Arabische Zomer wil maar niet aanbreken

Van democratisering is nog weinig sprake in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Europa moet helpen, en de Arabische jeugd moet de politiek in, stellen Hans van Baalen en Koen van Ramshorst.

Ruim anderhalf jaar nadat de Tunesische straathandelaar Mohammed Bouazizi zichzelf in brand stak en de revoluties in Tunesië, Egypte, Libië en Syrië ontvlamden, stemmen de ontwikkelingen weinig hoopvol. De situatie in Syrië is een humanitaire tragedie. In de Golfregio steunen de monarchen elkaar, desnoods militair, tegen oppositionele krachten. In Egypte vreest het leger de dominante positie van de Moslimbroeders, die de verkiezingen hebben gewonnen, in zowel de wetgevende macht (parlement) als de uitvoerende (president). Achter de schermen woedt een machtsstrijd die geregeld oplaait.

In Tunesië won de Ennahdapartij, een samenstelling van gematigde en extreme islamisten, met 40 procent van de stemmen de verkiezingen. Ze regeert met de sociaal-democraten en de linkse nationalisten, in een fragiele overgangsconstructie. Het is onduidelijk in welke richting de Ennahdapartij zich zal ontwikkelen, en met haar Tunesië. Alles is mogelijk.

Hoopvoller lijkt de situatie in Libië. Daar won de gematigde Alliantie van Nationale Krachten onlangs de verkiezingen, onder leiding van oud-premier Jibril, maar ook hier is het politieke landschap versnipperd, mede door de wijze waarop het parlement wordt verkozen. De alliantie van Jibril won 39 van de 80 verkiesbare zetels in het tweehonderdkoppige parlement. De overige 120 zetels worden bezet door individuele kandidaten. Die zijn vaak verkozen langs tribale lijn. Dit maakt het construeren van werkbare meerderheden lastig en de toekomst ongewis.

Het is goed nieuws dat de strijd in Tunesië, Egypte en Libië zich heeft verplaatst van de pleinen naar de instellingen, zoals rechtbanken en parlementen, maar het is slecht nieuws dat de Facebookgeneratie hierin geen rol speelt. Zo krachtig als deze groep zich manifesteerde op het internet en miljoenen generatiegenoten voor de revolutie mobiliseerde, zo afwezig is zij nu in de politieke arena. Dit is een gemiste kans, gezien de omvang, het opleidingsniveau en de gemeenschappelijke agenda van de Arabische jeugd. In de Arabische regio zijn drie op de tien mensen beneden de dertig jaar. De jeugdwerkloosheid schommelt tussen een explosieve 20 en 40 procent. Een revolutie win je niet met een like button en tweets, maar met een krachtige organisatie in het politieke veld, een gedegen programma, onderhandelingsvernuft en het vermogen om compromissen te sluiten.

Na de val van de Muur bood Europa economische en politieke ondersteuning aan de nieuwe democratieën in Oost-Europa. Hetzelfde moet Europa doen in Noord-Afrika, door op politiek terrein jonge politici te helpen met de opbouw van hun democratieën. Zij hebben behoefte aan praktische kennis over de opbouw van een partijapparaat, het voeren van effectieve verkiezingscampagnes, het bestrijden van corruptie, het opleiden van capabele en integere bestuurders en politici en het doorrekenen van verkiezingsprogramma’s. Via de European Endowment for Democracy, een programma van de Europese Commissie en het Europees Parlement, kunnen we steun bieden aan jonge politieke partijen. De Britse Westminster Foundation en de Duitse Friedrich Naumann Stiftung en de Konrad-Adenauer-Stiftung geven ter plaatse trainingen aan jonge politici. In Nederland hebben we goede ervaringen opgedaan met programma’s als het Maatschappelijke Transitie Programma (MATRA) van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Netherlands Institute for Multiparty Democracy (NIMD).

Ook moeten de Noord-Afrikaanse economieën op gang worden gebracht. Er liggen op energiegebied grote kansen. Libië beschikt over enorme olie- en gasvoorraden. Aan de andere kant van de Middellandse Zee ligt een gigantische afzetmarkt voor deze producten. Europese bedrijven als Shell hebben de expertise en het kapitaal om te investeren in de exploitatie. De woestijnen van Tunesië, Libië en Egypte lenen zich prima voor grootschalige productie van zonne-energie, zoals het Duitse project Desertec beoogt.

Het Europese bedrijfsleven en de EU moeten samenwerken om deze kansen te benutten en de Chinese en Latijns-Amerikaanse staatsbedrijven voor te zijn. Op korte termijn zou de Europese Commissie een grote energieconferentie dienen te organiseren voor Noord-Afrikaanse en Europese overheden en bedrijven.

De Arabische Lente heeft helaas nog geen Democratische Zomer gebracht. De Europese Unie kan uit eigen belang ondersteuning bieden, maar de Facebookgeneratie moet haar eigen revolutie voltooien. Zij moet zich politiek organiseren – achter de computer vandaan en de parlementen in. Dit is de enige garantie voor het voltooien van de revoluties voor werk, vrijheid en inkomen.