In Brixton moet Bolt concurreren met Bob Marley

In de Londense wijk Brixton, waar veel Jamaicanen wonen, viel het jaarlijkse straatfeest samen met de sprintfinale. „Bolt vertegenwoordigt het Jamaica van nu.”

Nog geen tien seconden is het heel, heel stil in Brixton. In bomvolle pubs, winkeltjes, een bioscoop. Iedereen staat in de Londense wijk voor de televisie. Hier zit het thuispubliek van Usain Bolt.

Geklemde vuisten, ingehouden adem, een zacht ‘come on, come on, come on’. En dan: ontlading, gejuich, gelach, getoeter. Er wordt gebeld met andere Jamaicanen. „Gezien?” „Ja, gezien.” „Kun je je voorstellen hoe Jamaica zojuist is ontploft?”, vraagt iemand.

Het was gisteren de hele dag feest in Brixton. Niet vanwege Bolts gouden medaille. Of Yohan Blakes zilveren. Die werden pas laat in de avond gewonnen. Brixton vierde de jaarlijkse Brixton Splash, een straatfeest dat dit jaar ook nog eens samenviel met de vijftigjarige onafhankelijkheid van Jamaica.

Electric Avenue staat ’s middags al blauw van de barbecuerook. De geuren van jerk chicken en gefrituurde bakbanaan vermengen zich met wiet. Er wordt gedronken. Hard. En nog harder gedanst op de opzwepende reggae die er in de kleine straatjes wordt gedraaid. De bas-tonen doen de ruiten trillen. Politieagenten staan in groten getale met de armen over elkaar te kijken – vorig jaar eindigde de Brixton Splash in rellen, dezelfde die elders in Londen ook dagenlang voor onrust zorgden.

Nu wordt er alleen gefeest in Brixton. In 1948 vestigden de eerste Jamaicaanse migranten zich hier, rondom het arbeidsbureau in Coldharbour Lane. Ze kwamen met het schip Windrush, wat vorige week tijdens de openingsceremonie van de Spelen nog werd gememoreerd. Ze zouden maar een paar jaar blijven. Intussen is 7 procent van de Londenaren van Jamaicaanse afkomst.

Maar natuurlijk draait het óók om Bolt. Je hoort zijn naam in de af- en aankondigingen van de dj op Windrush Square. Je ziet hem op posters achter ramen. En op talloze groengele T-shirts, die vooral onder kleine kinderen gretig aftrek vinden. Bolt moet bij de oudere generaties concurreren met die andere Jamaicaanse legende: reggaezanger Bob Marley.

„Ze vertegenwoordigen beiden onze cultuur”, zegt de 21-jarige T-shirtverkoper Shane Heslop. „Marley onze artistieke en emotionele kant, Bolt onze fysieke kant.” En meer dan Marley is de sprinter een rolmodel voor de jeugd, zegt hij. „De Spelen waren tot Bolt voor jongen zoals ik niet aantrekkelijk. Hij heeft een charme, een air, waar ik me mee verbonden voel. Zo’n Michael Phelps, die is veel te serieus.”

„Bolt vertegenwoordigt het Jamaica van nu”, zegt ook Delroy White (35). Hij is aan het begin van de avond al schor van het aanmoedigen van Bolt tijdens de halve finale. „Je ziet hoe hij al iemand als Yohan Blake heeft weten te inspireren. Die vastberadenheid, die honger naar winnen, dat zal Jamaica motiveren.”

Wordt er ook gejuicht voor de Britten? Brixton is volledig groen-geel gekleurd. Bijna nergens hangt de Britse vlag. Elders in de stad lopen er nog meisjes met Britse vlaggetjes op de wangen, in Brixton zijn de nagels ook groen en geel, net als de jurken. Whites vriend Gary Power (43) draagt een T-shirt met de tekst ‘I may live in Britain, but I am 100 percent Jamaican’. Ze ratelen de Britse atletiekwinnaars op: Mo Farah, Jessica Ennis, zilver voor Christine Ohuruogu.

Maar die halen het niet bij Bolt en Blake.