Kleine vos meest gesignaleerde vlinder

De kleine vos is de meest gesignaleerde vlinder in de Nederlandse tuinen. De dagpauwoog eindigde op de tweede plaats, gevolgd door de atalanta. Dat meldt de Vlinderstichting. Afgelopen weekeinde werd voor de vierde keer de landelijke tuinvlindertelling gehouden, waarbij mensen een kwartier lang het aantal vlinders in hun tuin moeten bijhouden.

De stichting ontving via internet meldingen uit ruim tweeduizend tuinen in Nederland – een record. In totaal werden 29.445 vlinders geteld, wat neerkomt op 14,5 vlinders per tuin. In bijna een kwart van de gevallen ging het om de kleine vos (Aglais urticae), een oranje vlinder met zwarte en gele vlekken op de voorvleugel en blauwe spikkels op de achterrand. De onderkant van de vleugel is donkerbruin. De kleine vos, die ook vorig jaar op de eerste plaats eindigde, voedt zich met nectar van verschillende planten.

Het aantal vlindersoorten per tuin nam met een gemiddelde van 5,1 toe ten opzichte van vorig jaar, toen 4,3 soorten per tuin werden geteld. Toch maakt de Vlinderstichting zich enigszins zorgen, omdat het gemiddeld aantal vlinders per tuin is afgenomen in drie jaar: van 25,2 (2009) tot 14,5 (2012). Behalve het relatief koude en natte zomerweer heeft de vlinderpopulatie ook steeds meer last van de ‘verstening’ van Nederland. Steeds meer tuinen bestaan uit tegels met gazons in plaats van bloemen en nectar.

De dagpauwoog (Inachis io) eindigde dit jaar hoger dan voorgaande jaren. Deze vlinder, voorzien van een dieprode kleur en een grote blauwe oogvlek op elke vleugel, overwintert en komt in het voorjaar als een van de eerste tevoorschijn. De dagpauwoog werd dit jaar ruim vierduizend keer gesignaleerd.