Rood-geel-groene vlag is overal

Sinds Jamaica onafhankelijk werd, is het eiland een bron geweest voor muziek. Artiesten als Damian Marley vieren dat met een tournee.

„Ik ben hier om de dancehall- en reggaecultuur te vertegenwoordigen”, zei de Jamaicaanse vocalist Wayne Marshall, vorige week in het voorprogramma van Damian ‘Jr. Gong’ Marley in Paradiso. „Een trots moment: we zijn vijftig jaar onafhankelijk en we voelen ons goed!”

Damian Marley, de jongste zoon van Bob Marley, leidde de afgelopen dagen een groep reggaeacts langs Europese podia om stil te staan bij de onafhankelijkheid van Jamaica van Groot-Brittannië, vandaag precies vijftig jaar geleden. Het is tevens een datum die wel wordt gezien als startpunt van het ontstaan van de invloedrijke Jamaicaanse muziekcultuur.

De muzikale suprematie van het jubilerende Jamaica is van ongekende omvang. De tot de dag van vandaag hyperactieve Jamaicaanse muziekcultuur, met talloze, vaak onofficiële releases per dag en het eindeloze hergebruik van instrumentaties (riddims), is de bakermat van ska, rocksteady, reggae, dancehall en dub en tevens de oerbron van talloze stromingen in de moderne popmuziek, van hiphop tot dubstep, en de inmiddels alom aanwezige dj- en remixcultuur.

Damian Marley is wellicht het internationaal voornaamste boegbeeld van de hedendaagse muziekcultuur op Jamaica, met zijn zinderende mix van roots-reggae, hiphop en dancehall. Hij nam op zijn tour diverse acts mee van het Ghetto Youths International-label van de muzikaal actieve Marley-broers. Een van die acts, Christopher Ellis, is eveneens zoon van een reggaelegende. Zijn vader Alton Ellis was in de jaren zestig een kopstuk van de rocksteady; de muzikale overgangsfase tussen ska en reggae in.

Reggaemuziek is bij uitstek een samenspel van generaties; in de begeleidingsband van Damian Marley speelden jonge muzikanten naast een grijze percussionist en kondigde een oudere rasta enthousiast alle jeugdige acts aan. Reggaemuziek wordt door veel makers primair gezien als medium voor de verspreiding van het rastafarigeloof. Wie op Jamaica vraagt waarom Bob Marley zo belangrijk is, krijgt zelden een antwoord dat iets met muziek te maken heeft: „Him a prophet!”

De religieuze intensiteit die tot de wortels en drijvende kracht van reggaemuziek behoort, kwam tijdens het concert van de jongste Zoon van Bob in Paradiso goed tot uiting bij het optreden van de traditionele vaandeldrager die elk concert met hem meereist; een rasta die vol overgave en van begin tot eind bij alle nummers haast in trance met de rood-geel-groene reggaevlag zwaait.

Tijdens het concert kwamen de belangrijkste hoogtepunten van de jubilerende Jamaicaanse muziekcultuur voorbij: van warme loversrock tot rauwe dancehall en alles ertussenin. De in Amsterdam uitgesproken trots van Wayne Marshall is goed te begrijpen. De muziek van Jamaica en de achterliggende religie en cultuur vormen, naast de atleten die in Londen de belangrijkste olympische sprintmedailles ophaalden, het belangrijkste internationale visitekaartje van Jamaica.