Brautigam doet jonge en wilde Beethoven recht

Klassiek

Robeco Zomerconcerten: Ronald Brautigam, piano. Gehoord: 6/8 Concertgebouw Amsterdam. Volgende concerten: 8, 10/8. ****

Na de sprankelende uitvoering van Beethovens Vijfde pianoconcert, vorige maand bij het Residentie Orkest in het Amsterdamse Concertgebouw, geeft Ronald Brautigam deze week in de Kleine Zaal nog drie solorecitals met muziek van Beethoven. Brautigam, dé Nederlandse pianist voor de Weense klassieken, speelt nu op drie fortepiano’s: instrumenten uit de oertijd van de piano met een rijke klank en een mechaniek dat speels rinkelende effecten oplevert.

Brautigam begon gisteravond op een piano van Michael Rosenberger uit ongeveer 1800 met werk van de vroege Beethoven, gecomponeerd vóór 1800 en vóór zijn Eerste symfonie. Het waren voor de eigenzinnige twintiger Beethoven wilde jaren van experimenten, zoals de 24 variaties op Righini’s aria Venni Amore (1790-’91), uiterst zelden te horen. Ook in de Sonates 3, 7 en 8 (‘Pathétique’) klinkt vaak die dwarse drift waarmee de virtuoos Beethoven het Weense muziekleven op stelten zette.

Het fascinerende van Brautigam is dat hij enthousiast recht doet aan die compromisloze onstuimigheid, zoals in de overrompelende en gejaagde begindelen van de Sonates 7 en 8. Maar daar overheersen toch, dankzij zijn geweldige techniek, de tegendraadse details en de aanzetten tot genuanceerde lyriek. Die leiden in de Sonates 3 en 8 tot vervoerende adagio’s, zonder enige sentimentaliteit. Het mooiste was het Largo e mesto uit de Zevende sonate: Beethoven en Brautigam op de tast zoekend naar stilte.