Overal hetzelfde liedje: burgers naïef, banken creatief

Toen ik in 2005 voor het eerst in Roemenië kwam, vertelde een Roemeense journalist me tijdens een autoritje door Boekarest hoe overrompeld ze zich had gevoeld door de marketingtechnieken van banken uit West-Europa. Waaronder ING en ABN Amro, die na de val van het communisme de Roemeense markt hadden bestormd. Opeens werd ze thuis rond etenstijd gebeld, door mensen die geld aanboden.

Wie zegt daar nee tegen? Zeker als het aanbod voor krediet komt van een westerse bank, niet van een woekeraar uit eigen kring. Westerse multinationals boezemden in de Europese periferie jarenlang vertrouwen in. Ze kwamen uit landen waar de standaarden hoger liggen. Hadden strakke moderne kantoren. Begrepen de spelregels van de globale economie, in tegenstelling tot veel onder het communisme opgeleide economen.

Banken zijn al jaren het gezicht van de EU. Dat Roemenië EU-lid zou worden was af te lezen aan de vele nieuwe bankfilialen. Lid van de Schengenzone is het land nog altijd niet, maar tachtig tot negentig procent van de kredietmarkt is al lang en breed in buitenlandse handen.

In vrijwel alle landen waar ik over schrijf, hoor ik vergelijkbare verhalen. Burgers waren naïef, banken bijzonder creatief. In Hongarije sloten rond de EU-toetreding honderdduizenden optimistisch gestemde gezinnen gevaarlijke hypotheken af in Japanse yen of Zwitserse franken, zonder zich de betekenis van de kleine letters in het contract te realiseren. Daarin stond dat al het risico voor hen was. De bank kon het contract aanpassen en de rente veranderen.

Geen financiële bijsluiter. Geen sterke overheid, autoriteit financiële markten of desnoods consumentenbond die de banken – die megawinsten wegsleepten – een strobreed in de weg legden. Met geld omgaan leerde en leer je niet op school.

In Griekenland bulkten banken voor het begin van de globale schuldencrisis van het kapitaal, dat ze wilden vermeerderen door het rond te pompen. Bij iedere aanbieding kreeg je een ‘gratis’ creditcard. Veel Grieken hebben er een stuk of tien, ze kwamen ongevraagd met de post.

De mooie schnabbel van een Servische vriend, acteur en vertaler, is veelzeggend. Hij is een van de hoofdpersonen in een reeks reclames van een Franse bank. Wat hij over de ‘euribor’ en wisselkoersen moet vertellen begrijpt hij zelf ook niet helemaal. Maar duidelijk is: de buitenlandse banken komen eraan.

Servië is nog maar net EU-kandidaatlid. De onderhandelingen over toetreding kunnen nog vele jaren in beslag nemen. De politieke obstakels zijn talrijk. Maar aan de billboards en reclames voor kredieten kun je afleiden: dit land gaat de buren achterna.

Correspondent Zuidoost-Europa