Alle ogen op Bolt. En hij doet het

Net als in Peking was Usain Bolt de snelste op de 100 meter. Zijn tijd van 9,63 was goed voor goud op het koningsnummer.

Redacteur Olympische Spelen

Londen. Op Usain Bolt staat geen maat. Nog steeds niet. Na een nederlaag tegen Yohan Blake bij de trials werd er aan Bolts macht getwijfeld. Maar gisteravond herstelde hij de rangorde door bij de Spelen in Londen zijn olympische titel te op majestueuze wijze te verdedigen. Bolt was met een tijd van 9,63 seconden sneller dan ‘Peking’ (9,69), waar hij vier jaar geleden een wereldrecord liep. Zijn tijd was deze keer een olympisch record.

Qua bezetting was de 100-meterfinale de sterkste ooit. Het was dat de Jamaicaan Asafa Powell kort voor de finish geblesseerd raakte, anders waren alle finalisten waarschijnlijk onder de tien seconden geëindigd. Bolt, die zich in Londen legendarisch wil maken door opnieuw drie gouden medailles te winnen, had een ruime voorsprong op Blake, die zilver pakte in 9,75. Het brons ging naar de Amerikaan Justin Gatlin (9,79), die een glorieuze terugkeer beleefde na een dopingstraf van vier jaar.

Door Bolts verrassende nederlaag tegen Blake waren er vooraf twijfels gerezen over zijn vorm. Was hij nog wel de oude Bolt? Was hij niet voorbijgestreefd door zijn trainingsmaatje Blake? De werkelijkheid was dat Bolt tijdens de trials niet geheel fit was. Wat niet wegneemt dat de nederlaag voor hem een wake-up call was. Zijn trainer Glen Mills trok Bolt onmiddellijk terug voor een aantal wedstrijden in Europa om hem te laten herstellen en goed voor te bereiden op de de Spelen. En dat is gelukt.

Jamaica vierde gisteren zijn tweede gouden medaille op de 100 meter. Een dag eerder had Shelly-Ann Fraser haar olympische titel met succes verdedigd. Ze boog tijdens de persconferentie even moedeloos haar hoofd. Wéér een vraag over Usain Bolt, terwijl zij kort daarvoor voor de tweede keer op rij olympisch kampioen was geworden op de 100 meter. De derde vrouw in de geschiedenis, na de Amerikaanse Wyomia Tyus (1964 en 1968) en Gail Devers (1992 en 1996). Ze verzocht om iets meer respect. „Ik heb in twee olympische en twee WK-finales gestaan en drie keer goud gewonnen. Niet slecht, toch?.”

Maar de schaduw van Bolt blijft boven alle Jamaicaanse sprinters hangen, weet Fraser uit ervaring. „Ik houd er niet zo van om in de schijnwerpers te staan. Maar als ik in de supermarkt ben krijg ik vragen over Bolt. Echt, overal waar ik ga, vragen ze naar Bolt. Of ik met hem train? Nee, dat doe ik niet. Begrijp me goed, Usain heeft met zijn olympische en wereldtitels en zijn wereldrecords veel voor Jamaica betekend. Ik gun hem de spotlights, maar er zijn meer goede Jamaicaanse sprinters.”

Een understatement want elke atletiekafstand tot en met de 200 meter wordt de laatste jaren gedomineerd door de Jamaicanen. Tot frustratie van de Amerikanen, die hun voorsprong zijn kwijtgeraakt. En dat is geen toeval. Waar sprinters als Don Quarrie, Merlene Ottey en Juliet Cuthbert hun sportieve roem via de Amerikaanse universiteiten zochten, blijven de Jamaicanen tegenwoordig in eigen land. Omdat ze thuis kúnnen blijven. Waar het voorheen aan goede faciliteiten ontbrak zijn er nu in de hoofdstad Kingston de MVP Track Club en de Racers Track Club, die beide zo’n honderd atleten een goede trainingsbaan, goede trainers, goede fysiotherapeuten en goede sportartsen kunnen bieden. Jamaica is op atletiekgebied geen derdewereldland meer.

Bruce James, directeur van de MVP Track Club, behoorde tot de initiatiefnemers. Samen met de trainer Stephen Francis besloot hij dat het afgelopen moest zijn met de uittocht van talentvolle Jamaicanen. Hij wilde ze een alternatief bieden. James: „Wij meenden dat Jamaicanen zich ook in eigen land tot topatleten zouden kunnen ontwikkelen. Verhuizen naar de Verenigde Staten betekende wennen aan een andere cultuur, een ander klimaat, ander voedsel en andere trainingsmethoden. De Ottey’s [Merlen Ottey] hebben het gered, maar velen mislukten de meesten. Jamaicaanse atleten zijn gebaat bij een Jamaicaanse aanpak. En die wilden wij hen bieden.”

De scepsis over de MVP Track Club werd pas weggenomen nadat Asafa Powell, tot 2001 een onbeduidende sprinter die nergens onderdank kon vinden, aan de hand van Francis op 14 juni 2005 in Athene het wereldrecord tot 9,77 seconden verbeterde. James: „Dat was nog nooit vertoond: een Jamaicaanse sprinter, getraind door een Jamaicaanse coach op Jamaicaanse grond die de snelste man ter wereld was. Ons bestaan werd in een klap gelegitimeerd. Wij hoefden niet meer op zoek naar talenten. Ze kwamen naar ons toe. Dat leidde ook tot sponsors. Plotseling waren Jamaicaanse bedrijven bereid ons te steunen.”

Het succes van de MVP Track Club haalde de Racers Track Club uit de slaapstand. Waar James en Francis een overeenkomst sloten met de University of Technology in Kingston als trainingscentrum met wetenschappelijke ondersteuning, verbond de Racers Track Club zich aan de University of the West Indies. Maar de grootste vis die de club aan de haak sloeg was Usain Bolt, later gevolgd door Yohan Blake. Daar steken de sprinters Powell, Nesta Carter en Michael Frater van MVP intussen een beetje bleek bij af. De ster van MVP is Fraser, de sprintster die is grootgebracht in Waterhouse, het gewelddadigste getto van Kingston.

Prolongatie van haar titel ervoer Fraser als een grote opluchting. Na haar olympische titel van ‘Peking’ en de wereldtitel in 2009 (Berlijn). Ze werd in 2010 zes maanden geschorst na een positieve test op oxycodone – volgens de sprinters een pijnbestrijder na een tandheelkundige ingreep. Daarop volgden blessures en vorig jaar een teleurstellende vierde plaats bij de WK in Daegu. Maar wie uit Waterhouse komt heeft leren vechten. In die zin was het niet verrassend dat Fraser op het hoogste olympische niveau terugkeerde.