Pittige broodjes uit Algerije

Niet op vakantie gaan heeft zo z’n voordelen. Terwijl je buren op een veel te heet, veel te vol en veel te vuil strand liggen te verbranden, heb jij de straat, de supermarkt, de stad, de snelweg en de Nederlandse Spoorwegen voor jezelf. Man, wat scheelt dat een hoop stress. Voor alle (slimme) thuisblijvers maak

Niet op vakantie gaan heeft zo z’n voordelen. Terwijl je buren op een veel te heet, veel te vol en veel te vuil strand liggen te verbranden, heb jij de straat, de supermarkt, de stad, de snelweg en de Nederlandse Spoorwegen voor jezelf. Man, wat scheelt dat een hoop stress.

Voor alle (slimme) thuisblijvers maak ik deze zomer een culinair rondje langs de Middellandse Zee. Want zoals overal in Spanje waar Nederlanders op vakantie gaan Hollandse friet van Piet te koop is, kun je ook alle denkbare mediterrane heerlijkheden naar je eigen keuken toe halen.

Vandaag eten we Algerijns, uit het prachtige boek Bismillah Arabia van Nadia Zerouali en Merijn Tol. De auteurs vermelden de oorspronkelijke naam van het gerecht er niet bij, maar het gaat om een paprika-peperpasta die met kleine variaties ook in Tunesië en Marokko wel wordt gegeten. Erbij komt een plat brood waarvoor u fijne semolina nodig heeft, te koop bij Italiaanse, Marokkaanse en Turkse winkels.

Het brood wordt niet in de oven maar in een koekenpan gebakken en is verreweg het lekkerst wanneer je het warm eet. Maak de peperpasta dus terwijl het brooddeeg rijst of nog eerder (hij is dagenlang houdbaar in de ijskast).

Meng de gist met een halve liter warm water en wacht tot het begint te schuimen. Maak een bergje van de semolina en de bloem op een schoon werkvlak. Strooi het zout erover en meng goed. Maak een kuiltje in het midden van de berg meel en schenk hier het gistmengsel en 100 ml olijfolie in. Meng het meel, van buiten naar binnen werkend, met het water en kneed dit alles tot een iets plakkerig, maar soepel deeg.

Leg het deeg in een kom, dek af met een theedoek en laat op een warme plek 1 uur rijzen, of tot het deeg minimaal verdubbeld is.

Verdeel het deeg in kleine porties, ongeveer ter grootte van mandarijn, en druk deze plat tot kleine pizza’s. Verhit een koekenpan met dikke bodem tot hij heel heet is, schenk er een klein scheutje olijfolie in en bak de broodjes, een voor een, in enkele minuten op hoog vuur aan beide kanten gaar. Rooster voor de begeleidende pasta de paprika, pepers en knoflook in de gasvlam tot ze zwart zien en zacht zijn. Laat in een gesloten plastic zakje even afkoelen. Pel het zwarte velletje er zo goed mogelijk af en verwijder de zaadlijsten van de paprika en de pepers. Pureer alles met een staafmixer met 100 ml olijfolie en breng de pasta op smaak met zout. Besprenkel met nog wat olijfolie en serveer met de nog warme broodjes.

(Menno Steketee is deze week met vakantie)

Peperpastabrood

Voor vier tot 6 personen:

3 tl gedroogde gist

700 g fijne semolina

250 g bloem

2 tl zout

olijfolie

1 groene paprika

2 groene pepers

1 teen knoflook, ongepeld