Roodbruine koekoek fopt karekiet

Overal waar riet is en water, leeft de kleine karekiet. Maar overal waar dat vogeltje broedt, ligt de koekoek op de loer. Hij legt zijn eieren graag in karekietnesten. De twee vogelsoorten verkeren daardoor in staat van oorlog. De strategie van de koekoek berust op camouflage en snelheid. De kleine karekiet reageert met groepsgeweld.

Eén psychologisch strijdmiddel van de koekoek was echter nog onbekend: verwarring zaaien. Britse biologen schreven er vrijdag over in Science.

Naar de strijd tussen kleine karekiet (Acrocephalus scirpaceus) en koekoek (Cuculus canorus) doet de groep van hoogleraar Nick Davies in Cambridge al lang onderzoek. Het is ambachtelijk ethologisch werk. De karekieten in de vennen bij de universiteit worden steeds weer gefopt met kunstkoekoeken van balsahout, en andere nepvogels.

Het begon met de ontdekking dat kleine karekieten de veel grotere koekoeken aanvallen. Dat is verrassend, want koekoeken lijken met hun blauwgrijze verenkleed op gevaarlijke sperwers.

Karekieten hebben de camouflage door, ontdekten de Britten. Ze pikken veel meer naar koekoeken dan naar sperwers. Ze klappen met hun snavels en laten een gerasp horen dat hun partner en de buurkarekieten aantrekt. Soms loopt het uit op een groepsaanval. De opgezette koekoek die ze toen nog bij het onderzoek gebruikten, liet er veren bij.

Als er in de buurt zo’n karekietenguerrilla heeft plaatsgevonden, onthouden de buurtgenoten dat. De naburige karekieten worden er nóg happiger op om koekoeken aan te vallen, schreven ze 2009 in Science.

Dit klinkt al met al als een verloren zaak voor de koekoek. Maar lang niet alle karekietaanvallen slagen. Bovendien zijn koekoeken snel: ze leggen hun eieren binnen enkele seconden in andermans nest.

En er is de verwarringstactiek die Davies en Rose Thorogood ontdekten. Koekoekvrouwtjes zijn meestal blauwgrijs, maar soms zijn ze roodbruin met strepen. In Nederland is die kleurvorm zeldzaam, bij Cambridge ook, maar lokaal in Europa komen ze vaker voor.

Wat Thorogood en Davies waarnamen, was op zich te verwachten. De karekieten die hun buren hebben zien strijden met een (balsahouten) grijze koekoek, vallen daarna wél vaker grijze koekoeken aan, maar rode niet. Omgekeerd gaat het ook op. De verschillen zijn heel duidelijk: er zijn karekieten bij die na zo’n experiment meer dan 1.000 keer naar een kunstkoekoek snavelklappen en raspen binnen 5 minuten, terwijl ze dat eerst helemaal niet deden. Op de andere kleurvorm reageren ze echter geheel niet.

Dat kan verklaren waarom er kleurverschil bestaat bij koekoeken, en wellicht ook bij andere vogelsoorten die dezelfde truc toepassen. Want kleurvariatie komt bij deze ‘broedparasieten’ veel vaker voor dan bij andere vogelsoorten. Hester van Santen