Assad houdt alleen eigen clan over

De sunnieten lopen weg bij Assad. Zijn regime verandert in een alawitische militie, die lang doorvecht.

Premier Hijab, de recentste overloper uit Assads regime. Volgens een oppositieactivist stond Hijab bekend om zijn wreedheid. Foto AFP

De Qatarese televisiezender Al-Jazeera heeft een grafiek op zijn website staan van alle deserties uit het regime van de Syrische president Bashar al-Assad. Die grafiek, opgezet in samenwerking met de mensenrechtengroepering movements.org, toont een scherpe stijging van het aantal deserteurs in de afgelopen twee maanden. Gisteren voegde premier Riyad Hijab zich bij de bijna vijftig regeringsfunctionarissen, diplomaten en hoge militairen die zijn vertrokken sinds het begin van de opstand, 17 maanden geleden.

Verkruimelt het regime?

De Amerikaanse regering is daarvan overtuigd. „Dit is een signaal dat Assads greep op de macht losser wordt”, zei een woordvoerder van het Witte Huis gisteren. „Als hij de cohesie binnen zijn eigen kring niet kan handhaven, weerspiegelt dat zijn onvermogen om bij de Syrische bevolking ook maar enige steun te behouden die niet wordt afgedwongen met het pistool op de borst.”

„Het regime valt uit elkaar”, meent ook leider Abdulbaset Sieda van de grootste oppositiecoalitie, de Syrische Nationale Raad. En oppositie-activist Abu Taif Ziad, net als premier Hijab afkomstig uit de verarmde provincie Deir es-Zor aan de grens met Irak, zei tegenover persbureau Reuters: „Hij zag dat de boot zinkt en hij stapte eruit”. En voegde eraan toe: „Hijab is niet populair, en iedereen in Deir es-Zor kent zijn wreedheid en de corruptie onder zijn leiding. Maar als zelfs een vertrouwde marionet als hij overloopt, is dat een zware slag voor het regime.”

Inderdaad, de sunnitische elite die Assads pretentie van een nationaal regime waarmaakte, loopt weg. Het bewind wordt langzaam maar zeker tot zijn alawitische kern gereduceerd. Voorzover bekend zijn alle – of in elk geval bijna alle – prominente deserteurs sunnieten, vertegenwoordigers van een kleine 80 procent van de bevolking. Alawieten, een shi’itische minderheidssekte die zo’n 10 procent van de Syriërs omvat, blijven trouw.

Syrië-kenner Nikolaos van Dam onderstreepte eerder in een interview met deze krant dat de dominantie van de alawieten in de top niet betekent dat het bewind sektarisch is. „Het is een regime van mensen die elkaar heel goed kennen uit een regio (het kustgebied van Latakia). Alleen is die regio grotendeels alawitisch”. In nood kan je bij je familie en vrienden terecht.

De alawieten waren van oudsher tweederangsburgers in Syrië, en ze hebben van het regime geprofiteerd. Zij hebben dus veel te verliezen, en dat is een goede reden om bij het regime te blijven. Misschien belangrijker is hun groeiende overtuiging, naarmate de opstand radicaliseert, dat op de val van het regime een bloedige afrekening met hun gemeenschap volgt.

Westerse landen hebben de Syrische Nationale Raad onder zware druk gezet om de minderheden de hand te reiken – naast de alawieten bijvoorbeeld ook de christenen en de Koerden – maar tot hun frustratie zonder veel resultaat. En naarmate het geweld van de zijde van het regime toeneemt, geven de sunnitische rebellen openlijker uiting aan hun haat jegens alawieten.

De vraag is hoe lang het regime het kan volhouden als de sunnieten zijn vertrokken, met alleen de steun van de alawieten en tot op zekere hoogte de christenen, die eveneens angstig toekijken hoe de radicalisering van rebellen opmerken. In principe lang, concludeert een recent rapport van de International Crisis Group, de gezaghebbende organisatie die conflicten doorlicht.

Syria’s mutating conflict is de titel van het rapport, dat inderdaad de gestage verzwakking van Assads regime constateert – tenminste als regime. Want tegelijk beschrijft ICC de omvorming van het regime tot wat lijkt op een grote, uitzonderlijk zwaarbewapende militie. Daardoor groeit zijn uithoudingsvermogen juist.

Volgens het rapport is het regime „in essentie gestript” tot een samenhangende groep die een steeds hardere strijd voert voor „collectieve overleving”. „Het muteert op een manier die het ongevoelig maakt voor politieke en militaire tegenslagen, onverschillig voor druk en niet in staat om te onderhandelen.”

Is het mogelijk een militie ten val te brengen, is de vraag die in het rapport wordt opgeworpen.

Uiteindelijk wel. Maar het zal een lange, zeer bloedige oorlog vergen.