Bijna goud - en gelukkig met zilver

Het was spannend in het landentoernooi. Het goud was erg dichtbij voor de Nederlandse ruiters, maar ze wonnen na de barrage het zilver.

Correspondent Verenigd Koninkrijk

Londen. Het is doodstil rond het springparcours in Greenwich. Alleen het zachte geklik van fotocamera’s is hoorbaar. Als er te enthousiast wordt geklapt op de tribune, volgt een sst. De spanning is om te snijden.

Na de laatste ronde in het landentoernooi, gistermiddag, hebben het Nederlandse en Britse team evenveel strafpunten: acht. En ex aequo bestaat niet bij de Olympische Spelen, dus komt er een barrage om het goud. Alle ruiters moeten opnieuw een deel van het parcours afleggen.

De eerste Brit, Nick Skelton met Big Star, springt foutloos. De eerste Nederlander, Jur Vrieling met Bubalu, ook. De tweede Brit, Ben Maher met Tripple X: opnieuw foutloos. Dan Maikel van der Vleuten met Verdi, voor wie het de eerste Spelen zijn, maar die drie dagen lang geen enkele fout maakte. Nu wel, hij raakt twee hindernissen: acht strafpunten. Scott Brash met Hello Sanctos en Marc Houtzager met Tamino raken er beide één: vier punten. Het 23.000 man tellende publiek houdt de adem in.

Dan de Brit Peter Charles. Foutloos met Vindicat. Een oorverdovend gejuich breekt los. Charles’ vuist gaat omhoog. Gerco Schröder hoeft als laatste Nederlandse ruiter met London niet meer aan te treden. Het is gedaan. Maar het goud is niet verloren. „We hebben zilver gewonnen”, vindt Vrieling.

De ruiters zijn dan al drie dagen bezig; de wedstrijd over de hindernissen van Bob Ellis begon zaterdag. En het was duidelijk een moeilijk parcours. Favoriet Duitsland viel zondag al af, net als de Fransen en Belgen. De Canadezen springen met drie man: een van de paarden wordt tot zichtbare en hoorbare woede van de bondscoach tijdens een medische keuring gediskwalificeerd wegens „overgevoeligheid”.

Opmerkelijk genoeg gaat Saoedi-Arabië wél ronde na ronde door. De Saoediërs erkennen later dat ze een jong springland zijn – lees: minder ervaring hebben. Zo vertelt Ramzy al-Duhami dat hij slechts drie grote wedstrijden met zijn Bayard van de Villa There gereden voor aanvang van de Spelen. Dankzij een door de koning gefinancierd fonds hebben ze goede paarden kunnen kopen, zeggen alle vier ruiters. En een individuele bronzen medaille in Sydney heeft de sport een boost gegeven.

De Nederlanders blijven onderwijl nuchter. Het parcours – met veel typisch Britse verwijzingen naar de Big Ben, Greenwich Mean Time en dubbeldeksbussen – „is te doen”, zegt zelfs Vrieling, die twee dagen achter elkaar de meeste fouten maakt. Zijn Bubalu raakte zaterdag en zondag onder meer het water, en Vrieling is kwaad op zichzelf: „Hiervoor kom je niet naar Londen.” ’s Nachts heeft hij liggen denken aan ‘het water’. „Hij heeft nog nooit een sloot geraakt, nu twee keer. We hebben zelfs op de sloot getraind.”

Als hij voor een televisie naar de verrichtingen van Van der Vleuten staat te kijken in de ronde voor de barrage, is de spanning op zijn gezicht af te lezen. „Kom op jongen”, zegt hij, en hij klikt met zijn tong. Van der Vleuten en Houtzager springen beiden foutloos. „Het liep volgens plan”, zegt Van der Vleuten.

Nederland kan dan goud winnen. Als Schröder geen fouten maakt. Hij raakt één hindernis, „een lullige fout” zegt hij zelf. Want het is, om in voetbaltermen te spreken, de gelijkmaker met de Britten, en de barrage volgt. Maar de vloek van eerdere internationale wedstrijden is wel opgeheven. Want „te vaak” werden de springruiters vierde zegt bondscoach Rob Ehrens. Zoals tijdens de Spelen in 2008 en 2004. Ehrens is „intens gelukkig”.