Recht op alles tegelijk

Wat zijn mensen toch deugdzaam. Braaf. Rechtschapen. Edelmoedig. Moreel hoogstaand. Ze willen dat het leven veilig is en leefbaar, dat iedereen gezond is, gelukkig, werk heeft, een huis en een gegarandeerd pensioen. En geld mag geen rol spelen. Hoort u dat? Zoiets plats als geld, daar gaan we onze gezondheid en ons levensgeluk niet van afhankelijk maken.

In het afgelopen jaar heb ik het dossier gevolgd van passagiersrechten in de luchtvaart. Volgens een uitspraak van het Europese Hof van Justitie, de Sturgeonuitspraak, hebben reizigers recht op compensatie als hun vlucht meer dan drie uur vertraging heeft. Tenzij er sprake is van overmacht. Een technisch probleem geldt daarbij niet als overmacht.

Als je met je boerenverstand naar zo’n regeling kijkt, denk je meteen: ‘perverse prikkel’. Stel, een vliegtuig heeft een technisch probleem. Beroep op overmacht is niet mogelijk, vertraging kost een vermogen aan compensatiegelden: het is nogal wiedes dat de luchtvaartmaatschappij dan geneigd raakt met zo’n problematisch toestel toch maar te gaan vliegen.

Wijs je op dit mogelijke effect van de regeling, dan breekt landelijk de verontwaardiging los. Natuurlijk mag om financiële redenen niet op veiligheid worden beknibbeld, roepen de reizigers. Natuurlijk doen we dat ook niet, roepen de luchtvaartmaatschappijen. Veiligheid moet nummer één zijn, roepen de reizigers. Dat is ze ook, roepen de maatschappijen. Heus!

De stukjesschrijver van dienst, nog steeds met haar boerenverstand, gelooft er niets van. Maar ze heeft wel een oplossing. Laat de beslissing gewoon over aan de passagiers. Zeg tegen ze: „We vertrouwen het niks, dat rammeltje in de motor, maar als u wilt, vliegen we. Wilt u dat niet, dan krijgt u ook geen compensatie voor de vertraging.” Nu moeten alle betrokken bestuurders grinniken. Leuk, zeggen ze, maar zo’n oplossing is natuurlijk niet netjes. Nee, de mensen moeten 100 procent veilig kunnen vliegen. En stipt op tijd. En vrijwel voor niets. Daar hebben de mensen recht op. Op alles tegelijk.

Niet te geloven dat het kan! roept de stukjesschrijver dan verbaasd. En wat denk je? Het kan ook niet.

In feite is ‘afweging’ het sleutelwoord in het leven. Omdat niet alles tegelijk kan, zul je zulke ongelijksoortige zaken als veiligheid en betaalbaarheid en contractuele betrouwbaarheid met elkaar in balans moeten krijgen. In je privéhuishouden doe je die balansact moeiteloos. Je koopt een winterjas voor je kind, en overziet in een fractie van een seconde de prijs, de esthetiek, de gezondheidsaspecten van lang versus kort, de pedagogische toets, en ook een paar normatieve kwesties zoals eerlijke handel en rechtvaardige verdeling binnen het gezin, want hoe zit het met de jassen van je andere kinderen? Alles in een oogopslag. Die niet, zeg je. Die wel.

In de collectieve huishouding is het de politiek die op zoek gaat naar zo’n balans. Die loopt alle argumenten af en kijkt wat het beste is voor iedereen. Vindt de samenleving het belangrijk dat vliegtuigpassagiers zeshonderd euro krijgen bij vertraging door technische problemen, dan moet diezelfde samenleving bereid zijn het met de luchtvaartveiligheid wat minder nauw te nemen. Kernvraag bij al die afwegingen is hoe je het prettigst samenleeft.

Tot zover gaat alles goed. Maar er ontstaat ellende als niemand meer geïnteresseerd is in alle aspecten. Als de winterjassenbeslissing niet meer wordt genomen als een organische afweging tussen economische, ethische, pedagogische en esthetische argumenten. Als economie, esthetiek, recht en ethiek zich in plaats daarvan verzelfstandigen en elk hun eigen stokpaardjes gaan berijden. Als ze opgesloten raken in hun eigen beroepsgroepen en op hun eigen carrièrepaden; met hun eigen sociëteiten, verenigingsblaadjes, clubdassen en corporale pretenties.

Dan gaan de economen bijvoorbeeld ontkennen dat economie een sociale wetenschap is; met ideeën over goed samenleven hebben ze niets te maken, zeggen ze. In die vreemde leer leiden ze hun studenten op en voor je het weet zijn economen nare en geborneerde types geworden die De Nachtwacht willen opdelen in honderdtwintig stukken, omdat zij zo het meeste opbrengt.

Andersom wordt ethiek dan het monopolie van moralisten die zich opwerpen als verzetsstrijders, nu heel de wereld in de ban is van het geld. Héél de wereld? Nee, een klein clubje blijft moedig weerstand bieden aan de overweldigers en levert in gloeiende morele verontwaardiging vanaf een veilige afstand gratis commentaar.

Zodra je beweert dat het zinvoller is gezamenlijk op te trekken en te erkennen dat de meeste maatschappelijke problemen onder meer een economische en een ethische component hebben, schrijft iedereen je een brief om te zeggen dat ethiek en economie na Adam Smith helaas uit elkaar zijn gegroeid. Maar dat is helemaal niet zo. De moderne economische theorie leunt hevig op het ethisch utilitarisme als hulptheorie; en ethiek gaat voor een groot deel over economische problemen. Er is dus alle reden, en alle gelegenheid, gezamenlijk aan het afwegen te beginnen. En afwegen moet, want je kunt nu eenmaal niet alles hebben in het leven.