iShares versus ING: de banken ontmaskerd

Kunnen particuliere beleggers wel afgaan op openbare bronnen om de prestaties te vergelijken van trackers en actief beheerde beleggingsfondsen? Die vraag rijst na weken van gesprekken en correspondentie over het boek Ontmaskerd, waarin Peter van der Slikke de grote Nederlandse banken onder vuur neemt. Op basis van de vergelijkingssite Morningstar zet hij de prestaties van actief beheerde fondsen af tegen hun benchmarks, indices die representatief zijn voor de beleggingen van de fondsen. Veruit de meeste blijven daarbij achter. Zijn conclusie: particulieren kunnen beter beleggen in trackers, die volautomatisch via computerprogramma’s indices of mandjes onderliggende waarden volgen. De kosten zijn veel lager, de rendementen mede daardoor stabieler, met minder kans op forse verliezen.

ING, dat 15 miljard euro voor particulieren belegt in eigen ‘actieve’ fondsen, reageerde met twee argumenten. Eén: Morningstar doet geen recht aan onze eigen rekenmethodes, die de wet en de toezichthouders ons voorschrijven. Die leiden tot gunstiger resultaten voor ING. Probleem één: de complexe ING-manier van rekenen is voor de particulier niet te hanteren. Tweede argument was dat Van der Slikke appels – actief beheerde fondsen – vergelijkt met peren – indices. Hij had ze moeten afzetten tegen vergelijkbare trackers. Probleem twee: ING hanteert die indices zelf als benchmarks. Waarom zouden Van der Slikke, particuliere beleggers en deze columnist dat dan niet óók mogen doen?

Maar goed. ING vergeleek drie eigen fondsen in wereldwijde aandelen over de periode 2006-2011 met de MSCI World en met de populaire iShares-tracker op die index. Volgens ING behaalden de fondsen cumulatieve rendementen van 12, bijna 20 en 37 procent, tegen 14,7 procent voor de index en 6,5 procent voor iShares. De conclusie van ING: „De meeste van onze fondsen presteren gemiddeld beter dan de trackers waarmee je ze het beste kunt vergelijken.”

Nu klom iShares in de pen: ING heeft vermoedelijk de verkeerde MSCI-index gebruikt. De iShares MSCI World blijft niet 8,22 procent, maar doorgaans zo’n 0,15 procent achter bij zijn benchmark – een reflectie van de lage kosten. Ook iShares oppert een eigen rekenmethode als tweede verklaring voor het verschil. iShares berekent het rendement van zijn trackers op basis van net asset value (NAV): de waarde van de onderliggende beleggingen minus alle kosten. Misschien doet Morningstar dat niet?

Het wordt nog ingewikkelder. Morningstar heeft een functie om de iShares MSCI World te vergelijken met de drie fondsen die ING in haar eigen vergelijking met iShares gebruikte. Die levert minimale verschillen in rendement op. Soms doet iShares het zelfs ietsje beter.

Particulier, laat je niet gek maken: stick to Morningstar.