Iedere avond drie uur nieuwe muziek

Nederlandse muzikanten staan in de rij om mee te spelen in Jam de la Crème. Vanaf vanavond ‘jamt’ het improvisatiecollectief ieder avond op het grote Hongaarse muziekfestival Sziget.

De Jam de la Crème-sessie afgelopen april op het Life I Live festival in Den Haag, waar veel leden van Kytemans Kytopia meespeelden. Foto Eric van Nieuwland

Een populariteitsindicatie was de vorige week gehouden zesde editie van het Jam de la Crème Festival al: tegen de honderd muzikanten improviseerden op twee podia op het Scheveningse strand. Zonder setlist, vrij van afspraken en als het even kon gingen muzikale ego’s ook overboord. Jam de la Crème, een speelse exercitie van talent, passie en experiment, is ‘hot topic’ in de muzikantenscene. Steeds meer muzikanten melden zich ervoor aan.

Morgen presenteert het muzikantencollectief Jam de la Crème zich op een van de grootste en populairste muziekfestivals van Europa: Sziget, op het Obuda-eiland in de Hongaarse hoofdstad Boedapest. In de ‘grootste jamsessie van Nederland’ gaan pop- en jazzmuzikanten uit bands van Kyteman, Di-Rect, Anouk, Caro Emerald, The Deaf, Tin Men & The Telephone, Janne Schra, Yuri Honings Wired Paradise, Jungle By Night, Roosbeef en Kernkoppen op het ‘Holland meets Hungary Stage’, al dan niet met lokale musici, dagelijks drie uur jammen.

Jazzbassist Mark Haanstra (Wired Paradise) kijkt ernaar uit. „Een geweldige gelegenheid om in aanraking te komen met musici uit verschillende genres”, zegt hij. Haanstra laat zijn roadtrip door Europa speciaal eindigen op het Sziget-festival. „De uitdaging is samen iets gemeenschappelijks te vinden voor een groot publiek.”

Jam de la Crème, in 2010 winnaar van de Haagse Popprijs voor ‘Beste Haagse initiatief’, brengt artiesten uit verschillende hoeken van de muziekscene bij elkaar. Op zijn eigen jaarlijkse festival, maar ook op Oerol, Crossing Border en Elb Jazz in Duitsland, worden dj’s en musici uit de afrobeat, electro tot garagerock, ‘spontaan’ aan elkaar gekoppeld. Zo deelt de ervaren jazzmusicus het podium met de jonge punkdrummer.

Improviseren, zegt organisator en tevens The Deaf-bandlid Janneke Nijhuijs vlak voordat de trein naar Boedapest wordt genomen, is misschien wel de meest sensitieve manier van musiceren. „Alles draait om chemie, elkaar aanvoelen en luisteren want er zijn geen muzikale afspraken om op terug te vallen, die ontstaan tijdens het spelen.”

Doordat ieder uit zijn repertoire stapt, wordt opnieuw gecreëerd. De spanning is groot, er staat zeker vlak voor ze opmoeten best wat druk op. Dat kan bijzondere muziek opleveren, vult medeorganisator Evelien Zwart aan.

Geschoold of autodidact. Jong of oud. Allerminst willen organisatoren Zwart en Nijhuijs van de ‘muzikantenpolitie’ zijn, maar de selectie van muzikanten geschiedt op basis van een ‘open’ houding. Je hebt je immers vooral te voegen in het collectief en een jamsessie is zowel vurig als grillig.

Maar de spanning die ontstaat tussen verschillende stijlen en karakters kan ook een ‘creatieve clash’ veroorzaken. Hier vanuit kunnen nieuwe sounds en samenwerkingen ontstaan. Een voorbeeld daarvan is Janneke Nijhuijs zelf met haar rockband The Deaf. Die ontstond op de eerste editie van het Jam de la Crème festival. „Die sessie met gitarist/zanger Spike (Di-Rect) en drummer Kit Carrera was zo gaaf dat we het er niet bij wilden laten zitten.”

Vooral in het verrassingseffect schuilt de aantrekkelijkheid – niemand weet hoe het gaat klinken en geen sessie is hetzelfde. Maar ook publiek, sfeer en omgeving beïnvloeden de muziek. De uitnodiging voor het zomerse Sziget-festival liep via de Nederlandse promotor Elroy Thümmler die het zag als een mooie uitwisseling. De dertig muzikanten zijn naar Hongarije afgereisd op bijdrages van Music City the Hague, het Fonds Podiumkunsten en The Hague Music Export.

Op Sziget bewaken vier muzikale leiders de grote lijn in de jamsessies en houden de structuur in improvisaties in het oog. Dat is nodig om chaos te voorkomen, zoals bijvoorbeeld op theaterfestival Oerol waar enthousiastelingen spontaan het podium opsprongen. En juist het tegenovergestelde is ook zeker niet de bedoeling: niets vervelender dan een futloze, onsamenhangende improvisatie zonder kop of staart, waar iedereen zijn eigen kunstje staat te doen.

Een van de sessieleiders is de bassist van de band Tin Men & The Telephone, Lucas Dols. Hij beschouwt zich als een soort ‘producer’ van de band, want: „Je voegt muzikanten toe, laat ze wisselen of stuurt ze het podium op met een muzikale opdracht. Dat kan zijn dat ze de groove moeten veranderen of een energieboost moeten geven aan de band.”

Het grote verschil met andere jam- en sessieavonden, wekelijks in het land – de bassist voert ook de jamsessie in café Nel op maandag in Amsterdam aan – is volgens Dols dat er bij Jam de la Crème in principe geen ‘liedjes’ worden gespeeld die iedereen van tevoren kent. „Bij jazzmuzikanten is het heel gebruikelijk om standards te spelen in een jam”, geeft Dols aan, „maar er zijn dan altijd wel vaste patronen, zoals het ritme en een akkoordenschema. Als popmuzikanten gaan jammen is er vaak de neiging om heel lang te blijven jammen op een akkoord en allemaal te soleren, terwijl het voor het publiek saai en eentonig is.”

Lucas Dols is vastbesloten „iedereen op scherp te zetten”. „Niemand weet van tevoren wat er gaat gebeuren. Ik probeer de kwaliteit te halen uit ongewone combinaties van muzikanten.”