Vélib

heeft in Parijs last van een nieuwe stadsplaag: fietsers.

De taxichauffeur remt genadeloos hard. Ik vrees voor het leven van mijn vier nieuwe, peperdure Riedel wijnglazen die een salto maken op de achterbank. „Merde!”, schreeuwt de chauffeur, maar de fietser die onverwacht naar links draaide, blij wijzend naar de Eiffeltoren, heeft niks door. Die trapt op z’n dooie akkertje stug verder, overal om zich heen kijkend behalve naar het verkeer. De chauffeur mompelt ‘schijttoerist’ in het Frans en zegt dat die ‘teringtoeristen’ nog eens zijn rijbewijs kosten. Dat gaat in Frankrijk namelijk op punten, en hij verloor er al zeven door de capriolen van toeristen „die hun hele leven op hun luie gat in de auto zitten en in de vakantie ineens zo nodig moeten fietsen”.

Ik denk aan de toeristen die op hun gehuurde MacBikes de binnenstad van Amsterdam onveilig maken met hun gestuntel en kan niet anders dan hem gelijk geven. Maar fietsen moet. In Parijs, Londen, Berlijn, New York, Zürich, Praag, Bangkok, Hanoi, Shanghai, er is geen stad meer waar de gemeente geen fietsenplan heeft ingevoerd. Met daverend succes. Maar de plaatselijke regels kennen, ho maar. En heus, zelfs voor doorgewinterde fietsers als wij Nederlanders, is links fietsen in Londen net zo ingewikkeld als in spiegelschrift schrijven. In Bangkok is het zelfs pure zelfmoord. En in Parijs is het succes zo overweldigend, dat ik op een ander probleem stuitte. Fietste ik op een Vélib (zo’n officiële stadsfiets) naar de plek waar ik heen moest, was het rek daar vol. Blokje om, zoeken naar een ander rek (als je loopt, zie je ze overal, als je er een zoekt, zijn ze nergens), ook vol. En zo maal tien. Dan maar aan een boom. Maar dan tikt de meter stevig door, dus moest ik voor dat rondje fietsen bijna vijftig euro afrekenen. Daarvoor had ik vier taxi’s kunnen nemen.

Daags daarna met de Thalys terug naar Amsterdam. Eerst met een taxi naar het Gare du Nord, waar de hele buurt door politie was afgezet en waar de taxi nergens mocht stoppen. Franse bobo’s gingen met de Eurostar naar de opening van de Olympische Spelen en die kregen ruim baan. Ik schlepte met mijn koffers (en vier nog intacte Riedelglazen) in de bloedhitte drie straten terug naar het station en werd door twee Vélibtoeristen gepasseerd die sans problèmes door het politiekordon waren gefietst. Zelfs voor de politie ogen toeristen op fietsen blijkbaar ongevaarlijk. Terwijl ze toch echt de nieuwe stadsplaag zijn.