Catrien is er niet meer, ze was 69 jaar zijn zonnetje

Oud worden gaat soms met gebreken. Een ooginfarct of een hersentumor, maar toch thuis kunnen blijven wonen. Wíllen wonen. Met hulp van een buurvrouw of je man. De weduwnaar wil nooit meer weg uit de buurt. Het echtpaar misschien wel, maar dit is een ongunstige tijd om te verhuizen. Door Sheila Kamerman en Dick Wittenberg

Ru Bossong (88), woont sinds begin jaren vijftig in de Resedabuurt in Eindhoven. Zijn vrouw overleed in april van dit jaar. Foto’s Merlin Daleman

Het is elke ochtend weer de vraag of hij zittend op de bank de titel van dat dikke witte standaardwerk in de boekenkast kan lezen: Bomen. Rechts is hij blind sinds een ooginfarct twee jaar geleden. Hoe goed hij links kan zien, hangt af van de suikerspiegel in zijn bloed. Hij heeft diabetes. Soms kan hij zijn gehoorapparaten nergens vinden. Dan vraagt hij een buurvrouw om hulp.

Ru Bossong, 88 jaar. Werkte zijn hele leven als tekenaar bij het kadaster. Woont 59 jaar in een van de flatwoningen op de begane grond. Esperantist. Bezocht meer dan 25 wereldcongressen. Samen met zijn vrouw Catrien.

Reizen, fietsen, vogels kijken, naar het concert, ze deden alles samen. Ze kon geen kinderen krijgen. Op 3 april overleed ze. Nooit ziek geweest.

Ze leerden elkaar kennen toen hij in 1943 onderdook bij de tulpentelers in haar dorp Andijk. „Gelijk smoorverliefd. Nooit meer overgegaan. Een zonnetje. Ze heeft 69 jaar voor mij geschenen.” Haar portret staat op grijpafstand. „Ik kan haar niet missen, joh.”

Hij redt zich. Ook al loopt hij moeizaam. Boodschappen doet hij op de fiets. Dan geeft hij zijn briefje aan „een van die hulpvaardige bedienden bij Albert Heijn”. Die haalt dan alle spullen van zijn lijst.

Kleren wassen doet hij zelf. Drie keer in de week krijgt hij een warme maaltijd van Tafeltje Dekje. Eén keer in de week komt Thuiszorg poetsen. Drie uurtjes. Dat wordt twee uur, door de bezuinigingen.

Hij wil hier blijven wonen tot het einde. Als diabetespatiënt weet hij hoe hij insuline of glucagon moetspuiten. „Desnoods spuit ik verkeerd.”