Private bankers Pirate bankers

De kloof tussen rijk en arm is onvoorstelbaar groot geworden: 91.000 superrijken bezitten eenderde van alle welvaart. Geld dat wordt verstopt.

Stel, je hebt een goedlopende webshop in kleding die je wereldwijd verkoopt. De miljoenen stromen binnen, maar je betaalt je blauw aan belasting. Dan verplaats je het hoofdkantoor toch naar Guernsey? Daar hoef je als internationaal bedrijf geen belasting te betalen. En je geld keer je uit in Nederland via een bv op Malta. Scheelt zo 15 procent. Tax planning noemen ze dat en dat mag.

Of je laat het geld op een lokale bankrekening staan en verzwijgt dat voor de fiscus. Dat mag niet. Maar het gebeurt wel, en op veel grotere schaal dan gedacht.

Door slim te plannen en te zwijgen hebben rijken wereldwijd zeker 17.000 miljard euro weggesluisd naar belastingparadijzen, schat het rapport The price of offshore revisited dat het internationale Tax Justice Network recent uitbracht. Dat is meer dan het bruto nationaal product van de VS en Japan bij elkaar.

Overheden lopen daardoor per jaar minstens 153 miljard euro aan belasting mis, meer dan het dubbele van wat de rijke geïndustrialiseerde landen samen aan ontwikkelingswerk besteden. Het is de hoogste schatting van de berg verborgen geld ooit en waarschijnlijk nog steeds conservatief. En, de berg groeit steeds sneller.

Dat geld zit vrijwel allemaal offshore, de term voor de eilandjes met geen of lage belastingtarieven zoals Guernsey of de Kaaimaneilanden, en voor de landen met bankgeheim en weinig toezicht. Het geld zit in ingewikkelde, multinationale constructies die tussen verschillende regels vallen. En het behoort vrijwel geheel toe aan een klein groepje superrijken.

Een héél klein groepje. De rijkste 10 procent van de wereldbevolking, is de schatting, bezit zo’n 84 procent van alle rijkdom. Het uiterste topje is nog extremer: 91.000 mensen bezitten samen eenderde van alle rijkdom. Dat zijn de oliesjeiks, de gasboeren, de investeerders, de mediatycoons, de vastgoedmagnaten. Ter contrast: de armste helft van de wereld bezit samen 1 procent.

Dat is een probleem, zeggen de auteurs van het begeleidende rapport Inequality, you don’t know the half of it. Hoe meer de rijken verbergen, hoe groter de economische ongelijkheid in een land wordt. Want belasting verdeelt welvaart: rijken dragen het meeste af en de staat verdeelt dat in de vorm van onderwijs, wegen, kinderbijslag.

Inwoners van landen waar de welvaart ongelijk verdeeld is – dat is uitgebreid bestudeerd – hebben grotere kans om slachtoffer van geweld te worden, drugs te gebruiken en psychisch ziek te worden. Ze klimmen minder snel op de maatschappelijke ladder en zitten vaker in de gevangenis. De economie van landen met grote ongelijkheid groeit langzamer, omdat de meeste winst naar een heel kleine groep gaat. Het gros van het land ziet er niks van, en kan dat ook niet uitgeven.

Maar dan die 17.000 miljard euro. Dat getal komt niet uit de koker van een obscuur clubje activisten. De onderzoekers, onder wie de voormalig hoofdeconoom van consultancybedrijf McKinsey, gebruikten data van de Wereldbank, de VN, het IMF, de Bank for International Settlements en diverse centrale banken. Maar het blijft een schatting. Iets onderzoeken wat verstopt is, is vrijwel onmogelijk. Wat zoek je eigenlijk? Hoe moet je zoeken? Waar? Hoe weet je dat er niet nog meer is?

Dat dwingt de onderzoekers creatief te zijn en allerlei indirecte bewijzen te verzamelen.

Zoals het gat tussen inkomen en welvaart in de VS. Uit een grote studie naar belastingteruggave-verzoeken blijkt dat het inkomen van de rijkste 1 procent was verdubbeld tussen 1980 en 2010. Het inkomen van de rijkste 0,1 procent was meer dan verdrievoudigd. En van de rijkste 0,01 procent zelfs verviervoudigd. Tegelijkertijd daalde het inkomen van de overige 90 procent met 5 procent.

Maar dan het curieuze: uit de data over geregistreerd bezit doemt een heel ander beeld op. In 1983 had de rijkste 1 procent 33,8 procent van alle rijkdom, in 2009 was dat 35,6 procent. Dat is maar een hele kleine groei, terwijl het inkomen verdubbelde. Tenzij ze dat allemaal opmaken, is het een raadsel waar dat geld blijft.

In de grote pot offshore, waarschijnlijk.

Nog zo’n bewijs: wie wonen er in One, Hyde Park, Londen?

De Britse krant The Sunday Times zocht in 2011 uit wie de eigenaren waren van de 56 peperdure appartementen aan Hyde Park, waarvan de prijs kan oplopen tot 100 miljoen euro. Vier appartementen bleken op naam van ‘echte mensen’ te staan. De rest was anoniem eigendom van trusts en fondsen in klassieke belastingparadijzen. Vijfentwintig waren gefinancierd via de Britse Maagdeneilanden, zes via de Isle of Man, vier via Guernsey en de Kaaimaneilanden, twee via Liechtenstein, één via Zwitserland, één via Liberia, één via Monaco.

Die routes behoeden de eigenaren voor allerlei belastingen in Groot-Brittannië. Het is anekdotisch bewijs, zeggen de auteurs, maar het suggereert wel dat veel kostbare eigendommen bezit zijn van offshore-constructies.

Hoeveel precies, dat blijft lastig schatten. Rijke mensen zijn niet geneigd mee te doen aan enquêtes over inkomen en bezit. En als ze al meedoen, vullen ze niet graag hun bezittingen in belastingparadijzen in.

Voormalig hoofdeconoom James Henry van McKinsey maakte eerder al zo’n schatting voor ontwikkelingsorganisatie Oxfam. Nu baseerde hij zijn berekening op betalingen, balansen van vijftig grote private banks, reserves, schulden en buitenlandse investeringen. Hij keek naar geld dat volgens de ene balans over de grens gaat en vervolgens niet op bankrekeningen of balansen in het buitenland is terug te vinden.

Keer op keer benadrukt Henry dat het probleem van belastingparadijzen in werkelijkheid waarschijnlijk veel groter is. Hij keek bijvoorbeeld alleen naar geld. Jachten, huizen, goud, kunst en racepaarden telde hij niet mee.

Het probleem van verstopt vermogen wordt pijnlijk duidelijk als je naar arme landen met grote schulden kijkt. Van de 139 landen met midden- en lage inkomens die Henry bestudeerde, bleek de elite 6.000 miljard tot 7.500 miljard euro offshore te hebben gestald. Dat was bijna het dubbele van de schulden van deze landen samen: 3.300 miljard. Het bezit is dus in handen van de rijken, schrijft hij, terwijl de gewone man via overheidsschulden de lasten draagt.

Investeren in landen waar veel kapitaal verdwijnt, is onaantrekkelijk. Ontwikkelingshulp lost er in het niets op. Wie armoede wil aanpakken, stelt het Tax Justice Network, moet belastingparadijzen aanpakken.

En dat is lastig. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft een zwarte lijst opgesteld met belastinghavens. Maar meer dan een morele plicht voor lidstaten om daar geen handel mee te drijven, vloeit daar niet uit voort. De meeste vormen van ‘belastingplanning’ zijn gewoon legaal, en sommige landen leven ervan.

Wat ook niet helpt is dat de superrijken vaak klant zijn bij banken die in de financiële crisis met overheidssteun overeind zijn gehouden. Zo’n vijftig grote internationale banken beheren samen bijna 10.000 miljard euro aan privaat geld in allerlei transnationale constructies, schrijft Henry. Dat zijn UBS, Credit Suisse, Goldman Sachs, Société General, Deutsche Bank, Citigroup, ABN Amro. En dat maakt streng toezicht lastig. Belangenverstrengeling ligt op de loer. Wil je als overheid-en-aandeelhouder die inkomsten mislopen?

Al die biljoenen verdwenen euro’s helpen nu niet mee aan het opbouwen van onderwijs in een land, aan het zorgen voor armen, aan het onderhouden van wegen en het oplossen van klimaatproblemen, sombert het rapport. En het hele offshore-netwerk van banken, adviseurs en advocaten dat met belastingontwijking is ontstaan, heeft ook nog een akelig bijeffect. Het beschermt en beheert ook het geld van de grootste misdadigers. Geld dat is verdiend met mensenhandel, drugs, bloeddiamanten, slavernij en wapens. Neem de Britse bank HSBC. Die moet nu een boete betalen omdat ze te lang niet hebben ingegrepen bij verdachte drugstransacties. Private bankers? Pirate bankers zul je bedoelen, zegt Henry.

Maar het góéde nieuws is dat er een grote pot vol geld is gevonden. En dat het duidelijk is welke vijftig banken die pot beheren.

Hoog tijd dus om werk te maken van geautomatiseerde gegevensuitwisseling tussen landen, schrijven twee leden van het Tax Justice Network in een e-mail. Hoog tijd om het bankgeheim af te schaffen. Hoog tijd om het privégeld dat anoniem bij banken wordt beheerd te gaan belasten. Kan daar mooi de schuld van arme landen mee worden betaald, en maatregelen tegen klimaatverandering en de crisis.