HHH

Je bent Nederlander en je bent in Londen, want Olympische Spelen. Dan trek je je oranje shirt aan en ga je naar een huis dat Holland Heineken House heet. Daar zijn nog een paar duizend Nederlanders. Je drinkt er Nederlands bier, wat je betaalt met een nieuw systeem van de Rabobank. En dan ga je

Je bent Nederlander en je bent in Londen, want Olympische Spelen. Dan trek je je oranje shirt aan en ga je naar een huis dat Holland Heineken House heet. Daar zijn nog een paar duizend Nederlanders. Je drinkt er Nederlands bier, wat je betaalt met een nieuw systeem van de Rabobank. En dan ga je daar heel erg hard schreeuwen en meezingen met Nederlandse artiesten en met z’n allen kijken naar sport. Maakt niet uit wat. Zwemmen, hockey, surfen, desnoods Anky van Grunsven… Als er maar een Nederlander een olympische medaille wint!

Als Máxima er is, dan het gaat het dak er he-le-maal af, want we zijn een knettergek volk

We weten wat dat betekent.

Feestje!

Lekker meelallen met de meezinger ‘Je vecht nooit alleen’ van de 3J’s.

En voor je naar huis gaat kaarten regelen voor de volgende dag. Want dan is er misschien wel EEN HULDIGING.

Ik was ooit bij zo’n huldiging. Toen – tijdens de Olympische Winterspelen in Turijn – werd schaatsster Ireen Wust aan de massa gevoerd. Stond ik naast een hysterische Erica Terpstra die een oranje boa om het hoofd had getrokken te kijken naar die Ireen, die van gekkigheid niet wist wat ze moest. Toen begon ze maar als een gek heel spastisch te dansen.

Iedereen gek!

En die Erica maar stompen in m’n zij.

„Mooi man! Fan-tas-tisch!”

We evolueren, tegenwoordig krijg je er ook Humberto Tan bij. Hij spreekt langzaam je naam uit, lettergreep voor let-ter-greep en ondertussen wordt er van achter uit de zaal, over de feestende hoofden heen, een enorme kartonnen medaille doorgegeven.

En dan roept Humberto: „Die is voor jou! Die is voor jou! Die heb jij verdiend… Zie je ’m?”

Ja, natuurlijk zie je ’m. En je weet ook al wat je moet zeggen: dat je het hier allemaal voor gedaan hebt, dat je hier vier jaar voor hebt afgezien, dat het fantastisch is en – het allerbelangrijkst – dat zo’n feest eigenlijk alleen maar door Nederlanders gevierd kan worden.

En dan zetten wij met z’n allen het ‘Wilhelmus’ voor je in, of ‘We are the champions’, dat is weliswaar geen Nederlands lied, maar wel een beetje.

De verbroedering is compleet als De Prins er is, of nog mooier: Máxima! Dan gaat het dak er he-le-maal af, want we zijn een knettergek volk.

We huldigen Dorian van Rijsselberghe, een naam die ons tot voor kort niets zei. Hij doet aan windsurfen, een sport waar we met z’n allen nooit naar kijken.

Doet er niet toe.

Hij heeft goud!

We hebben goud!

We zijn een bijzonder land!

Niemand doet zo gek als wij!

Of om met Jan Smit – de dienstdoende artiest na de huldiging van de estafettezwemdames – te spreken: „Dat gevoel van saamhorigheid zie je echt nergens anders. Dat is echt iets Nederlands.”

Klopt, alleen wij hebben een Holland Heineken House, waar we met z’n allen doen alsof we een belangrijk sportland zijn. En waar we juichen als we zijn gestegen in medailleklassement.

Wij houden van ons, en van niemand anders.