Al-Jazeera is vooringenomen in Syrië

De grote Arabische tv-zenders Al-Jazeera en Al-Arabiya kiezen partij voor de rebellen tegen het bewind van president Assad van Syrië, vindt Sultan Al Qassemi. Hij hoort liever de feiten over de strijd.

Een woordvoerder van het Vrije Syrische leger. Foto AFP

Terwijl op het Syrische slagveld tussen aanhangers van het bewind en tal van rebellengroeperingen een burgeroorlog woedt, vindt een andere strijd plaats in de mediawereld. Al-Arabiya en Al-Jazeera, de twee zenders in het Golfgebied die de Arabische nieuwsvoorziening beheersen, hebben zich verzet tegen de propaganda van het Syrische bewind, maar verdraaien het nieuws bijna even erg als hun tegenstanders. In hun poging de zaak van de Syrische rebellen te steunen, hebben deze mediagiganten hun journalistieke normen verlaagd, laten ze elementaire feitencontrole achterwege en vertrouwen ze op anonieme bellers en niet geverifieerde videofilmpjes in plaats van op gedegen berichtgeving.

Al-Jazeera en Al-Arabiya zijn respectievelijk opgericht door leden van de Qatarese en Saoedische koninklijke familie. Hun berichtgeving over Syrië weerspiegelt precies de politieke standpunten van hun financiers. Achter beide zenders zit veel geld: Al-Jazeera is in 1996 opgericht met 150 miljoen dollar subsidie van de emir van Qatar.

Volgens marktonderzoeksbureau Ipsos waren in 2010 de jaarlijkse uitgaven voor de verschillende kanalen van de zender gestegen tot bijna 650 miljoen dollar. Eenzelfde verhaal geldt voor Al-Arabiya, dat in 2003 de lucht inging met een startkapitaal van 300 miljoen dollar van een groep investeerders uit Libanon en de Golf, onder leiding van de Saoedische zakenman Waleed al-Ibrahim – een zwager van de overleden Saoedische koning Fahd.

De berichtgeving over de Syrische opstand heeft de middelen van deze zenders uitgeput. Soms vertrouwen nieuwsprogramma’s niet meer op zorgvuldige verslagen, maar vrijwel uitsluitend op ooggetuigeverhalen van burgerjournalisten en geüploade mediabeelden die gemakkelijk zijn te vinden op YouTube. Het is niet uitzonderlijk dat beide zenders de eerste twintig minuten van een journaal worden gevuld met Syrische activisten – van wie sommigen met een schimmige achtergrond – die vanuit of van buiten Syrië via Skype verslag doen van gebeurtenissen die plaatsvonden op honderden of duizenden kilometers afstand.

Als Al-Arabiya en Al-Jazeera wel rechtstreeks commentaar geven op Syrische aangelegenheden, verdoezelen ze meestal de gebreken van de rebellen en beklemtonen ze de godsdienstige breuklijnen van het conflict.

Verslaggeving uit Syrië zelf is uiteraard levensgevaarlijk – volgens het Comité ter Bescherming van Journalisten is het land voor verslaggevers zelfs de gevaarlijkste plek ter wereld – maar de zenders gebruiken de zeer wezenlijke problemen van de verslaggeving uit Syrië als excuus om verhalen te vermijden die ingaan tegen hun favoriete verhaallijn. In artikelen van elders worden bijvoorbeeld vragen gesteld bij de geloofwaardigheid van het vaak geciteerde Syrische Observatorium voor de Mensenrechten, een Londense vestiging van de Syrische oppositie. Maar Al-Jazeera en Al-Arabiya hebben dit verhaal niet opgepikt. Overal ter wereld richten kranten zich ook op de aanwezigheid van terroristische groeperingen onder de strijders tegen het bewind, waaronder Al-Qaeda. Maar een dergelijke mogelijkheid wordt op de grote Arabische zenders zelden of nooit geopperd.

De retoriek van de zenders verschilt sterk, al naar gelang van de taal waarin ze uitzenden. Zo hebben de Engelse Al-Jazeera en de Engelstalige website van Al-Arabiya het onderwerp van de Al-Qaedastrijders in Syrië wel aangesneden, maar op hun veel invloedrijker Arabischtalige tegenhangers blijft het onvermeld. Integendeel, de Arabischtalige zenders hebben voortdurend gasten die alle suggesties in deze richting tegenspreken.

Natuurlijk is het andere kamp net zo onbetrouwbaar. De Iraanse propaganda heeft onlangs haar verdediging van de Ba’athistische bondgenoot opgevoerd, door een reeks artikelen te publiceren waarin Qatar wordt verweten terrorisme te financieren en samen te spannen met Israël. Zulke Iraanse media-aanvallen waren meestal gericht tegen de Saoedische regering. Maar ze zijn een nieuw verschijnsel met betrekking tot Qatar, de natie waarmee Iran ’s werelds grootste gasveld deelt.

In navolging van de Iraanse staatsmedia noemt Russia Today in zijn Arabische en Engelse berichtgeving alle betogers tegen het bewind terroristen of militanten, terwijl het de wreedheden van het regime door de vingers ziet. Net als Iran richt ook Russia Today zich tegen Qatar, dat wordt verweten „het beleid van Washington in de regio te volgen”.

Het echte verlies lijdt hier Al-Jazeera, een zender die vorig jaar – op het hoogtepunt van de Arabische opstanden – door tientallen miljoenen Arabische kijkers werd gevolgd. Het is nu geen schim meer van zijn vroegere zelf.

Het Arabischtalige Al-Jazeera liet de berichtgeving over Syrië al eerder toevallen aan Ahmed Ibrahim, een broer van Anas al-Abdah. Hij is lid van de Syrische Nationale Raad (SNC), die wordt beheerst door de Moslimbroederschap. Ibrahim gebruikt een andere naam om te voorkomen dat hij wordt geassocieerd met zijn broer. Volgens diverse Al-Jazeerakenners worden als gevolg van deze relatie veelvuldig Broederschapvriendelijke analisten uitgenodigd om hun mening te geven. Zo publiceerde SNC-lid Mohammad Aloush, een bekende gast op Al-Jazeera, een lang opiniestuk op de website van de zender. Daarin noemt hij het nieuwe verbond van de Syrische Moslimbroederschap een „boodschap van zekerheid” voor het Syrische volk en stelt dat „er niets beter is gepresenteerd”.

Gelukkig is met de vooringenomen berichtgeving ook de kritiek op Al-Jazeera en Al-Arabiya toegenomen. Fadi Salem, een Syrische onderzoeker die woont in Dubai en is gespecialiseerd in het functioneren van de media, verwijt beide zenders „forse bedragen te betalen aan anonieme bellers met informatie over Syrië” en YouTubefilmpjes te hergebruiken alsof ze afkomstig waren uit verschillende delen van het land. „Veel oppositieleden [binnen Syrië] die het niet eens zijn met de Saoedische of Qatarese buitenlandse politiek inzake Syrië zijn op beide zenders ‘verboden’ ”, hoorde ik van Salem.

Een groot deel van het publiek van Al-Jazeera en Al-Arabiya zal uit afschuw van de wreedheden van het Syrische bewind ongetwijfeld oprecht geloven dat dit strikt een strijd is van goed tegen kwaad. Maar voor de Saoedische en Qatarese regering is het lot van Syrië rechtstreeks van invloed op hun politieke toekomst. Zij hopen, om persoonlijke of strategische redenen, op de val van het bewind. Het dreigende einde van Assads Syrië is weer een nieuw hoofdstuk in de transformatie van de oude Arabische staatsorde, die begon met de val van Saddam Hussein in Irak en met het einde van Hosni Mubarak in Egypte.

Het is een verhaal dat eenvoudig te belangrijk is om over te laten aan media die hun eigen beperkte belangen willen bevorderen.

Sultan Al Qassemi is freelance politiek commentator in de Verenigde Arabische Emiraten. Hij twittert als @SultanAlQassemi. Dit artikel is eerder verschenen in Foreign Policy.