Brieven

Zo goed deed Romney het niet op zijn buitenlandtour

Derk Jan Eppink vindt in zijn column (Opinie, 31 juli) dat Mitt Romney „instinctief voorzichtig” was op zijn reis langs enkele Amerikaanse bondgenoten. Niettemin maakte Romney een diplomatieke faux pas bij de Britten met zijn „zakelijke opmerkingen” over de Olympische Spelen. Vervolgens schoffeerde hij de Palestijnen in Israël. Zijn woordvoerder zei kiss my ass in Polen tegen het meegereisde Amerikaanse journaille, dat boos was omdat Romney ‘instinctief voorzichtig’ haast geen interviews durfde te geven. De reismoest zijn internationale statuur vergroten en werd een mislukking, maar Eppink noemt de kandidatuur van Romney rijzende. Hij staaft dit verder met één peiling. In verreweg de meeste peilingen staat Obama daarentegen voor. Het zou Eppink sieren als hij zijn sterk gekleurde politieke bril wat vaker zou afzetten in zijn columns.

Amsterdam

Toegang tot het tijdschrift

Nature is zo moeilijk niet

De discussie over open access werd aangezwengeld door de universitaire bibliotheken, die vonden dat ze te veel moesten betalen voor hun abonnementen. Dat was iets wezenlijk anders dan de door Jos Engelen geuite klacht over „gesloten deuren” die wetenschappers, bedrijven en het grote publiek de toegang ontzeggen tot resultaten van publiek gefinancierd onderzoek (Opinie, 31 juli).

Deze klacht is onzin. Men kan zich abonneren op Nature, een los nummer kopen als men denkt dat er iets nuttigs in staat, of naar een bibliotheek gaan om het tijdschrift in te zien. Natuurlijk, het kost geld, maar wordt open access veel goedkoper? Er zal nog steeds peer-review moeten worden georganiseerd, nog steeds voor moeten worden gezorgd dat artikelen verschijnen in correct en begrijpelijk Engels en dat de tabellen, foto’s en diagrammen op de juiste plaats staan. Ook zal er nog steeds reclame moeten worden gemaakt, opdat de potentieel geïnteresseerde lezers weten wat er waar beschikbaar is. De kosten kunnen worden verhaald op auteurs in plaats van op abonnees, maar daar worden ze niet lager van.

Hoogleraar Japanse taal en cultuur aan de Universiteit Leiden

Gevaar voor de gierzwaluw was allang te voorzien

In het interessante interview met de Amsterdamse stadsecoloog Remco Daalder (NRC Handelsblad, 31 juli) verbaasde ik me over zijn uitspraak over gierzwaluwen: „We hebben te laat ingezien dat deze prachtige stadsvogel veel broedgelegenheid heeft verloren door nieuwbouw of door het renoveren van huizen waardoor dakpannen en gaten in de gevel zijn verdwenen.” Te laat ingezien? Ik heb in 1973 de – toen nog talrijke – nesten van gierzwaluwen in Amsterdam-Zuid geïnventariseerd. Toen al werd me duidelijk dat het met nestgelegenheid bergafwaarts ging. Ik heb daarover alarm geslagen in Het Parool, het Vogeljaar en een architectenblad, en bij de gemeenteraad. Het heeft niet mogen baten. Natuurorganisaties, vogelaars en architecten haalden hun neus op voor stadsvogels. Het aantal gierzwaluwen daalde met zo’n driekwart. Toen in 1993 de Gierzwaluwwerkgroep Amsterdam werd opgericht, was het meeste kwaad al geschied.

Amsterdam