vak verstaan als schilder, tekenaar of beeldhouwer. Zo was hij een grote fan van de Britse figuratieve schilder Lucian Freud. Daardoor werd hij, vooral in zijn laatste jaren, ook wel weggezet als conservatief criticus.

In 1999 veroorzaakte Hughes in Australië een auto-ongeluk dat hem bijna het leven kostte. Het autowrak stelde hij drie jaar later tentoon, tijdens een kunstfestival in Perth. Het ongeluk beschreef hij in 2006 in Things I didn’t know, deel 1 van zijn memoires. De ervaring had hem voor altijd veranderd, schreef Hughes. Maar milder? Nee, dat nooit.