De Britse gouden vangst

Zo klaag je als Britse krant nog over gebrek aan medailles, zo vier je goud nummer 16 (en tien zilver en tien brons). Zelfs tennisser Andy Murray, toch altijd een beetje verguisd door de Engelsen omdat hij aan het begin van zijn carrière zo hamerde op zijn Schotse afkomst, wordt nu als ‘a Great Briton’ geroemd.

Twee Britse sportfans

Twee Britse sportfans. Foto APTwee Britse sportfans. Foto AP

Voelen de Britten zich Britser dan ooit? Op weg naar de stadions zijn de Britse vlaggetjes op de wangen in elk geval goed vertegenwoordigd. De Engelse vlag (of de Schotse) ben ik nog nergens tegen gekomen. De Britse sporters worden met een oorverdovend lawaai begroet, of dat nu in de velodroom is, in het olympische stadion, of bij het springen (tot schrik van sommige paarden).

Het draait nu even om ‘team GB’. Vergeten lijken de klachten van voor de Spelen: het drama met particuliere beveiligingsbedrijf G4S of de grote inzet van het leger? Je leest er niets meer over. De drukte in de underground of op de weg? Het tegendeel bleek waar. Lege stoelen in het stadion? Die zijn er nog wel, maar worden opgevuld met schoolkinderen en militairen. Vergeten is ook even overig nieuws (zo werden Syrië en de schietpartij in Wisconsin weggestopt in de journaals).

En zelfs de rust en kalmte die de Britten normaal typeert, lijkt losgelaten. Zie de uitzinnige BBC-commentaroren bij de winst van Mo Farah. Zelfs David Cameron en Boris Johnson omhelsden elkaar, zoals eerder in de week (maar minder politiek interessant) ook prins William en zijn echtgenote Kate elkaar in de armen vlogen in het velodroom toen Chris Hoy goud won. Zaterdag deden ze mee aan de wave.

,,Het succes is aanstekelijk, en niemand zal deze dag ooit vergeten”, zei Seb Coe, voorzitter van het Londense organiserende comité gisteren.