'Een gratis sportschool is dit - en ik verdien eraan'

Naam: Adriaan van der Pol (41)

Is: fietstaxichauffeur

Werkt: bij de Fietstaxicentrale in Rotterdam

„Over de Maasboulevard fietsen met leuke mensen achterin. Uitzicht op Rotterdam en de rivier. Zonnetje erbij. Vakantie in eigen stad, dat is de beste omschrijving van mijn zomerbaan.”

„Ik ben nu een kleine maand fietstaxichauffeur. Dat doe ik in de vakantie van mijn werk als sporthalbeheerder en sportinstructeur. Buiten mijn werk ben ik als marathonloper ook bezig met bewegen. Omdat ik van sport hou en dit jaar niet op vakantie ga, leek fietstaxichauffeur mij een leuke zomerbaan. In principe is dit een gratis sportschool. En ik verdien er ook nog eens aan. Ik denk dat ik het na mijn vakantie in de weekenden blijf doen. Het is heerlijk.”

„Fietstaxichauffeur is een bijzonder beroep. Mensen op straat kijken om, sommigen zwaaien zelfs. Bij andere baantjes heb je dat niet snel. Ik denk dat ik passagiers meer dan een taxiritje van a naar b bezorg. Ze hebben meestal nog nooit in een fietstaxi gezeten. En ik breng ze naar leuke plekjes, neem mooie routes. Zo bracht ik vanochtend twee vrouwen naar een terrasje bij de Euromast. Ze zitten er nog steeds, zag ik net.”

„Anderzijds is het een zware baan. Ik ben moe als ik thuiskom. Even naar de kroeg voor een koud biertje en dan duik ik m’n bed in. Dat het veel energie kost, laat ik overdag niet merken. Als ik met stevige mensen achterin de Erasmusbrug op fiets, is het niet leuk als ze zien dat ik afzie. Dan denken ze dat ze te zwaar zijn en stappen ze misschien uit. Gewoon blijven lachen dus.”

„Na een heel drukke dag neem ik weleens een rustdag. Dat wil zeggen: dan fiets ik iets minder, neem wat vaker pauze, pak eens een terrasje. Ik maak het zo zwaar en leuk als ik zelf wil. Het liefst rij ik natuurlijk met passagiers: dat is gezellig en dan verdien ik ook nog wat. Want het geld dat ik vang, mag ik houden. De fietstaxi huur ik.”

„Ik maak ook markante dingen mee. Laatst zat er een schreeuwende vrouw met kinderen achterin. Ze ging tekeer tegen haar kinderen, terwijl haar man achter de taxi aan sjokte met een blikje bier in z’n hand. Dat moet er raar uitgezien hebben.

„Aan het eind van ieder ritje vraag ik mensen wat ze er van vonden. Zijn ze tevreden, dan ben ik dat ook. Vaak stappen mensen uit met een glimlach. Mijn dochtertje ook. Ze heeft een paar keer achterin gezeten. Dan voelt het alsof ik toch nog op vakantie ben.”

Tekst & foto Tom Vennink