Nabestaanden van ‘1972’ hekelen gebrek aan aandacht van IOC

IOC-voorzitter Jacques Rogge was gisteren aanwezig bij de herdenking van slachtoffers van ‘München 1972’. Maar hij stemde de nabestaanden niet tevreden.

Logo van de Spelen in München ’72

De Guildhall in Londen zat gisteravond vol met hoogwaardigheidsbekleders tijdens de herdenkingsplechtigheid voor de elf Israëlische slachtoffers van de Palestijnse aanslag bij de Olympische Spelen van 1972 in München. De Britse premier David Cameron, de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle, IOC-voorzitter Jacques Rogge: allen spraken hun medeleven uit tijdens de bijeenkomst georganiseerd door het Israëlisch olympisch comité. Maar Cameron noch Westerwelle noch Rogge wil de wens van de Israëliërs inwilligen: het invoeren van een minuut stilte bij de openingceremonie van elke Zomer- en Winterspelen.

De Nederlandse Ankie Spitzer – weduwe van de in München omgebrachte schermcoach Andre Spitzer – zei gisteren onomwonden wat ze na veertig jaar strijd denkt: „Schaam u IOC. Jullie discrimineren Israëliërs, omdat we Israëliërs en joden zijn.”

Zware woorden. Spitzer weet het. „En ik haat het om te zeggen. Ik heb het woord ‘discriminatie’ nooit eerder gebruikt. Maar na veertig jaar kan ik tot geen andere conclusie komen. Het IOC blijft doof en blind. Ik kan niet meer uitleggen waarom onze echtgenotes, vaders en broers niet met een minuut stilte tijdens openingsceremonies worden herdacht. Er zijn geen excuses meer.”

Elke Zomerspelen organiseert het Israëlisch olympisch comité een herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffers van ‘1972’. Gisteren was er met Rogge voor het eerst een IOC-voorzitter bij de bijeenkomst aanwezig. Spitzer twijfelde over het nut van zijn aanwezigheid. Op de suggestie dat hij ook niet aanwezig zou kunnen zijn, zei ze: „Nee, laat hem komen. Ik wil dat hij mijn woorden aanhoort.”

Die woorden bliksemden door de statige Guildhall. Spitzer, oud-correspondent van de NOS, richtte zich rechtstreeks tot Rogge en tot lord Sebastian Coe, voorzitter van het Londense organisatiecomité. „Ik herinner me goed de opwinding bij mijn man Andre toen hij werd geselecteerd om naar de Olympische Spelen van 1972 te gaan. Waarschijnlijk hadden jullie, Jacques Rogge en lord Coe, datzelfde gevoel en dezelfde dromen. Het enige verschil met jullie was, dat onze geliefden terugkeerden in doodskisten. Maar zij waren net als jullie leden van de olympische familie. Daarom willen wij als nabestaanden dat ze herinnerd worden. Niet hier in deze mooie hal in Londen, maar in olympische kring.”

Wat vond Rogge van Spitzers zware beschuldiging? Vooralsnog niets. Gisteren wilde hij geen commentaar geven. IOC-woordvoerder Mark Adams zei dat Rogge ook later niet zal reageren. Adams verwees naar de toespraak van de IOC-voorzitter tijdens de herdenkingsbijeenkomst. Maar die hield hij voordat Spitzer het woord kreeg. Rogge verwees daarin niet naar de invoering van één minuut stilte.

Rogge was zelf olympiër tijdens de Spelen van 1972. Hij was zeiler. In die toespraak verwees de IOC-voorzitter naar zijn dilemma na de aanslag. Gaan of blijven? Hij besloot te blijven, „om het terrorisme niet te laten zegevieren”. Rogge sprak verder over het „trekken van lessen uit 1972”. „Die terreuraanslag heeft de Spelen voorgoed veranderd.” Over 2012: „Nu leven alle sporters in harmonie en vrede samen in het olympisch dorp. Die boodschap wil het IOC blijven uitdragen.”

Slappe woorden, aldus weduwe Spitzer. Die had zij ook al gehoord tijdens het gesprek dat de nabestaanden met Rogge voerden twee dagen voor ‘Londen’.

Tot verbazing van de nabestaanden van ‘1972’ was er tijdens de openingsceremonie in Londen wel plaats ingeruimd voor andere herdenkingen. De slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog werden herdacht, en de 52 burgers die omkwamen bij de bomaanslagen van 2005 in Londen – 24 duur nadat Londen de Spelen toegewezen had gekregen. Spitzer stelde vast dat er binnen de openingsceremonie wel degelijk ruimte voor herdenking is. Iets wat ze ook al had gesignaleerd in 2002 toen bij de Winterspelen in Salt Lake City de slachtoffers van 9/11 werden herdacht. Of in 2010 in Vancouver, waar werd stilgestaan bij de dood van een Georgische rodelaar.

Spitzer zal niet rusten. En als zij het strijden niet meer aankan, zal dochter Anouk, die twee maanden was toen haar vader werd vermoord, haar strijd voortzetten. Voor Rogge had ze een laatste woord: „Ik geloof dat u van binnen een goed mens bent. Maar laat dat eens zien. Luister niet naar dreigementen van een Arabische boycot, want dat is de ware reden van de weigering. Sta op en maak een moreel en historisch gebaar.”