Extreem rechts op de Spelen

Het Olympisch Handvest is geschreven door idealisten die naar een vreedzame wereld zonder discriminatie streven, waarin iedereen solidair is met iedereen. Gloedvolle tekst.

De werkelijkheid is vaak een stuk rauwer, zeker nu ook het politiek extremisme tot de Spelen is doorgedrongen.

Zo moest de Griekse hink-stap-springster Voula Papachristou, sympathisante van de extreem-rechtse Gouden Dageraad (‘Grieken eerst!’), thuisblijven na een tweet waarin ze denigrerende opmerkingen over Afrikaanse atleten had gemaakt.

Het beroemdste politieke statement staat op naam van de zwarte Amerikaanse hardlopers Tommie Smith en John Carlos (goud en brons op de 200 meter), die in 1968 hun sympathie voor Black Power tot uitdrukking brachten. In zwarte sokken, met gebogen hoofd en een gebalde vuist die in een zwarte handschoen was gestoken, stonden op het podium in Mexico City. Ze moesten daarna meteen het olympisch dorp verlaten, maar werden later gerehabiliteerd.

Of dat laatste ook de blonde Duitse roeister Nadja Drygalla staat te wachten, is nog de vraag. Zij werd vrijdag bij de Spelen weggestuurd wegens haar omgang met een politicus van de extreem-rechtse NDP (‘Duitsers eerst!’), die ook een van de leidende figuren is bij de Nationale Sozialisten Rostock.

Dat is in Duitsland een flinke rel aan het worden, met beschuldigingen over en weer van politici en sportbestuurders. Wie wist wat en wie niet? Feit is dat Drygalla wegens haar omgang met al te foute Duitsers al in 2011 haar baan bij de politie kwijtraakte. Een jaar later bleken haar denkbeelden het Duitse olympisch comité pas teveel, nadat ze al was uitgeroeid: met de vrouwenacht werd ze zevende in de finale.

Alle Menschen werden Brüder, , schreef Schiller in zijn Ode an die Freude. Het was het volkslied van het gemengde West- en Oost-Duitse team op de Olympische Spelen van 1956 (Melbourne), 1960 (Rome ) en 1964 (Tokio).

Nu Londen nog.

John Kroon