Jan, de guru

“Jan is zeg maar mijn guru”, zei Maarten, onze vriend uit de Emmaus. Hij kende Jan al jaren en regelde dat we vannacht een nachtje bij hem konden slapen in Roosendaal. Ik had Jan beloofd dat we om 6 uur bij zijn huis zouden zijn, dus bel ik hem als we om vijf over zes

Jan de guru op zijn balkon met kleurige bloemen. Foto Raoel de Jong

“Jan is zeg maar mijn guru”, zei Maarten, onze vriend uit de Emmaus. Hij kende Jan al jaren en regelde dat we vannacht een nachtje bij hem konden slapen in Roosendaal.

Ik had Jan beloofd dat we om 6 uur bij zijn huis zouden zijn, dus bel ik hem als we om vijf over zes de buitenwijken van Roosendaal in lopen. “Wat ben ik blij dat je belt!”, zegt hij, een beetje in paniek klinkend. Waar we zijn? Niet alleen de straat, ook het nummer. Blijf waar je bent!

Er wordt naar ons getoeterd en Jan komt uit zijn auto gestapt. Felblauwe broek, smetteloos wit poloshirt, net gekamd haar in een middenscheiding en een brilletje met ronde glazen. “Het eten staat in de oven, het moet niet verpieteren”, verklaart hij zonder te lachen en opent de achterklep van zijn auto. Zijn auto is net als hij zelf heel proper en daardoor voel ik me heel vies. Dat zijn we ook. Met zwarte randjes onder de nagels, zand onder de schoenen, nat van het zweet in kleren die al dagen niet gewassen zijn. “Jullie moeten straks eerst maar eens een douche nemen”, zegt hij.

Jan woont in een flatje achter een balkon met kleurige bloemen. Het flatje is klein, maar gezellig. Net en geordend als de kamer van een monnik. Aldrin - mijn beste vriend die mee loopt tot Antwerpen - krijgt het bed in de logeerkamer, ik slaap op de bank.


Grotere kaart weergeven

Aldrin gaat als eerste onder de douche, terwijl Jan en ik een glas witte wijn drinken op het balkon. Hij schuift me een pakje Chesterfield toe. Die rookt hij alleen als er gasten zijn, normaal rookt hij nooit. Dan begint hij te praten. Hij had ooit een kledingzaak, veel geld, woonde met zijn vrouw en kinderen in een van de villa’s aan de overkant van de weg, tot zijn dochter op een dag vroeg : “Als je tegen ons altijd zegt dat we naar ons hart moeten luisteren, waarom doe je dat zelf dan niet?”

Jan sloot zijn zaak, gaf alles wat hij had aan zijn vrouw en begon helemaal opnieuw. Eerst dacht hij dat hij een boek moest schrijven. Maar schrijven kon hij niet. Dus wat als hij hetgeen hij wilde delen, niet op zou schrijven, maar live aan mensen zou vertellen?

Dat is wat hij doet tegenwoordig. Hij geeft lessen in filosofisch leiderschap, en sinds hij het doet, gaat alles als vanzelf. Hij heeft al zijn geld weer terug en meer dan 100 cursisten.

Mensen zijn zo bang om in het nu te leven. Zo is hij nu blij dat hij hier zit, met mij. Of ik begrijp wat hij bedoelt? Ik begrijp wat hij bedoelt en ik ben ook blij, zeg ik.

We eten bloemkool gratin aan de chique gedekte tafel in de huiskamer. Jan praat weer en wij luisteren. Over de swami die hij voor het eerst ontmoette in New York. “What took you so long John?”, vroeg de Swami, “I’ve been waiting for three days.”

Over angsten, dat je die moet omarmen. Over consumenten, die nemen, en levensgenieters, die ontvangen. Onder zijn polo vandaan tovert hij een ketting met een oosters aanhangsel dat de 7 chakra’s symboliseert. Op zijn lichaam laat hij zien waar ze zitten. De zevende op zijn voorhoofd en dan langzaam naar beneden tot de eerste, op zijn kruis. “Recht achter je pik”, zegt hij. Ook dat lopen van ons is daar goed voor. Over dat hij gelooft in het eeuwige leven, zichzelf van een hersentumor genas, alleen maar positieve dingen in zijn leven toe laat en daarom zitten wij hier nu ook. Dan gaat de bel. Een jongen uit de buurt die komt kijken naar zijn computer.

Aldrin en ik roken een sigaret op het balkon en proberen onder woorden te brengen hoe bizar het is, dit. Alles wat er in 2 dagen is gebeurd. Hoe ver het is van de realiteit zoals we die kennen. Hoe lief iedereen is. Het is bijna te groot, te veel om te bevatten. En dan begint het te regenen, keihard.

Vanochtend stond Jan erop ons naar de grens van Roosendaal te brengen zodat we een mooie route naar Huijbergen konden lopen. Dat is eigenlijk niet de bedoeling, zeiden wij. Maar Jan was niet te vermurwen. Hij had het aan het universum gevraagd en dat had met grote letters geantwoord : JA. Hij dropte ons op een landweggetje tussen de weilanden en wees naar twee grote witte koeien: “Kijk, jullie worden begroet!”

We zagen een man met een piepklein mandje waaruit een hele kolonie vogels te voorschijn kwam die in cirkels boven het weiland begon te vliegen. En een F16. Daar was Aldrin dan weer erg onder de indruk van.

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.