Hossen

Qua feestvieren ben ik een van de meest cynische mensen op aarde. Je ziet het er niet aan af, maar ik sta vrij sceptisch op feestjes. Vooral op feestjes met heel veel mensen en waarbij je verplicht uit je dak moet gaan. Carnaval bijvoorbeeld, dat is niet aan mij besteed. Die massale hysterie, dat joviale ‘haak maar lekker in, zak maar lekker door’, daar word ik altijd verschrikkelijk tegendraads van. Ik haak niet in op commando, en lekker doorzakken doe ik ook alleen op eigen initiatief, niet wanneer één of ander lied het me opdraagt.

En van die dj’s die tussen het hitjes draaien door de menigte opdragen om lekker de handjes in de lucht te doen, die haat ik ook echt. Doe lekker zelf je handjes in de lucht, sukkel. Vertel me niet wat ik moet doen. Zorg er maar voor dat de muziek me aan het dansen maakt, maar ga niet als een soort volksmenner me allemaal opdrachten geven om de sfeer een beetje op te krikken.

Nu klink ik een beetje alsof ik op elk feestje als een Waldorf, dan wel Statler op de dansvloer sta, maar dat is niet zo. Zo lang de dj me niks vraagt, ben ik een vrolijk mens.

Maar desalniettemin was ik sceptisch toen ik hoorde dat ik naar het Holland Heineken House op de Olympische Spelen in Londen mocht. De beelden die ik daarvan had gezien, stemden me niet vrolijk. Allemaal mensen in gekke oranje outfits, een dj die allemaal uitgekauwde liedjes draait en veel inhakerijen.

Niet mijn kop thee.

En toch stond ik er. En daar, staande in het Holland Heineken House, gebeurde er iets met mij. Misschien lag het aan het feit dat die dag heel weinig gegeten had, maar het Holland Heineken Huis heeft van mij een erkend hosser gemaakt. De dj vroeg me om mijn handjes in de lucht te doen, en ik gehoorzaamde als een kerkganger die naar haar dominee luistert. Terwijl Henk Grol en de Holland Dames 8 werden gehuldigd veranderde ik van een hos-hater in een hos-lover. Ik wilde het liefst met iedereen in een polonaise, een polonaise die nooit meer zou stoppen.

Waardoor het kwam: ik hoste voor mensen die het verdienden. Voor sporters die zoiets moois hadden bereikt dat het kippenvel me duimendik op de armen stond. Daar gooide ik met liefde mijn handjes voor in de lucht. Ook al druist het in tegen alles waar ik voor sta.