Mijn dochter draagt altijd lange broeken, gelukkig

Lastiggevallen worden op straat, het overkomt veel meisjes en jonge vrouwen in grote steden dagelijks. Wat vinden hun ouders ervan? En kunnen die hen helpen?

Renée is geboren en getogen in het multiculturele Amsterdam-Oost. Een welbespraakt meisje van zeventien, ze gaat naar 6 vwo. Of ze weleens wordt nageroepen door mannen? En uitgescholden als ze niet reageert? Vaak. Eigenlijk dagelijks, zegt ze vrolijk.

Haar moeder, Bernadette Vreuls, reageert onthutst. „Dagelijks? Daar weet ik niks van. Ik weet dat het één keer heel vervelend werd, toen ze vijftien was. Toen kwam ze huilend thuis omdat een groep jongens haar lastigviel. Maar dagelijks?”

Gesis, nageroepen worden door groepjes mannen, het is een fact of life voor meisjes die opgroeien in grote steden. Ze leren ermee omgaan, zoals met onveilige verkeerskruispunten. Deze week reageerden honderden jonge vrouwen via nrcnext.nl op de documentaire Femme de la Rue, die de gemoederen in België ruim een week bezighield: net als in Brusselse buitenwijken, schreven zij, kunnen vrouwen in Nederlandse buitenwijken niet onbekommerd rondlopen.

Voor meisjes als Renée en Sara (19, hbo-studente pedagogiek, ze wil niet met haar achternaam in de krant), die zijn opgegroeid in Amsterdam, is het mijden van groepjes Marokkaanse of Antilliaanse jongens en mannen, bepaalde straten en pleinen een gegeven waar ze mee leven. Het begint rond hun veertiende, vertellen ze, wanneer ze make-up gaan dragen en zich mooi gaan kleden. Op die leeftijd voelen ze zich nog wel eens sterk geïntimideerd. Later veel minder.

Voor hen went het, maar wat vinden hun ouders? Zijn die niet voortdurend ongerust?

De vader van Sara, een accountant, maakt zich geen zorgen, zegt hij, al vindt hij het vervelend. „Sara en haar vriendinnen hebben zichzelf in de loop der jaren een paar goede regels aangeleerd.” Die regels zijn: ’s avonds niet naar het Rembrandtplein, want daar hangen altijd groepjes hitsige jonge mannen die komen kijken naar het uitgaanspubliek. Als een auto vol Turkse, Antilliaanse of andere jongens langzaam naast haar rijdt, raampje open doet en ‘hee lekker ding’ sist – gewoon doorrijden.

Niet kijken, niet reageren: Sara’s vader weet dat het helpt. Ook jongens op scooters die langzaam naast haar komen rijden, weet Sara volgens haar vader kundig te negeren. Buitenwijken? Die mijdt ze sowieso.

De moeder van Renée stelt wel eisen aan haar dochter om haar te beschermen. „Ze mag nooit alleen naar huis ’s avonds laat. Altijd met vriendinnen.” Meestal blijven de meisjes die ver buiten het centrum wonen, ’s weekends logeren in Amsterdam zodat ze na het uitgaan niet naar huis hoeven te reizen.

Renée zou haar kleding nooit aanpassen om vervelende reacties te vermijden, zegt ze. Een minder korte rok dragen of minder make-up? Nee. „Dat heeft ook geen zin. Of je nou een kort rokje draagt of een broek, je krijgt toch opmerkingen.”

Renée’s moeder Bernadette laat de kledingkeuze over aan haar dochter. „Gelukkig draagt ze vooral lange broeken. Ik zie weleens meisjes van wie ik denk: moet dat nou zo uitdagend? Maar dat zal wel mijn ouderwetse opvoeding zijn.”

Nina van Roeden, oud-wereldkampioen kickboksen én moeder, geeft al twintig jaar zelfverdedigingscursussen aan vrouwen in Amsterdam. Voor ouders is het volgens haar van belang dat ze hun dochter instrueren dat ze bepaalde plekken en situaties vermijden. „Maar probeer je eigen angst te verbergen. Want kinderen nemen angst over en juist bange vrouwen worden meer lastiggevallen.”