Achter in de hoek is nog wel een plekje voor die jas

Vakantie is heerlijk, maar de voorbereiding draait vaak uit op ruzie. Acht inpaktips.

Het past nooit.

Een moderne stationwagon heeft gemakkelijk 500 liter bagageruimte. En dan hebben veel vakantiegangers ook nog een skibox en een fietsenrek op de trekhaak. Maar net als vijftig jaar geleden zit een kind met de voeten opgetrokken, omdat papa op het laatste moment de enige beschikbare beenruimte met de koelbox vulde. Wat nemen we dan nu allemaal mee wat we vroeger niet nodig hadden?

Iedereen schampert dat moeder de vrouw vroeger Hollandse aardappelen meenam. Maar nu gaat de poedersuiker en de stroop voor op de pannekoeken mee – heel belangrijk. Babyvoeding, omdat je nooit weet of de buitenlandse supermarkt wel dezelfde heeft. Een afwasborstel (hebben ze niet in Frankrijk), aanrechtdoekjes (die nieuwe uit de supermarkt zijn altijd zo stug), peper, zout, olijfolie en afwasmiddel, omdat je anders elke vakantie weer nieuwe moet kopen en het gaat nooit helemaal op. En natuurlijk zakjes Conimex, hagelslag en de half-kant-en-klare Knorr-maaltijdpakken. Want dat hebben ze niet in het buitenland en dat is het enige wat de kinderen lusten. Oh ja, en drop en kaas enzo.

Tot zover het eten.

Ook broodnodig: een buggy voor de peuter die niet lopen wil. Luister-cd’s. Onze eigen hoofdkussens en dekbedden. Vishengel, barbecue, de rode loopauto, skateboard, rolschaatsen, tennis- en badmintonsets met netten, kisten vol boeken die je allemaal weer ongelezen mee terugneemt, Triviant-spel, mini-Loco, iPad, laptop. Een collega neemt zelfs zijn Nespresso-apparaat, staafmixer en keukenmachine mee.

999 Games, een spellenfabrikant die de aandacht wilde vestigen op de vakantie (‘spellentijd’), hield twee jaar geleden een enquête onder 429 Nederlanders en Belgen op internet. Wat bleek: de mannen vonden dat zíj de belangrijkste rol hadden bij het inpakken, vrouwen vonden hetzelfde. Bij 44 procent van de respondenten heerste er op de dag van vertrek een ‘gespannen sfeer’.

Waar die stellen over kibbelen, vertelt het onderzoekje niet. Niet over de rolverdeling waarschijnlijk, want die is helder genoeg. Vrouw pakt de koffers in, man laadt ze in de auto. De huiselijke chaos zal wel een rol spelen – dat ouder 1 de broodjes staat te smeren, terwijl ouder 2 het aanrecht vol heeft gezet met bagage. En de tijdsdruk natuurlijk, want als we morgenochtend niet om half vijf wegrijden halen we de Côte d’Azur nooit.

De kans dat je essentiële zaken vergeet, is aanzienlijk. Zwemspullen, tandenborstels, zonnepetjes (!), opladers: één op de tien vakantiegangers is ze weleens écht vergeten.

En ja, toch weer dat zeulen met die vele spullen. Kijk nog even naar die enquête van de spellenmaker. Wat laat de Nederlander thuis als het niet past? Tweederde van de respondenten overwoog om de föhn thuis te laten. Dat zet natuurlijk geen zoden aan de dijk. Slechts één op de drie respondenten was bereid om minder schoenen of kleding in te pakken.

Er is dus maar één optie. Alles moet mee.

Daarom hier enkele praktische tips – ze komen van jonge gezinnen in Het Kleine Wijk in Utrecht, waar iedereen een stationwagon heeft. Zodat alles, met wat proppen, mee naar Frankrijk kan.

1 Kratten of zakken? Krattenmensen zeggen: er kan veel in, de spullen worden beschermd en die kratten zijn ook praktisch in de tent of in het huisje. Zakkenmensen zeggen: zakken zijn flexibeler, alle ruimte wordt benut en mocht je auto kapotgaan, dan weet je zeker dat de zakken ook in de vervangende auto passen. We kwamen er niet uit.

2 Houd klein spul apart. Wie de meeste spullen in kratten laadt, houdt ruimte over bij de wanden van de laadruimte. Hier passen tassen met kleren, handdoeken, kussens. Stop die dus niet allemaal in een krat, maar houd ze apart om de gaatjes te vullen. Schoenen zijn ook geliefd vulmateriaal.

3 Doe iets op het dak. In de skibox passen zelfs kinderfietsen. Nu kan de luifel van de tent ook mee en de dekbedden. Houd er wel rekening mee dat het benzineverbruik met 5 à 10 procent toeneemt, door de grotere luchtweerstand en het extra gewicht.

4 Overal past wel iets. Veel bergruimte zit verstopt. Achter de achterbank, bij de voeten van de kinderen, past een hele tent. Of de regenlaarzen. Er zijn mensen die ook tussen de voorstoelen bagage stapelen, achter de handrem.

5 Blijf stouwen. Ook bovenin de laadruimte, vooral net achter de achterbank, blijft vaak nog ruimte over. Stouw het vol vanaf de achterbank. Maak de spullen wel goed vast (vastbinden aan de hoofdsteunen is een optie), anders valt de bagage over de kinderen heen.

6 Echt geen plek meer? Probeer dan de zijkant van de laadruimte. Nog meer ruimte zit in de half verborgen vakken aan de zijkant van de laadruimte. Misschien past er wel een badmintonracket in. De EHBO-doos in dat vakje stoppen (dat is de traditionele plek) is niet handig als de auto volgepakt is.

7 Verstop niet alles in de chaos. Spullen die nodig zijn voor onderweg, moeten voor de greep liggen. Denk behalve aan jassen ook aan: paraplu’s, een bal voor in de koffiepauze. En aan de gevarendriehoek en gele hesjes voor als de auto het langs de snelweg begeeft. ‘Fluohesjes’ zijn in Nederland niet verplicht, in België wel.

8 Houd een plekje voor kleingeld. De asbak is een goede plek voor kleingeld (helaas verdwenen in veel nieuwe auto’s). Betalen bij de tolwegen gaat sneller met een creditcard. Leg die dus ook klaar, in de asbak of het dashboardkastje.