Patenten werken niet meer

Het patentsysteem werkt niet meer, en blokkeert juist uitvinders. Herbert Blankesteijn roept op tot hervorming.

Illustratie Angel Boligan

Apple en Samsung zijn verwikkeld in een juridisch kooigevecht, met octrooien als wapens. Ze slepen elkaar over en weer voor de rechter in landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Australië, om de rechten op het uiterlijk van tablets en om octrooien op de technieken.

Als het gaat om het design van de iPad en de tablets van Samsung is het een welles-nietesspelletje. Kunnen apparaten die niets anders zijn dan een draagbaar scherm in uiterlijk verschillen? Rechters in het ene land oordelen zus, in het andere land zo.

De octrooizaken daarentegen zijn een welles-wellesspel. Voor een complex apparaat als een mobieltje of een tablet zijn duizenden octrooien relevant. Geen fabrikant kan meer zeker zijn dat zijn product geen enkel octrooi schendt. Een vastbesloten tegenstander vindt altijd wel wat.

Tussen grote bedrijven heerst daarom doorgaans een gewapende vrede. Als het eens gebeurt dat de ene partij de ander aanklaagt wegens schending van een octrooi, dan volgt al snel een tegenzaak om schending van een ander octrooi. Dit eindigt meestal met een schikking en het nemen van licenties over en weer. De prijs van het voeren van dit soort zaken tot het gaatje is mutual assured destruction, met het advocatendom als lachende derde.

Tussen Apple en Samsung is zo’n vernietigingsoorlog uitgebroken. De onverzoenlijkheid waarmee wordt gevochten, is mogelijk terug te voeren op het karakter van wijlen Steve Jobs, die het concurrerende Androidsysteem (waar de Samsung-producten toe behoren) in zijn postuum verschenen biografie een „thermonucleaire” oorlog beloofde.

Zo wordt zichtbaarder dan ooit wat een molensteen om de nek van het bedrijfsleven het octrooisysteem is geworden. De relatie met het beschermen van uitvindingen en het belonen van uitvinders is zoek. Weinig uitvinders in hun garages kunnen zich de kosten permitteren van een octrooi, laat staan van het aanpakken van een groot bedrijf dat een octrooi schendt.

Grote bedrijven op hun beurt hebben octrooien nodig, anders zijn ze een schietschijf voor concurrenten die ze wel hebben. Google, dat nog niet veel patenten toegekend heeft gekregen, kocht vorig jaar Motorola voor 12,5 miljard dollar, vooral om de portfolio van 17.000 octrooien en 7.500 lopende aanvragen. Facebook kocht dit voorjaar 650 octrooien van Microsoft voor 550 miljoen dollar – bijna een miljoen per octrooi.

Dus waar het octrooisysteem geen serieuze bescherming biedt aan kleine innovatieve bedrijven, levert het grote innovatieve bedrijven vooral buitensporige lasten op – niet om eigen uitvindingen te beschermen en daarvoor een fatsoenlijke return on investment te krijgen, maar om mee te kunnen doen aan een idiote wapenwedloop. Dit geld zou beter gebruikt kunnen worden, bijvoorbeeld om uitvinders te werk te stellen en mooie producten op de markt te brengen.

In het duel tussen Apple en Samsung zien we hoe de functie van octrooien verder degenereert. Ze dienen niet eens meer om licentiegeld af te dwingen of om daartegen een verdediging op te werpen, maar om de ander te verbieden een product te maken. Op zichzelf is dat de essentie van het octrooirecht, maar aangezien in moderne producten altijd wel wat te vinden is, zullen hele markten vastlopen als dit de praktijk wordt. Niet meer, maar minder innovatieve producten bereiken de consument.

Het octrooirecht is dringend aan hervorming toe. Octrooien krijgen moet moeilijker worden, opdat er minder octrooien gelden voor één product. Het moet onmogelijk zijn het gebruik van een gepatenteerde techniek te verbieden. Iedereen die een redelijk bedrag betaalt, moet een licentie kunnen krijgen.

Wat is er eigenlijk tegen een wereld zonder octrooien? Het doel, innoveren lonend maken, wordt allang niet meer gediend.

Herbert Blankesteijn is publicist.