Hiroshima-herdenking tegen kernenergie

Japan herdenkt vandaag de atoombommen die in 1945 op Hiroshima en Nagasaki vielen. Tegelijkertijd groeit in Japan de weerzin tegen civiele kernenergie.

Japan moet veilige energiebronnen ontwikkelen. Misschien is dat uit de mond van een Japanner geen opzienbarende aansporing, na de tsunami en de ramp bij de kerncentrale van Fukushima vorig jaar. Maar wel een opmerkelijke als ze wordt gedaan door Kazumi Matsui, burgemeester van Hiroshima. Vandaag werd herdacht dat daar 67 jaar geleden de atoombom viel.

De toespraak van de burgemeester onderstreept het directe verband dat in het Japanse debat wordt gelegd tussen civiele kernenergie en kernbommen. ‘No more Fukushima. No more Hiroshima’ schreeuwden demonstranten vorig jaar juni al tijdens de eerste protestmars in de stad Fukushima.

Nu de druk toeneemt om kernenergie uit te bannen in Japan, wakkert ook een lang sluimerende discussie in tegenovergestelde richting aan. Zou het niet beter zijn dat Japan, met buren als Noord-Korea en China, een kernwapen heeft, vragen conservatieve politici zich af.

Officieel houdt Japan zich aan zijn ‘drie anti-nucleaire principes’: het niet bezitten, niet produceren, en niet toelaten van kernwapens op Japans grondgebied. Maar door het grote aantal kernreactoren, en de hoge technologie van het land, is altijd de suggestie gewekt dat Japan kernwapens kán maken, indien nodig. Het was een latente dreiging voor buurlanden die Japanse diplomaten nooit hoefden te benoemen. „Het hebben van kerncentrales laat andere landen zien dat Japan kernwapens kan maken”, zei oud-minister van Defensie, Shigeru Ishiba, onlangs tegen het Amerikaanse persbureau AP.

De discussie is niet nieuw. In de jaren zestig besprak Japan achter de schermen of het kernwapens moest aanschaffen. De latere premier Yasuhiro Nakasone liet al in 1970, als hoofd van het Agentschap van Defensie, het huidige ministerie van Defensie, een geheim onderzoek uitvoeren. De conclusie was dat Japan binnen vijf jaar kernwapens kon ontwikkelen, maar dat de Amerikaanse nucleaire paraplu voorlopig voldoende bescherming bood.

Tot dusver werd ontkend dat zulke beraadslagingen überhaupt plaatsvonden. Die schuchterheid begint nu te verdwijnen. Vorig jaar schreef het grote conservatieve dagblad Yomiuri Shimbun dat Japan kernenergie moest behouden omdat de voorraden plutonium „diplomatiek werken als nucleaire afschrikking.”

Wat waarnemers echter vooral opviel, was dat het parlement twee maanden geleden de uit 1955 stammende ‘wet voor kernenergie’ aanpaste. Het voegde nationale veiligheid toe als één van de redenen voor gebruik van kernenergie.

Tegenstanders van kernwapens zien gevaar. Daarom was de rede vanochtend van de burgemeester van Hiroshima veelbetekenend: liever helemaal geen kernenergie.