Kunst heeft de schoonheid uit het oog verloren

Ooit was kunst een ambacht, en schoonheid de drijfveer. Nu niet meer. Pepijn Vloemans betreurt dit. Hij roept kunstenaars op zichzelf in ere te herstellen en al het lelijke, doodse en afgedankte in Nederland om te toveren in iets moois.

In De Nieuwe Rembrandt, een televisieprogramma over de „zoektocht naar aanstormend talent in de beeldende kunst”, zagen we afgelopen voorjaar jonge mensen in de weer met doeken en installaties om te voldoen aan de opdrachten van presentator Marc-Marie Huijbregts. Een van de kunstenaars had het plan opgevat over een schans te fietsen, waarna hij met verf neerstortte op een schilderdoek. Het resultaat moest „verstilde beweging” uitdrukken. Een andere deelnemer kraste gaten in een wit doek.

Het is onduidelijk of we hier te maken hebben met ernst of satire. Wel duidelijk is dat de geportretteerde kunstenaars als satire meer geslaagd zijn dan als kunstenaars. Het ontbreekt de deelnemers overigens niet aan ideeën of enthousiasme. Wat mij vooral trof, was het gebrek aan vaardigheden en het ondergeschikte belang van schoonheid. Dit is, denk ik, precies de reden waarom kunstenaars in Nederland al een paar jaar in het beklaagdenbankje zitten. De moderne kunstenaar is vergeten dat kunst een ambacht is.

Het is een legitiem tijdverdrijf om jezelf fietsend op een doek te storten. Het maken van video-installaties is dat ook. Conceptuele performances: idem dito. Waarom zou je jarenlang moeite doen om een schildertechniek onder de knie te krijgen als je ook een performance met een verhaal kunt verzinnen? Ik begrijp de aandrang, maar de kunstenaar in kwestie zal moeten begrijpen dat je zonder ambacht ook gauw zonder publiek eindigt.

De Nieuwe Rembrandt zal nooit een nieuwe Rembrandt opleveren. Het ontbreekt de kunstenaars aan een gevoel voor schoonheid.

Ergens in de twintigste eeuw heeft de curieuze gedachte postgevat dat kunst alleen geslaagd is als ze origineel is, tot denken aanzet of ‘een bespiegeling is op de wezenlijke vragen van deze tijd’. De moderne kunstenaar is zichzelf gaan zien als de verkondiger van een nieuwe wereld, als een denker, een apostel van de waarheid en verdediger der democratie. Denk hier aan het type- Ramsey Nasr. Schoonheid is voor hen een sentimentele maatstaf van het klootjesvolk. Voor de aanstormende moderne kunstenaars mag kunst geen smakelijk gerecht zijn dat iedereen lekker vindt. Kunst moet vooral gezond zijn, als een worteltjessalade. Als niemand de worteltjessalade wil eten, ligt dat aan de gebrekkige smaak van het publiek.

Toen de bezuinigingen op kunst en cultuur vorig jaar bekend werden, spraken de hierop volgende protesten boekdelen: een „mars der beschaving” en een „schreeuw om cultuur”. De kunstenaars hadden oog voor het onrecht dat hun en de beschaving werd aangedaan, maar niet voor de eenvoud en schoonheid van hun eigen verzet. Beschaving is een abstract woord. Schreeuwen is doorgaans onaangenaam om naar te luisteren. Waarom voerden de protesterende kunstenaars in plaats van een mars geen sierlijke dans der schoonheid op? Waarom hieven zij geen aria voor de cultuur aan? Neem het Sjællands Symfoniorkester. Dat verstopte zich onlangs in de metro van Kopenhagen en speelde uit het niets een suite van Peer Gynt. De oordopjes van de forenzen gingen uit. Op hun gezichten verschenen brede grijnzen.

Nieuwe Rembrandts, opgelet. Hierbij presenteer ik een nieuw plan de campagne voor deze zomer. De aanval is de beste verdediging. Deze zomer opent artistiek Nederland een charmeoffensief. Terwijl Nederland vakantie viert of naar de Spelen kijkt, rukken kunstenaars op naar de lelijkste plaatsen van Nederland, in een mars voor de schoonheid.

Het bestrijden van lelijkheid is ook een vorm van beschaving.

Het televisieprogramma De Slag om Nederland identificeerde eerder dit jaar ’s lands tien lelijkste plaatsen. Deze worden opgenomen in een hitlist waarmee de kunstenaarsbende op pad gaat. Als eerste is winkelcentrum Stokhorst in Enschede aan de beurt. Dit kwam uit de bus als de allerlelijkste plaats van Nederland. In een lange, aanzwellende mars naar Enschede verenigen de kunstenaars aller provincies zich. Daar aangekomen pakken zij het winkelcentrum Stokhorst in zoals kunstenaar Christo de Pont Neuf in Parijs inpakte.

Dit is het startschot voor een nationaal ontwaken uit een sluimer van lelijkheid. Ja, brommen we tegen elkaar bij de koffieautomaat als we zijn teruggekomen van vakantie, die kunstenaars hebben een punt. Na afloop van de sportzomer dringt de lelijkheid plots tot ons door. Waar lelijkheid is, zullen kunstenaars verschijnen. Graffitiartiesten beschilderen industrieterreinen en megastallen met frivole motieven. Aan het plafond van station Utrecht Centraal wordt ’s nachts, tijdens een spectaculaire guerrilla-actie, een enorm doek bevestigd dat de Sixtijnse Kapel doet verbleken. Snelwegwanden worden gedecoreerd met idyllische taferelen. Alle orkesten van Nederland reizen onafgebroken op alle trajecten door het land, om de mooiste, de ontroerendste kamermuziek uit de westerse muziekgeschiedenis ten gehore te brengen. Ze houden pas op als alle forenzen huilend van geluk hun eindbestemming hebben bereikt.

De reputatie van de Nederlandse kunstenaars groeit verder. Van graaiers uit de staatsruif worden zij iconen van verzet en van parasieten van de belastingbetaler tot guerrillastrijders tegen gruwelijke architectuur, rommelige landschappen en Orwelliaanse publieke ruimtes.

Zelfs na deze coup zijn zij nog niet tevreden. Met toegenomen zelfvertrouwen openen kunstenaarscollectieven winkelcentra. Daar lappen zij massaal tweedehandsobjecten – van kasten tot jassen en fietsen – met liefde en aandacht op tot unieke hebbedingen. Iedereen kan er oude spullen inleveren. Later zullen economen en geschiedkundigen vaststellen dat dit het begin van het einde was voor de milieu vervuilende consumptiecultuur van fast moving consumer goods uit China en India. Truien met een vlekje of banken met een pisvlek van de kat – alles wat vroeger op de vuilnisbelt belandde – worden omgetoverd tot unieke en gewilde objecten met geschiedenis en ziel. De kunstenaar werpt zich op als de avant-garde van de kringloopeconomie. Waar de kunstenaar verschijnt, wordt armoedig tweedehands opeens onversneden vintage. De kunstenaar heeft de commercie en ambachtelijkheid omarmd en tovert als een Midas alles wat hij aanraakt om in goud.

De publieke sympathie voor de kunsten groeit. Vanuit de samenleving, die in enthousiasme is ontbrand, klinkt een schreeuw om méér cultuur. Kunstsubsidies verdubbelen. Een netwerk van jeugdorkesten wordt opgericht, naar het model van het succesvolle Venezolaanse el sistema. Met dezelfde toewijding als in de voetballerij wordt in Nederland jeugdig muziektalent gescout en opgeleid. Nieuwe musea...

Sorry, ik was even aan het dagdromen. Deze zomer protesteren kunstenaars gewoon verder, ditmaal tegen het jongste advies van de Raad voor Cultuur. Ze zullen demonstraties organiseren en manifesten schrijven. Hierin vallen woorden als democratie en beschaving. Ze worden gehoord noch begrepen.

De nieuwe Rembrandt zal geen praatjesmaker zijn, maar een echte vakman.

Pepijn Vloemans is schrijver.