Listige crackerliefhebber

Op vrijdag zag ik een filmpje, gemaakt met een telefoon, opgenomen in een Britse dierentuin. Het toonde een chimpansee die gebaarde naar de dikke glaswand die hem scheidde van zijn bezoekers. Hij wees naar het glas, raakte met een uitgestrekte vinger zijn handpalm aan, liep heen en weer. „Hij wil dat we het raam omhoog doen,” roept iemand opgewonden. „Kijk, hij gebaart naar een bout.” Een vrouw op de achtergrond giechelt onophoudelijk. Een man zit vlak voor het glas en kopieert met zijn eigen handen de gebaren van de aap. „Dat kunnen we niet doen, vriend,” antwoordt een ander. Er klinkt nog meer gelach. De tekst bij het filmpje: chimpansee vraagt bezoekers om hulp bij ontsnapping.

Ik zag het en dacht: aha. The beginning of the rise of the planet of the apes is aangebroken. Nog even en deze chimpansee staat buiten, bijt iemands oren eraf, trekt een harnas aan, schaakt Bubbles als zijn bruid en begint een oorlog, waarbij zíjn jongens te paard vier kalasjnikovs tegelijkertijd kunnen vasthouden.

Maar het was voornamelijk bijzonder deprimerend, het idee dat een chimpansee via bezoekers naar vrijheid zocht. Het veranderde ‘een fijne omgeving met gras, een middelgrote zandheuvel en zeker vier bungelende autobanden aan een touw ter vermaak’ in ‘dit is een kooi en ik weet het’. Het voelde als op een ochtend beneden komen en in het kattengrit geschreven zien staan: IK HAAT JE EN IK WIL NAAR BUITEN. WIE HOUDT ER NOU EEN KAT OP 2 HOOG? Of dat je een briefje vindt in een melkpak: HELP ME IK WORD VASTGEHOUDEN IN EEN MELKFABRIEK – BELLA37859. Zodra dieren over een soort menselijk bewustzijn lijken te beschikken, wordt het moeilijk. Ik heb wel eens een verhaal gehoord over bewoners van een Tanzaniaans dorp die veel overlast hadden van een groep orang-oetans. Ze groeven valkuilen voor ze en maakten de gevangen beesten af, maar er was een gezegde: kijk een orang-oetan nooit in de ogen. Ze schenen zo’n menselijke blik te hebben, dat je ze daarna niet meer kon doden zonder er een diep schuldgevoel aan over te houden.

Want daar gaat het natuurlijk toch om: het gevoel van menselijkheid. Op zondag keek ik nogmaals naar het filmpje. Gedurende het weekend was er van alles veranderd: volgens de meeste mensen zocht de chimpansee helemaal niet naar medeplichtigen voor een uitbraak, maar gebruikte hij gebarentaal om de aandacht te vestigen op de cracker die zich voor de voeten van de bezoeker bevond. Hij wilde geen nagelvijl in een cake, hij wilde gewoon de cake. De crackertheorie leek te kloppen, de chimpansee maakte zelfs een gebaar naar zijn mond, en de glaswand zag er inderdaad helemaal niet uit alsof die open kon. Opeens was de aap geen gevangene meer, maar een listige crackerliefhebber die bovendien over zijn bezoekers leek te denken ‘Mijn god, wat zijn ze dóm. Elke verwantschap berust op louter toeval, echt waar.’ Er zijn bepaalde wetenschappelijke manieren om het gedrag van dieren te interpreteren. Maar wij, de leken, zien uiteindelijk zoveel als we willen zien.