Niet iets beter, maar veruit de beste

De medal race moet nog komen, maar Dorian van Rijsselberghe is al zeker van goud. Een unieke prestatie van de windsurfer.

Redacteur Olympische Spelen

Weymouth. Midden in zijn tiende race stuurde Dorian van Rijsselberghe (23) gistermiddag zijn board plotseling richting strand. Met een grijns op zijn gezicht stak hij even vrolijk zijn hand op naar de rest van het ploeterende veld, en weg was hij. Mission accomplished. Hij had zijn vrije middag eerder in de regatta al verdiend.

Na zes zeges, twee tweede plaatsen en één derde had de beste windsurfer ter wereld te pakken waarvoor hij naar de olympische wateren rond Weymouth gekomen was. Zijn voorsprong op de ‘concurrentie’ was zo groot dat hij morgen in de medal race – de wedstrijd waarin normaal gesproken de medailles worden verdeeld – alleen maar hoeft te starten. De gouden medaille in de RS:X-klasse ligt voor hem klaar aan de finish.

De unieke prestatie van Van Rijsselberghe – nog nooit werd een zeiler olympisch kampioen voor de start van de afsluitende medal race – bracht Nederland het eerste olympisch goud in het zeilen sinds 1984. Hij trad in de voetsporen van een andere windsurfer: destijds was Stephan van den Berg bij Long Beach de sterkste, op een Windglider.

Met zijn lang verwachte titel is Van Rijsselberghe de eerste olympisch kampioen van Texel – en voorlopig de laatste olympisch kampioen windsurfen. De discipline wordt in 2016 ingeruild voor het kitesurfen. Jammer, vindt Van Rijsselberghe, die zijn titel vierde zoals hij de hele week had gezeild: kalm, beheerst en tevreden. „Dit is het laatste olympische surftoernooi. Ik had graag nog vier jaar willen varen. Maar als het moet kan ik omschakelen naar kitesurfen.”

Van Rijsselberghe was door chef de mission Maurits Hendriks uitgekozen als vlaggendrager voor de Nederlandse olympische ploeg, omdat de Texelaar kon dienen als een bron van inspiratie voor de Nederlandse jeugd. Een betere keuze had hij, zeker ook achteraf, niet kunnen maken. Van Rijsselberghe bezit alle eigenschappen waaraan een moderne sportheld moet voldoen: volledig toegewijd aan de sport, serieus als het moet en ontspannen zodra het kan, toegankelijk voor iedereen en bovenal gezegend met de mentaliteit van de ware kampioen. Winst of verlies – hij wordt er geen ander mens van.

Op het moment dat het erom ging leverde Van Rijsselberghe de allerbeste prestatie uit zijn leven. „Ik kan me niet herinneren dat ik ooit in mijn leven zo’n grote voorsprong heb gehad.” Zijn geheim? Je niet gek laten maken door de omgeving. Waar anderen zwichten onder de druk van de olympische ringen, slaagde Van Rijsselberghe erin de olympische regatta te varen als elke andere race. „Moet je hier om je heen kijken”, zei hij zaterdag. „Dit is toch net een World Cup? Alleen staat de pers nu achter een hek.” Weymouth of Paal 17 op Texel, voor hem is er geen verschil.

Drie jaar lang bereidde hij zich voor in Weymouth, vanuit de villa die uitkijkt over ‘zijn’ olympische baai. „We hebben erg geoefend om de routine erin te houden, met alle wedstrijden, wereldbekers, het pre-olympische toernooi vorig jaar. Elke keer dezelfde dingen doen.” En, misschien wel zijn handelsmerk: genieten van het bevoorrechte leven dat hij leidt.

Veel credits geeft hij aan zijn Nieuw-Zeelandse trainer Aaron McIntosh, zelf drievoudig wereldkampioen op de Mistral en winnaar van olympisch brons in 2000 (Sydney). „We hebben ons erg gefocust op een exceptioneel goede uitvoering van de simpele dingen”, zegt McIntosh. „Terwijl Dorian dat hier doet, maken anderen foutjes. Daarom zijn wij 95 procent van de tijd aan zet.”

McIntosh ontdekte Van Rijsselberghe in 2007, toen hij een vijfdaagse clinic gaf aan toenmalig wereldkampioen Casper Bouman en diens piepjonge, onbekende sparringpartner van Texel. McIntosh: „Ik was ondersteboven van die jongen. Alles wat ik hem vertelde zoog hij op als een spons. Hij wilde zó graag leren.”

Een jaar later, na de Spelen van Peking, ging McIntosh met hem werken. De successen kwamen snel. Niemand in de surfwereld bleek meer allround dan Van Rijsselberghe. „Dorian doet alles een half procentje beter dan de rest: tactisch, technisch, fysiek. Dan ben je ineens een paar procent beter dan de rest.”

Toch verraste de leerling zelfs nog de leraar. „De momenten van virtuositeit die ik de laatste jaren bij Dorian heb gezien gingen meestal over zeven races. Hier op de Spelen was hij negen races briljant. Hij maakte geen fouten, zeilde de golven uit de zee. Hij was kalm, rustig en wist precies wat hij deed. Dat is zijn karakter. Hij is een vechter en een winnaar. En dit was zijn week.”