De patatbus: 65 jaar vol joie de vivre

Oldtimers zijn vervuilers die binnenkort wellicht uit de grote steden geweerd worden. De liefhebbers van de aandoenlijke Citroën HY kunnen dat niet geloven.

Een forse Fin manoeuvreert zich zwetend uit zijn Citroënbusje. Hij heeft in de sauna gezeten, die hij achterin het busje heeft gebouwd. „Deze bus is een en al creativiteit”, zegt de Fin. Uit een andere busje stapt een Zwitser die ermee door Amerika en Rusland toerde in de jaren tachtig. „Die Amerikanen geloofden hun ogen niet”, zegt hij.

Tweehonderd Citroënbusjes, type HY, reden vorige week naar Zeewolde voor de 65ste verjaardag van de bus, die dankzij zijn geschiktheid als wagen voor frietverkopers de ‘patatbus’ ging heten.

De eigenaren, veel fotografen, kunstenaars en architecten, kampeerden tot gisteren aan het Wolderwijdmeer. Ze vertellen elkaar hoe hun bus de Alpen bedwong en ze helpen elkaar in het eindeloze gevecht tegen de roest. „In een HY-bus rijden is een joie de vivre”, zegt er een.

Stan Bögels, bestuurslid van de Nederlandse Citroën HY-vereniging, loopt van de ene bus naar de andere. Van de Fransman met een van de eerste busjes, uit 1949, naar de Duitser die nog steeds nieuwe onderdelen voor de HY bouwt.

„Als ik dat schattige neusje zie, krijg ik al een vakantiegevoel”, zegt Hanneke Rietveld. Ze zit voor haar witte bus uit 1969. Met haar man rijdt ze twintig jaar door Europa. Overal waar ze komt, worden ze begroet. „Mensen op terrasjes beginnen te klappen, voetgangers zwaaien. Op weg naar Calais maanden drie Franse politiemannen ons tot stoppen. Wat bleek: ze wilden in onze bus kijken. Met als gevolg dat wij de ferry misten.”

Het applaus van terrassen in dorpjes en steden kent iedereen op het grasveld bij Zeewolde. Maar dat zou binnenkort weleens kunnen verstommen. Volgens onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving en TNO zijn oldtimers steeds meer verantwoordelijk voor vervuiling in de grote steden. Het aantal jonge oldtimers, auto’s ouder dan 25 jaar, neemt toe en ze worden steeds vaker voor dagelijks vervoer gebruikt. Oude Mercedessen zijn in trek en worden goedkoop uit Duitsland geïmporteerd. Het onderzoek dat in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is gedaan, stelt een oplossing voor: weer de oldtimers uit de steden, net als de vrachtwagens.

„We worden de dupe van de goedkoop geïmporteerde Mercedessen en BMW’s, zegt Albert de Gier naast een gele HY-bus. Hij gelooft niet dat de maatregel daadwerkelijk ingevoerd wordt. Ook de andere eigenaren van de Citroënbus kunnen niet geloven dat ze binnenkort niet meer in de stad mogen rijden met hun bus. De regel is „oneerlijk” en „treft niet de echte vervuiler.”

„We gebruiken de bus voor vakanties en weekendjes weg”, zegt Miranda Wissels naast haar rode bus, „niet voor dagelijks gebruik. Het zou ook jammer zijn voor de mensen in de steden. Die zien de bus dan niet meer.”

Amsterdammer en politieman Edwin Bijker, die zelf ook weleens een mooie oldtimer aanhoudt, stalt zijn bus in Haarlem. Dat zou niet meer kunnen met de voorgestelde milieumaatregelen. „Te gek voor woorden”, zegt hij. „Ik denk dat ik minder vervuilend ben dan moderne auto’s. Die rijden iedere dag op de weg. Ik niet. Laat ons dan weer wegenbelasting betalen”. Daarvan zijn oldtimers nu vrijgesteld.

Als de maatregel tegen de oldtimers doorgaat, zou Manfred Vonk zijn bus, waarin hij nu zijn snackbar drijft, niet meer thuis in Den Haag kunnen stallen. De patatverkoop zou beperkt moeten worden tot buiten de stad. Hij maakt zich niet druk: „Mijn bus rijdt op gas. Die vervuilt niet. Bouw hem om naar gas, en je omzeilt die onzinmaatregel”.

Ook veel andere HY-rijders laten hun bus al op gas rijden. Maar niet iedereen vindt dat een geslaagde oplossing. Erwin Kulsdom: „Als je hem ombouwt is het de originele bus niet meer. Dat hij echt is, maakt hem nou net zo leuk.”