Mensen worden soms ongemakkelijk van mij

Ooit was Jehanne Hulsman (Leiden, 1952) zangeres, na een ernstig ongeluk werd ze sociaal advocaat. Wegens de hoge zorgboetes overweegt zij een proces tegen de staat. „Ik heb geleerd vraagtekens te zetten bij dingen die voor de hand liggen.”

Afwasser

„Op mijn achttiende kreeg ik een baantje in de kantine van een kantoor. Ik moest afwassen en melk rondbrengen op een dienblad. Dat dienblad hield ik in mijn linkerhand, terwijl ik met mijn rechterhand uitserveerde. Ik weet nog goed dat de directeur mij tijdens mijn ronde staande hield: ‘Er zit een kring op mijn bureau. Wil je die nú weghalen?’ Ik antwoordde dat dat niet efficiënt was. Na mijn ronde zou ik wel een vaatdoekje halen. Nou, dat heb ik geweten, ik kon meteen inpakken! In de jaren erna heb ik nog vaak teruggedacht aan het voorval. Hoe kan het dat een directeur zo slecht luistert naar zijn afwassers? Samen met schoonmakers en receptionisten zijn zij de oren en ogen van een bedrijf. Als je die negeert kan dat verstrekkende gevolgen hebben.”

Ongeluk

„Ik was 45 toen ik een zwaar auto-ongeluk kreeg. Ik stond op een kruising en wilde een straat in draaien. Daarbij moest ik wachten op een auto die mijn kant op kwam. Net toen ik wilde optrekken, werd ik vol geraakt van achteren. De klap was zó hard, dat ik gelanceerd werd; korte tijd was ik bewusteloos. Pas een half jaar later herinnerde ik mij wat ik vroeg aan de bestuurder van de auto waar ik tegenaan botste: ‘Heb ik je geraakt?’ We zijn samen met de veroorzaker naar mijn huis gelopen en hebben een gezamenlijke verklaring voor aansprakelijkheid opgesteld. Een cruciale actie, want het ergste moest nog komen. Enkele dagen na de botsing vielen mijn armen uit. Mijn nek, mijn rug: alles deed pijn. Ik belandde in een rolstoel, waar ik pas zeven jaar later uit kwam.”

Patiënt

„Nekschade is een omstreden diagnose. Rugklachten? Artsen weten niet wat ze er mee aan moeten. Zo lang de aansprakelijkheid niet vaststaat, zijn zij bang een diagnose te stellen, omdat dat de hoogte van de schadevergoeding zou kunnen beïnvloeden. Verzekeraars zeggen: we sluiten geen overeenkomst zo lang niet duidelijk is wat de langetermijngevolgen zijn. Er wordt veel naar elkaar gewezen en in de tussentijd gebeurt er niets. Alsof je in niemandsland belandt, een angstaanjagende ervaring.

„Het viel mij op hoe weinig je als patiënt te vertellen hebt. Je bent alléén nog patiënt, wat je daarvoor deed telt niet. Er zijn dagen geweest dat ik mij afvroeg of mijn klachten een hersenspinsel waren. Zó sterk ga je aan jezelf twijfelen als je afhankelijk wordt. Maar ja, ze hielden wel aan. Na verloop van tijd kon ik mijn brood niet meer snijden. Boeken lezen vergde te veel.

„In de vierenhalf jaar die het duurde om een schikking met de tegenpartij te treffen, heb ik als freelancer nauwelijks inkomsten genoten. Het is dat mijn familie mij financieel ondersteunde, anders was ik zonder twijfel uit mijn huis gezet. Mijn ervaringen met letselschade hebben ertoe bijgedragen dat ik rond mijn vijftigste rechten ben gaan studeren. Voor het ongeluk had ik een bloeiende, internationale muziekcarrière. Ik zong Braziliaanse jazz, met lichaam en ziel.”

59

„Soms zeggen mensen dat zij bang zijn om ouder te worden. Dat begrijp ik niet. Voor mij is dat hetzelfde als: ik gun mijzelf geen toekomst. Zelf voel ik mij kind en volwassene in het lichaam van een oudere vrouw.”

Louk

„Mijn vader Louk Hulsman was een invloedrijk strafrechtgeleerde. Hij wilde zijn eigen vakgebied afschaffen, omdat hij vond dat dader en slachtoffer samen moeten zoeken naar manieren om de schade te herstellen en genoegdoening te bieden. ‘Het strafrecht veroorzaakt onnodig veel leed’, zei hij altijd. Dat vond ik zo mooi aan mijn vader: zijn sociale bewogenheid. ‘Altijd in touw voor meer menselijkheid’, hebben wij boven zijn rouwadvertentie gezet.

„Van mijn vader heb ik geleerd vraagtekens te zetten bij dingen die voor de hand liggen. Als we tijdens schoolvakanties op een bordje ‘verboden toegang’ stuitten, stelde hij meteen voor op onderzoek uit te gaan. ‘Hoezó niet naar binnen’, riep hij dan. ‘Dat wil ik wel eens zien.’

„Hij was een volkomen autonoom denker. Dat blijkt ook uit zijn zelfgekozen levenseinde. Ernstig verzwakt door een hartaanval klom hij op een barre winterdag op zijn fiets en is heel hard gaan trappen, met de dood als gevolg. Hij was gevangene geworden van zijn lichaam, dat is geen leven. Ik vind het bewonderenswaardig dat iemand dat doet.”

Wietpas

„Als advocaat ben ik in de voetsporen van mijn vader getreden. Ik maak mij hard voor mensen die geen financiële middelen of mogelijkheden hebben. En ik verzet me tegen de oprukkende invloed van de Nederlandse staat. Zo begrijp ik niets van het plan om komend jaar een landelijke wietpas in te voeren. Nederlandse cannabisgebruikers registreren om te voorkomen dat toeristen naar coffeeshops gaan? Ik geloof er niets van. Wat gaat de overheid doen met al die gegevens? Wie verzekert mij dat cannabisgebruik straks niet in je gezondheidsdossier terechtkomt? Of in je strafdossier? Uit protest heb ik mij vorige maand ingeschreven in een coffeeshop in mijn woonplaats Dordrecht, waar het systeem al is ingevoerd.

„Nee, ik gebruik geen drugs, maar ik ben wel solidair. Voordat softdrugs gedoogd werden rende ik als tiener over straat met in aluminium verpakte bouillonblokjes. ‘Wat heb jij daar’, vroeg de politie. ‘Niks hoor.’ ‘Jawel, dat is cannabis!’ ‘Nee hoor, dat zijn bouillonblokjes.’ Met dat soort humor hoef je tegenwoordig niet meer aan te komen.”

Zorgpremie

„De nieuwe zorgverzekeringswet werd opgesteld vanuit de gedachte dat iedereen in Nederland verzekerd moet kunnen zijn. Wie geen verzekering heeft, ligt dwars. Maar wat als je je baan verliest, als je ziek wordt, als je lang moet wachten op je uitkering of last hebt van wanbetalers? Ik heb meerdere cliënten die op straat zijn beland doordat de zorgkosten hen boven het hoofd waren gegroeid. Als het College voor Zorgverzekeringen een boete oplegt, bestaat er geen mogelijkheid om een bezwaarschrift in te dienen. En reken maar dat een premieverhoging van 30 procent hard aankomt! Met collega-advocaten ga ik onderzoeken of wij een proces tegen de staat kunnen aanspannen.”

Parapenten

„Ik merk dat mensen soms ongemakkelijk van mij worden. ‘Wat heb jij een energie’, zeggen die. Toen ik na mijn ongeluk pleitte voor een veiliger verkeerssituatie in Dordrecht, kreeg ik veel boze reacties van winkeliers. Het ging zó ver dat een ambtenaar na een raadsvergadering opgelucht vaststelde dat ‘het maar goed was’ dat ik er zelf niet bij was. Sommige aanwezigen waren des duivels.

„Komt het doordat ik mensen een spiegel voorhoud? Dat is niet mijn bedoeling, maar het gebeurt wel. Na mijn rolstoelperiode – toen ik vanuit angst leefde omdat mijn lichaam mij van binnenuit aanviel – heb ik besloten: dat nooit meer. De angst voor een probleem is vaak groter dan het probleem zelf. En dus kun je er maar het beste faliekant tegenin gaan. Zo ben ik eens gaan parapenten (vliegen met een soort parachute) om een eind te maken aan mijn hoogtevrees. Het was eng, maar het hielp wel.”