Een paar kilo te licht voor goud

Marit Bouwmeester zeilde gisteren naar zilver in haar Laser Radial. Ze had niks laten liggen, maar de sterke wind was in haar nadeel. Ze was de lichtste zeilster van allemaal.

Redacteur Olympische Spelen

Weymouth. Bijna vier jaar lang trainde en woonde ze aan de baai van Weymouth. Talloze uren zeilde ze er, in haar kleine Laser Radial, onder alle denkbare weersomstandigheden: in stormen, op rimpelloze wateren, met wind uit alle richtingen. Nergens was het zo afwisselend als hier, onder de rotsen van het schiereiland Portland. Ideaal voor een lichte, sterke alleskunner als Marit Bouwmeester.

Tot de week waarin ze haar olympische regatta moest varen. „De grootste vijand lag constant buiten voor mij: vlak water en harde wind”, zei de blonde Friezin gistermiddag na haar medaillerace. „Het voelde elke keer alsof ik op een wilde stier zat die me van zich probeerde af te schudden.”

Voor een ambitieuze sportvrouw als Bouwmeester was het even slikken, de zilveren medaille die ze aan haar olympische debuut overhield. Maar voor de zeven kilo zwaardere Chinese Lija Xi, die de olympische titel voor haar neus weggriste, was zij met haar 66 kilo letterlijk te licht. „De kracht van een allrounder als Marit is dat ze goed is in alle weertypen zodra het weer verandert”, zei haar coach, de Engelsman Mark Littlejohn. „Maar we hebben de hele week specialistenweer gehad, met wind boven de 13 knopen. Dat zij onder deze omstandigheden zilver wint is een superprestatie. Zij heeft niets laten liggen.”

Het verhaal duikt regelmatig op, tijdens alle Spelen: sporters die zich focussen op de omstandigheden die op de olympische locatie worden verwacht. Wielrenster Marianne Vos was in Peking (2008) volledig voorbereid op warm, klam, vochtig, benauwd weer. Precies die ene dag van haar wegrace bevestigde de uitzondering de regel. In kou en regen werd het een lange lijdensweg over de Chinese Muur.

Zo erg was het niet in Weymouth. Maar het weer was wel de enige variabele die Littlejohn, die de olympische campagne van Bouwmeester tot achter de komma voorbereidde, niet in de hand had. „Als we al een fout hebben gemaakt, maar ik geloof niet dat het een fout was, dan is het dat we op meer afwisselend weer hadden gerekend”, zei Littlejohn. „Maar alleen God kent het weer. Ik ben God niet.”

En Bouwmeester, die een dag eerder haar vriend Ben Ainslie goud had zien winnen in zijn Finn, is te veel sportvrouw om zich achter het weer te verschuilen. „Je kunt de wind niet veranderen. Dit is wat het was, en daar heb je mee te leven. De Chinese heeft supergoed gevaren. Ik baal omdat we hebben toegewerkt naar goud. Maar misschien ben ik morgen superblij met zilver.”

Het gewicht is bij elke olympische zeilregatta een heikel onderwerp. In olympisch Qingdao verschenen in 2008 tal van sterk vermagerde sporters aan de start. Na de WK in Perth, waar Bouwmeester vorig jaar wereldkampioen werd, stonden de zeilers opnieuw voor de afweging wat zij gingen doen onder de Zuid-Engelse kust.

Bouwmeesters concurrenten kozen voor extra kilo’s – en het was hen aan te zien ook. De Belgische Evi Van Acker en vooral de Ierse Annalise Murphy (vijftien kilo zwaarder dan Bouwmeester) profiteerden er in winderig Weymouth volop van. Bouwmeester besloot af te zien van extra koolhydraten, mede omdat ze als allrounder overal goed uit de voeten kan. „De laatste zes weken hadden we constant weinig wind in Weymouth, zelfs de week voor de Spelen.”

Volgens Littlejohn spelen bij dergelijke beslissingen ook persoonlijke factoren een rol. „Marit had meer kilo’s kunnen gebruiken. Maar met vijf kilo extra kun je je ook vet voelen, en daardoor slecht. En minder gaan presteren. Je moet een evenwicht zoeken.”

Het onvoorspelbare verloop van de olympische regatta wierp wel de vraag op wat de waarde is van jarenlang trainen in Weymouth – de Nederlandse zeilers richtten er zelfs een eigen huis in. Maar Bouwmeester trekt de filosofie daarachter geen seconde in twijfel. „Je moet overal op voorbereid zijn. Bij elke andere wind, bij elke andere windrichting had ik er ook gestaan. Ik weet precies op welk soort water ik welke techniek moet toepassen, harde of zachte wind, stroming of geen stroming.”

De weersomstandigheden leidden wel tot een ongekend spannende finale, waarbij de uitslag de kleur van de medailles zou bepalen en één zeilster van de topvier met lege handen zou achterblijven. „Dan krijg je een bitch fight”, zei Bouwmeester grijnzend. Daarin bleek Chinese Xi de ‘gemeenste’; zij zeilde vrijwel van kop af aan naar goud. Bouwmeester eiste het zilver op voor Van Acker (brons) en de onfortuinlijke Ierse.

Bouwmeester en haar coach Littlejohn gaan waarschijnlijk samen verder naar de Olympische Spelen van Rio de Janeiro in 2016. „Ik heb nog wat goed te maken”, zei de zeilster. „De kans is groot dat we met z’n tweeën doorgaan. Ik zou geen enkele andere coach willen.”

Littlejohn voelt hetzelfde. „Ik zou nooit met iemand anders willen werken” zei de Engelsman. „We hebben een heel speciale band en we hebben ongelooflijk veel vertrouwen in elkaar. Als dat in stand blijft heeft ze een heel goede kans dat ze over vier jaar nog iets anders kan bereiken.”