Amerikanen zien... een schizofreen Europa

De Amerikaanse politiek-elite kijkt met grote zorg naar Europa. Als de euro klapt, kan dat „enorme gevolgen hebben voor de economie in de Verenigde Staten,” zegt hoogleraar Peter Baldwin.

Vorige week nog zat de Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner op het waddeneiland Sylt, het vakantieadres van zijn Duitse collega Wolfgang Schäuble. Geithner wilde Schäuble aansporen tot actie. Een mogelijke escalatie van de crisis is schadelijk voor de herverkiezing van president Barack Obama. Vóór 6 november, de datum van de presidentsverkiezingen, mag het in elk geval niet misgaan in Europa.

Het Amerikaanse ongeduld is groot, met name met de Duitsers. „Europa en de Verenigde Staten zijn vergrijsde, postindustriële continenten, die van elkaar afhankelijk zijn. Als de euro het niet redt, bedreigt dat het moeizame herstel hier”, zegt Baldwin, historicus aan de University of California in Los Angeles en essayist over Europa voor onder meer het links-liberale The New Republic.

Leeft Amerika met Europa mee?

„De politiek-economische top van het land begrijpt de problemen in Europa heel goed. Maar het opvallende is dat gewone Amerikanen eigenlijk niet eens zo in Europa geïnteresseerd zijn. Zelfs niet nu het zo spannend is. De discussie blijft heel technisch. We realiseren ons niet voldoende wat onze belangen zijn. Ik had meer betrokkenheid verwacht, maar ook een sterkere neiging tot isolationisme.”

Wat bedoelt u met isolationisme?

„Anti-Europese gevoelens: ‘jullie hebben zes weken vakantie, gratis gezondheidszorg en klagen nog dat het leven zo zwaar is’. Maar die gevoelens blijven beperkt tot een kleine groep. De meeste --mensen halen hun schouders op: zo gaat het altijd in Europa. Er is ook weinig aan te doen. De tijd is voorbij dat Europa zich liet dicteren wat het moest doen.

„De crisis versterkt wel een overtuiging die allang populair is: we moeten ons meer op Azië richten dan op Europa. Daar zitten de grootste economische kansen, en de grootste strategische risico’s. Europa is een continent dat slaapt. Ongevaarlijk, maar je hebt er niet veel aan.”

Tussen Amerikanen en Europeanen heerst een groot misverstand, zegt Baldwin. In de Verenigde Staten wordt instinctief gedacht dat een probleem er is om opgelost te worden – zo nodig met een grote greep. De Amerikanen zelf staken in 2008 en 2009 vele miljarden in banken en verzekeraars om de kredietcrisis te lijf te gaan. Europa daarentegen zwelgt in fatalisme.

Baldwin verklaart het Europese onvermogen om krachtig in te grijpen uit de grote verschillen tussen de landen op het oude continent. Dat Europa niet „één organisme” is besefte hij toen hij zelf lange tijd in Zweden woonde, om de Europese kijk op de verzorgingsstaat te onderzoeken.

„Het heeft mij jaren gekost om de Europese schizofrenie te vatten. Wat ik als Amerikaan nooit zag, is het dedain van het protestantse noorden ten opzichte van het katholieke zuiden. De Duitsers en Nederlanders trekken niet zomaar de portemonnee voor de Zuid-Europeanen. De Reformatie leeft nog voort. Amerikanen zijn veel minder gespleten. Er zijn verschillen tussen de kuststaten en het binnenland, maar het is minder heftig dan in Europa.”

Is een Amerikaanse aanpak, zoals bij de kredietcrisis, dan mogelijk in Europa?

„Het is interessant dat Amerika en Europa eigenlijk ideologisch stuivertje gewisseld hebben. De Verenigde Staten hebben juist voor een soort hyper-socialistische oplossing gekozen. Hypotheken zijn staatsbezit geworden. Wall Street faalde, en werd gered door de overheid. En dat in een gepolariseerd land, waar de overheid door Republikeinen als het Grote Kwaad wordt afgeschilderd. Het zijn de Europese landen en burgers die bang zijn voor te grote macht van de Europese instituties in Brussel. Dáár zit nu het echte anti-overheidsdenken.”

En de houding van de Amerikanen dan? De VS hebben een lange anti-overheidstraditie.

„De Amerikanen zeggen het nooit, maar ze zijn verslaafd aan de welvaartstaat, die overigens veel minder royaal is dan in Europa. Ook de meest conservatieve Republikeinen willen gezondheidszorg. Ze willen er alleen niet voor betalen. Democratische en Republikeinse presidenten hebben de welvaartstaat altijd uitgebreid, en nooit ingeperkt. Dat telt. De rest is retoriek, bijvoorbeeld het beeld dat Republikeinen oproepen van het socialistische Europa. Wij zijn de echte socialisten.”

Waarom zou de Duitse filosofie van bezuinigen niet goed zijn voor Europa? Wat in Amerika werkt, hoeft in Europa niet te werken.

„Bezuinigen kan wel, maar als je echt iets wilt veranderen, moet je de welvaartstaat aanpakken. Dat is nog nooit iemand gelukt. Dat kan ook niet, het is per definitie een monster dat altijd groter wordt. Kosten nemen altijd toe. Als een land er eenmaal voor kiest, gaat het zich gedragen als een verslaafde: er moet altijd meer in. Bezuinigen is kansloos en er moet geïnvesteerd worden. Zo is Amerika vier jaar geleden de ernstigste fase van de financiële crisis doorgekomen.”