Poor little baby

We blijven in haar ziel wroeten, ook omdat vijftig jaar later haar dood nog steeds een mysterie is. Voor één ding was het beslist nodig dat Marilyn Monroe maar 36 jaar oud werd: haar status als martelaar van Hollywood.

Vijftig jaar geleden overleden, en nog altijd is ze goed voor een jaarinkomen van 27 miljoen dollar. In de lijst ‘dode beroemdheden’ van zakenblad Forbes stond Marilyn Monroe vorig jaar op de derde plaats, achter Elvis (55 miljoen) en nieuwkomer Michael Jackson (170 miljoen).

Anno 2012 is Marilyn Monroe een merk, uitgebaat door Authentic Brands Group LLC, die de rechten twee jaar geleden kocht van de erven Strasberg. Monroes hoofderfgenaam was indertijd Lee Strasberg, baas van The Actors Studio en goeroe van de ‘method acting’, de school die leerde dat acteurs hun diepste emoties moeten aanspreken. Samen met echtgenote Paula, na 1955 Monroes acteercoach en surrogaatmoeder, zette hij haar aan tot psychotherapie en oeverloos wroeten in haar beschadigde ziel.

De rest van de wereld is in die ziel blijven wroeten sinds haar dood op 5 augustus 1962 door een overdosis slaapmiddelen – ongelukje, zelfmoord, moord? Marilyn Monroe blijft fascineren. Haar vijftigste sterfdag is dit jaar opnieuw aanleiding voor luxe filmboxen en koffietafelboeken, bovenop de al ontzagwekkende berg van ruim tachtig biografieën, honderden documentaires en duizenden essays, studies en sleutelromans. Elke zichzelf respecterende actrice of popster poseerde wel eens als haar. Een selectie van doodles, aantekeningen, recepten en als haiku’s gepresenteerde wanhoopskreten werd in 2010 onder de titel Fragments een bestseller.

Het Holland Festival bracht in juni een opera, Waiting for Miss Monroe, over de diva die iedereen laat wachten, maar zelf een deerniswekkend lustobject is. En Michelle Williams kreeg dit jaar een Oscarnominatie voor haar evocatie van Monroe tijdens de opnames van The Prince and the Showgirl in 1957. Indertijd was dat een zenuwslopende botsing van ego’s tussen acteur-regisseur Laurence Olivier, een groot acteur die filmster wilde worden, en Monroe, een filmster die een groot actrice wilde worden. Gebaseerd op het dagboek van Colin Clark, de 23-jarige loopjongen die de labiele, tussen gedrogeerde wanhoop en sprankelende uitbundigheid zwalkende Monroe troostte en moed insprak. Clarks dagboek is hoogst suspect en leest als een wensdroom. Hij doet waarvan de hele wereld droomt: Marilyn Monroe redden.

Peroxidegeweld

Ter ere van haar sterfdag toert de komende maanden een filmcyclus over ‘Hollywood Blondes’ via filmhuis Den Haag langs zestien steden, te beginnen met een serie Monroefilms. Droomfabriek Hollywood produceerde tussen 1920 en 1965 aan de lopende band blondines, zo staat in een begeleidende tekst. Een haarkleur met gunstige associaties die bovendien mooi van het scherm sprong, zowel in zwart-wit als Technicolor. Er worden drie ‘prototypes’ onderscheiden. Sexy blondines als Marlene Dietrich, Mae West, Jean Harlow of Marilyn Monroe. Koele blondines, zeer in trek bij Alfred Hitchcock: Grace Kelly, Kim Novak. De blonde ‘girl next door’, gezellig en aards: Ginger Rogers, Doris Day.

Maar de vraag is: waarom werd juist Marilyn Monroe tussen al dat peroxidegeweld een icoon?

Want als iemand op deze gedevalueerde titel aanspraak maakt, is zij het. Platinablond, glanzende bleke huid met vuurrood gestifte lippen, voluptueus zandloperfiguur. De meisjesachtige fluisterstem, de kushandjes en knipoogjes, de verbaasde ogen en getuite lippen. Opwaaiende witte jurk, of roze cocktailjurk van Diamonds are a Girl’s Best Friend.

Een icoon herken je direct, hoe primitief de kopie ook is.

Begin jaren vijftig brak Monroe door als een nieuwe versie van het domme blondje: grillig, goedhartig en naïef op een wijze die meestal hogere wijsheid bleek te zijn. Al was ze prima als psychotische babyoppas in Don’t Bother to Knock (1952) of als sloerie in Niagara (1953), de wereld wilde de onschuldige verleidster die betovert en tot wanhoop drijft. In die rollen – als zangeres, animeermeisje – etaleerde ze haar komische timing en haar hypnotiserende, fluisterende zangstem.

Norma Jeane Mortenson was haar geboortenaam. Geboren in 1926 groeide ze op in Los Angeles. Een verwarrende jeugd zonder vader, met een labiele moeder die als filmsnijder in de marge van de Hollywoodglamour leefde. Zij stuurde haar dochter van pleeggezin naar weeshuis, tot ze zelf in een gesticht werd opgenomen.

Marilyn Monroe was een rol, een creatie: Norma Jeane sprak vaak in derde persoon over ‘haar’. Een fotograaf ontdekte haar achter de lopende band, als model bleek de camera van haar te houden. Er kwamen wat acteerklassen aan te pas, een gebitscorrectie en lichte plastische chirurgie; haar lichtbruine haar werd hoogblond, later platina.

De naam werd haar medio augustus 1946 toegewezen door Ben Lyon, die haar als hoofd casting van 20th Century Fox een eerste contract als starlet gaf. Haar moeders achternaam Monroe was prima, en op school noemden jongens haar de Mmm-girl, herinnerde ze zich. Lyon schoot de voornaam van een oude vlam te binnen. Mar-i-lyn Monroe. Dat danste over de tong.

Norma Jeane accepteerde de naam aanvankelijk met tegenzin, zoals ze veel accepteerde in de vijf jaar in de wachtkamer van de roem: naaktfoto’s, acteerklassen, gelegenheidsprostitutie, seksuele hand-en-spandiensten in ruil voor protectie en promotie door oudere studiobonzen. Na de eerste serieuze bijrollen in 1950 – starlet in All About Eve, jonge maîtresse in The Asphalt Jungle – merkte de pers haar op en kwam de fanmail op gang – in haar hoogtijdagen arriveerden er vijfduizend brieven per dag bij Fox. Twee jaar later was ze Hollywoods grootste ster.

Marilyn Monroe werd een ster omdat ze dat zo wanhopig graag wilde – zoiets is grotendeels een kwestie van wilskracht. Maar ze groeide uit tot een icoon door het aperte ongemak waarmee ze haar imago droeg. Ze was geobsedeerd door uiterlijk, gaf haar huid elke dag de juiste bleke glans met lagen vaseline, hormooncrème en Nivea, plus een foundation van Laszlo en poeder van Anita of Denmark. Dan vijf soorten lipstick en gloss, mascara en smeersels om de jukbeenderen en kaaklijn te prononceren. Dat ze altijd te laat kwam, was niet zozeer het machtsspel van de diva, maar onzekerheid. Ze staarde eindeloos in haar spiegelbeeld op zoek naar oneffenheden.

Tegelijk was Monroe een intellectuele streber die voor vol aangezien wilde worden: zie de beroemde foto van Eve Arnold, waarop ze in badpak Ulysses van James Joyce leest. Na 1955, toen ze zich meldde bij The Actors Studio, wees ze steeds vaker rollen als stigmatiserend van de hand; in de laatste zeven jaar van haar leven speelde ze nog maar zes rollen. Het bleven varianten op haar domme blondje, met drankzucht als extra in Some Like it Hot (1959) of – heel lastig voor een talentvol entertainer – een talentloze saloonzangeres in Bus Stop (1956).

Verduisterde slaapkamers

Monroe emancipeerde zich van Hollywood, zo dacht ze: tegelijk bleef ze zich vastklampen aan mentoren en surrogaatouders: haar derde echtgenoot, toneelschrijver Arthur Miller, acteergoeroes Lee en Paula Strasberg, een stoet psychotherapeuten als dr. Ralph Greenson, die haar isoleerde en royaal van pillen voorzag.

In de latere jaren werd de kloof tussen persoon en imago steeds evidenter: tussen de giechelende, kushandjes werpende Marilyn Monroe en de gedeprimeerde vrouw die dagenlang stoned van de pillen in haar verduisterde slaapkamers rondhing. Maar dat is nu juist Monroe zoals de wereld haar omhelst: een martelaar. ‘Poor little baby’, zuchtte Truman Capote bij haar dood. Een ‘candle in the wind’, zong Elton John.

Die kwetsbaarheid en afhankelijkheid waren echt, tegelijk exploiteerde Monroe van jongs af aan handig de beschermingsdrift die ze opriep. Met overdreven grimmige verhalen over haar verweesde jeugd. Of met een toneelstukje waarin ze volledig van de kaart is door een onverwacht telefoontje van haar biologische vader dat ze voor meerdere minnaars opvoerde. Toen haar jonge loopbaan in 1952 in gevaar kwam door oude naaktfoto’s, zette Marilyn schandaal om in sympathie met een ontroerend onzinverhaal over een eenzame, dakloze starlet in de wrede stad.

Na Monroes dood ontstond er een soort collectief schuldgevoel: volgens een vriend „hing ze maanden als een vleermuis in ons hoofd”. Voor de rest van de wereld werd ze slachtoffer van Hollywood, van de roem die ze niet kon dragen, en dus eigenlijk van ons allemaal. Voor feministen werd ze slachtoffer van mannen die haar tot kirrend kindmeisje hadden gereduceerd; voor hen was haar overlijden des te tragischer omdat ze was gestorven terwijl de tweede feministische golf al vlak achter de horizon naderde.

Het is nog steeds een mysterie wat zich precies op 5 augustus 1962 heeft afgespeeld in haar bungalow in Brentwood, Los Angeles. Monroe belde die avond nuchter de zoon van haar tweede echtgenoot, honkballegende Joe DiMaggio; een half uur later kreeg Peter Lawford, zwager van president Kennedy, haar wazig en stoned aan de lijn. Officieel werd haar dode lichaam rond middernacht door haar psychotherapeut gevonden. Bij de autopsie werd een zeer hoge concentratie van het kalmeringsmiddel barbituraat nembutal (40 tot 70 capsules) en slaapmiddel chloraalhydraat (14 tot 23 tabletten) aangetroffen. Te veel voor een ongeluk, maar de middelen waren noch ingeslikt, noch geïnjecteerd, en zelfmoord per klysma was ongerijmd.

Dus werd de verklaring: moord op een losgeslagen diva in haar nadagen, gedeprimeerd door het floppen van de films Let’s Make Love en The Misfits, weggestuurd van Something’s Gotta Give, en verliefd op president John F. Kennedy, die ze chanteerde met een korte affaire. Waarna broer Robert, de idealistische minister van Justitie, haar in het gareel trachtte te houden, voor haar viel en een langdurige affaire begon.

Dat ‘schandaal’ circuleerde al sinds 1964 in rechtse kringen en werd in de jaren tachtig salonfähig door boeken van Anthony Summers en talloze tabloidjournalisten. De Kennedy’s zijn in die versie volstrekt indiscreet en stompzinnig, en dat Monroe half krankzinnig is valt moeilijk te rijmen met tapes en interviews uit die tijd, waarop je een intelligente, lucide en wereldwijze dame hoort. Maar alle duistere vermoedens werden krachtig samengevat door Monroes slaperige uitvoering van Happy Birthday bij Kennedy’s verjaardagsfeest in Madison Square Garden in mei 1962. De filmster ‘die te veel wist’, opgeruimd door het Witte Huis dat ze chanteerde. Of door de maffia, die de Kennedy’s in opspraak wilde brengen. Want uiteraard hing haar slaapkamer ook vol microfoons van de FBI, de maffia en wie al niet, en verdwenen de tapes spoorloos, zoals altijd gebeurt in complottheorieën.

Regisseur John Huston van The Misfits noemde het vlak na haar dood nonsens dat Hollywood Monroe had vermoord: dat hadden de dokters gedaan. Biograaf Donald Spoto stelt dat Monroe stierf door slechte communicatie tussen psychiater Greenson, die Monroe choraalhydraat liet toedienen om haar verslaving aan kalmeringsmiddelen tegen te gaan, en de huisarts die nembutal bleef geven: een fatale combinatie. Waarna een medische cover-up volgde: een beetje prozaïsch, maar met de dood van Michael Jackson nog vers in het geheugen geen vreemd scenario.

Voor haar status van tragisch icoon was het beslist nodig, die vroege dood. Zo kon ze de martelares van Hollywood worden, stralend van buiten, pikzwart van binnen. En zo zullen we haar ook in 2026 nog steeds zien, als we haar honderdste geboortedag vieren. Actrice Michelle Williams: „Ze verzamelde wat mensen op haar projecteerden en kneedde dat tot een persoon. Maar er ontbrak een kalm centrum waarbij ze kon thuiskomen en uitrusten.”