Oldtimers: zowel mooi als vies

In Zeewolde vormden ze afgelopen weekend een bezienswaardigheid: tweehonderd oude Citroënbusjes. Op een evenemententerrein vierden de eigenaars het 65-jarig bestaan van de Citroën HY. En ze bespraken de recente suggestie van het Planbureau voor de Leefomgeving om oldtimers met ingang van 2015 te weren uit de bebouwde kom. Door het instellen van milieuzones zou de uitstoot van stikstof en fijnstof in vooral de binnensteden worden teruggedrongen.

Staatssecretaris Atsma (Milieu, CDA) kondigde aan dat hij serieus zal kijken naar deze aanbeveling, in overleg met zijn collega Weekers (VVD), de staatssecretaris van belastingzaken. Het weren van oude auto’s om vervuiling tegen te gaan, is een mogelijkheid. Maar nog veel logischer is het die vervuiling om te beginnen van overheidswege niet te stimuleren. Dat laatste gebeurt nu juist wel, dankzij fiscale vrijstellingen waarvan eigenaars van oldtimers (en oude motoren) genieten.

Door geen motorrijtuigenbelasting te heffen op oldtimers en ze ook te vrijwaren van een brandstoftoeslag, helpt de overheid bij de instandhouding van een aardige hobby: oldtimers als rijdend museumstuk op de openbare weg.

Maar deze regeling, die nu nog geldt voor auto’s die 25 jaar of ouder zijn, is uit de hand gelopen. In 2011 reden er van zulke auto’s een kleine 550.000 op de wegen rond. In toenemende mate gaat het om auto’s die naar Nederland zijn geïmporteerd. Denk aan oude Mercedessen en BMW’s. Belastingontwijking is vermoedelijk voor veel eigenaars een belangrijkere overweging dan de instandhouding van mobiel erfgoed.

Het kabinet heeft al een maatregel genomen om deze import minder aantrekkelijk te maken. Met ingang van dit jaar wordt de leeftijdsgrens voor de auto’s geleidelijk verhoogd, waardoor in 2021 een minimum van dertig jaar oud als voorwaarde geldt voor de fiscale voordelen.

Maar het rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving heeft Atsma verder aan het denken gezet. Terecht vindt hij het onlogisch om enerzijds automobilisten tot investeringen in nieuwe, schone auto’s aan te zetten en tegelijkertijd de import van „vieze, oude auto’s” in stand te houden. Het succes van de ene regeling wordt zo door de andere deels tenietgedaan. Het ligt dus voor de hand om de belastingvoordelen af te schaffen. Zoals het ook logisch is om voertuigeisen te stellen die vervuiling verminderen. Iedereen is zijn hobby gegund, maar er is een grens aan de mate waarin dat ten koste van andere burgers mag gaan.