In Sherwood wisten ze al dat hij hard kon lopen

Dit weekend is het eindelijk de beurt aan de Jamaicaanse steratleet Usain Bolt. Alhoewel hij zelden nog in zijn geboortedorp Sherwood komt, heeft hij een beetje Sherwood in zijn team en naar hoofdstad Kingston gebracht.

Usain Bolt is een bijzonder mens. Maar ook een goed mens. Als een meisje van een jaar of tien in een opzichtige roze jurk hem bij de trainingsbaan leunend tegen zijn peperdure auto ziet staan, roept ze vanachter het hoge hek: „Ben jij Usain Bolt? Jaah! Oh, mag ik dan een handtekening?” ’s Werelds snelste sprinter onderbreekt het gesprek met de Franse manager Pascal Rolling van hoofdsponsor Puma en sjokt naar het hek dat nieuwsgierigen op afstand moet houden. Bolt geeft een krabbel, dolt wat met het meisje en poseert gewillig als haar moeder een foto maakt. Waarna hij terugsjokt en de zaken hervat.

Zo is Usain St. Leo Bolt (25). Nergens te groot voor. Het resultaat van zijn opvoeding in de eenvoud van Sherwood Content, een paradijselijk vlekje in de regio Trelawny, in het noordwesten van Jamaica. Prachtig, als je carrière als atleet wilt maken, maar vergeet niet waar je vandaan komt, hebben moeder Jennifer en vader Wellesley hem altijd voorgehouden. Een Bolt verbeeldt zich niets, ook al is hij succesvol. Prima, die verhuizing naar Kingston, maar wel normaal blijven doen. Zo ongeveer luidde hun boodschap acht jaar geleden bij Bolts vertrek uit de idylle.

Kingston versus Sherwood, een groter contrast is nauwelijks denkbaar. De Jamaicaanse hoofdstad bruist en is een levenslustig oord, maar met gitzwarte rafelranden. In Kingston gaat kapitalistische wellust gepaard met crimineel minimalisme. Kom daar in Sherwood maar eens om. In die tropische omgeving kabbelt het leven voort. Verscholen in het heuvelachtige groen wonen zo’n drieduizend mensen. Ons kent ons in Sherwood.

Wie wilde vóór de Spelen in Peking in 2008 naar Sherwood? Vrijwel niemand. Alleen al de kronkelende weg er naartoe met vele gaten ontmoedigde de reiziger. Dankzij Bolts drie gouden medailles is het gebied ontsloten. Nu willen belangstellenden uit heel de wereld zien waar The Fastest Man In The World is geboren. Prettig neveneffect van die toeloop: de weg naar Sherwood is geasfalteerd.

Nu nog een waterleiding. De pijpen zijn gelegd, maar een storing in het pompstation voorkomt al maanden de toevoer. Net zoals in Bolts jeugd wordt drinkwater met tankwagens aangevoerd.

Onder een boom in haar tuin laat Bolts tante Lilly demonstratief haar watermeter zien. Allemaal nullen. „Geen druppel geleverd. Maar de watermeter is wel afgesloten wegens achterstallige betaling.” Tante Lilly kan er om lachen. Ook dat is Sherwood. Ooit zal het wel goed komen, denkt ze. No problem is tenslotte het motto van de Jamaicaan.

Tante Lilly is een van de sociale ankers in Sherwood. Zij runt Lilly’s Bar and Shop, een eenvoudig optrekje dat dienst doet als winkel en café. Vooral een trefpunt voor de jeugd. Overdag spelen de jongens aan de pooltafel en kijken de meisjes in een hoekje naar films op de televisie. Later op de dag vermengen ze zich, zoals overal ter wereld. Bolt kwam vaak bij tante Lilly, wier café hij van en naar school passeerde. Vooral om varkensvlees (jerk pork) te eten – dat mocht zijn moeder als Zevende-dags Adventist niet bereiden.

Goeie jongen die Usain, zegt tante Lilly al zweetdruppels deppend onder een boom. Maar dat hij een wereldberoemde sprinter zou worden, had ze niet verwacht. „Hij kon hard lopen, dat wisten we, maar we namen dat niet serieus. Hij liep voor zijn plezier, meende we. Zo gaat dat in Sherwood. Je moet lopend naar school. En veel kinderen doen dat rennend. Trouwens, ik kon ook erg hard lopen. Ze noemden me Miss Lilly The Zoom.” Ze kijkt er veelbetekenend bij; kennelijk om het ongeloof vanwege haar gezette postuur te ontkrachten.

Een paar huizen verderop is het optrekje van de Bolts. Een ruim huis met veranda in zachte tinten. En met een fenomenaal uitzicht. Maar ommuurd, als enige woning in Sherwood. Dat is de prijs die pa en ma Bolt voor het succes van hun oudste zoon – Usain heeft een oudere halfzus (Christine) en een jongere halfbroer (Sadiki) – moeten betalen. „Vroeger kon je zo doorlopen”, vertelt moeder Jennifer. „Maar vanwege de grote belangstelling zouden we dan onze privacy kwijt zijn. Bovendien is het te gevaarlijk. Veel mensen denken dat we rijk zijn. Nee, dat is niet zo. Usain is rijk. En wij willen niet op zijn zak leven. Dankzij hem hebben we ons huis kunnen uitbreiden en de afscheiding kunnen bouwen, meer niet. Nee, we verhuizen niet naar Kingston. Dat hebben we Usain steeds verteld. We blijven tot onze dood in Sherwood.”

Usain heeft een plattelandsjeugd gehad, vertelt Jennifer, die geen idee heeft wat de naam van haar beroemde zoon betekent. „Daar dachten we niet over na. Komt uit het Arabisch, is me ooit verteld. Wij hebben Usain zo genoemd omdat een buurjongetje dat tijdens mijn zwangerschap suggereerde. Ik vond het een mooie, korte, krachtige naam. Vandaar.”

Als kind was Bolt als alle dorpskinderen: speels en energiek. Hij viel niet op. Of het zou door zijn lengte moeten zijn geweest. Hij was altijd groter dan zijn leeftijdsgenoten. „Usain was een makkelijk kind, dat zich met een goed gesprek liet corrigeren”, zegt moeder Jennifer. „Ik verwachtte dat hij verder zou gaan als cricketer. Daar was hij goed in. Maar een onderwijzer van de basisschool adviseerde hem voor atletiek te kiezen, waarna hij met een sportbeurs op de William Knibb High School in het nabijgelegen Martha Brae kon komen. Zo is het begonnen. Pas toen Usain in 2002 op de 200 meter wereldkampioen bij de junioren werd, besefte ik dat hij wel eens een goede sprinter kon worden.”

Bolt komt nog zelden in Sherwood, dat op meer dan drie uur rijden van Kingston ligt. Alleen met Kerst, dan bezoekt de sprinter steevast zijn ouderlijk huis. Tot vreugde van de dorpelingen, die hun held dan traditiegetrouw gedag komen zeggen. Om hem voor de rest van zijn verblijf met rust te laten.

Maar de geest van Bolt waart altijd rond in Sherwood. Bijvoorbeeld in het paars geverfde kruidenierswinkeltje van zijn vader, waar velen een praatje komen maken. Maar vooral in kleuterschool Piedmont en basisschool Waldensia, waar Bolt in bijna elk klaslokaal wordt geëerd met posters met zijn afbeelding. Sheron Seivwright wijst in de kleuterschool naar een muur die behangen is met foto’s en artikelen over de sprinter. Our Hero, staat erboven. De kleuterjuf heeft Usain nog in de klas gehad en vertelt trots dat de school is geverfd en van nieuw meubilair is voorzien op kosten van de olympisch en wereldkampioen. „En soms komt hij op bezoek”, vertelt Seivwright. „Moet je de kinderen zien; die klimmen in hem. Prachtig vinden ze dat.”

In Kingston, aan het eind van een steil aflopende, doodlopende weg in de villawijk Norbrook hangt een beetje de sfeer van Sherwood. Aan de rand van een weelderig begroeide golfbaan, in een prachtig huis met zwembad, woont Bolt, samen met zijn broer Sadiki en persoonlijke assistent Nugent Walker Junior, die zich officieel presenteert als de executive manager van Bolt. NJ wordt hij genoemd. Zoals iedereen in Sherwood een bijnaam heeft. Bolt gaat daar door het leven als VJ, al weet niemand waar die afkorting vandaan komt. Bolts moeder Jennifer heet Jen-Jen en pa Wellesley wordt kortweg Gideon genoemd.

NJ is momenteel de belangrijkste man in Bolts leven. Hij is de toegangsdeur tot de sprinter. Iedereen die wat van Bolt wil, krijgt met NJ te maken. „Ik filter alle verzoeken”, zegt NJ, die al vanaf de schooltijd Bolts beste vriend is. „Na ‘Peking’ kwam er zoveel op Usain af, dat hij zei: ‘Ik wil dat jij mijn rechterhand wordt. Jij kent mij het best en ik vertrouw je.’”

En aldus geschiedde. De tot geschiedenisleraar opgeleide NJ – „ik heb alleen nooit voor de klas gestaan” – is dat klusje wel toevertrouwd. Hij is het prototype van een intelligente, moderne, snelle jongen die met kennis en flair de zaken rond Bolt regelt. „Het heeft even geduurd, maar nu hebben we een structuur ontwikkeld waarin ieders rol duidelijk is. Bolt staat aan de top van de piramide. Daaronder mijn persoontje, daar weer onder zijn trainer Glen Mills en vervolgens zijn manager Ricky Simms, de medische staf, de uitgever en de webdesigner. Gezamenlijk zijn onze activiteiten ondergebracht in de firma UB Management Limited.”

Hoe invloedrijk ook, over het technisch programma van Bolt heeft NJ niets te zeggen. Ook Bolt zelf trouwens heel weinig. Dat wordt bepaald door trainer Mills, een kale man met een grote reputatie. Mills heeft Bolt grootgemaakt, nadat de atleet in 2004 had gebroken met Fitz Coleman. Bij die trainer had Bolt voortdurend last van zijn hamstrings. Op gezag van Mills liet Bolt zich onderzoeken door de Duitse arts Hans Müller-Wohlfahrt, clubarts van Bayern München. Die ontdekte een aangeboren kromming van zijn wervelkolom (scoliose). Pas nadat zowel het schoeisel als de fysiologische behandeling was aangepast, kon Bolt zich wijden aan de succesvolle trainingsprogramma’s van Mills. De rest is geschiedenis.

Mills heeft het niet zo op verslaggevers. Hij laat zich incidenteel interviewen. Tijdens een telefonische persconferentie zei hij onlangs dat Bolt zich nog kan verbeteren, ook al staan zijn wereldrecord op de 100 en 200 meter uitermate scherp. Mills: „Bolt is geen snelle starter. Daar is nog winst te halen. Dat geldt voor zowel de 100 als 200 meter. Het zal moeilijk worden tijdens de Spelen, maar als de omstandigheden in Londen ideaal zijn, sluit ik een tijd in de 9,40 op de 100 meter niet uit. Als iemand het kan, is Bolt het.”

De valse start op de WK in Deagu, waardoor Bolt vorig jaar de wereldtitel verspeelde aan zijn land- en clubgenoot Yohan Blake, doet Mills af als een incident. „Het heeft hem geleerd om nog sterker te focussen. Daar is hij zich met het oog op de Spelen sterk van bewust.”

De basis van Bolts snelheidsexplosies ligt op de atletiekbaan van zijn Racers Track Club op het terrein van de West Indies Universiteit. ’s Ochtends voor zonsopgang en ’s middags rond vieren melden zich tientallen atleten voor hun training op de helblauwe baan, een persoonlijk cadeau van de Duitse fabrikant aan Bolt nadat hij tijdens de WK in Berlijn (2009) zijn wereldrecords van Peking scherper had gesteld. De baan is in delen per container naar Jamaica vervoerd.

Heerlijke baan volgens de atleten, die overigens maar de helft gebruiken, want Jamaicaanse atleten hebben een uitgesproken voorkeur voor de sprintnummers. Past bij hun fysiologie, maar ook bij hun easy going-cultuur. En voor sommigen bij hun natuurlijke luiheid. Tot die laatste categorie behoort ook Bolt, geeft hij onomwonden toe in zijn biografie Usain Bolt My Story. „Daarom klikt het ook met Mills. Hij begrijpt mijn gemakzucht. Hij wordt niet boos als ik een keer niet kom opdagen voor een training. Hij belt een dag later om de reden aan te horen en maakt er verder geen punt van.”

Tijdens een middagtraining begin mei spant Bolt zich inderdaad niet overmatig in. Hij komt wat laat, laat zijn spieren kneden door zijn vaste masseur Eddie en trekt na een warming-up intensief en geconcentreerd een aantal sprints van 100 en 200 meter. In zijn prachtige stijl is hij steeds de snelste; zijn tegenstanders puffend achter zich latend. De kampioen verlaat na een half uurtje grappend de baan, laat zich weer masseren en onderhoudt zich lange tijd met Puma-manager Rolling. Voor diens terugkeer naar Europa moeten er nog wel zaken gedaan worden.

Grote zaken, want Bolt is wereldwijd hét gezicht van Puma. Hij zou in 2010 een vierjarig contract à 30 miljoen dollar hebben getekend. Rolling bevestigt die deal niet – omdat Puma over de inhoud van contracten nooit mededelingen doet. „Maar welk bedrag het ook is, Bolt is het meer dan waard”, zegt Rolling, die tien jaar geleden de sprinter contracteerde. „Een loyaal en fijn mens. En al die jaren niet veranderd. Bolt is nog steeds down to earth.”

Bolt sluit, net als alle andere Jamaicaanse atleten, aan bij de bedrijfsfilosofie van Puma. Waar Afrikaanse atleten veelal charisma missen – Puma heeft zich helemaal uit het continent teruggetrokken – hebben de Jamaicanen de uitstraling waarnaar de sportartikelenfirma op zoek is. Rolling: „Wij willen sport en lifestyle combineren. Dan moet je op Jamaica zijn met zijn sport- en muziekcultuur. Die gevoelens appelleren aan de belevingswereld van jongeren. En Bolt speelt daarin een prominente rol. Ten tijde van ‘Peking’ hebben we alleen al voor 250 miljoen euro aan exposure gehad.”

Maar was het geluk of inzicht toen Rolling tien jaar geleden Bolt vastlegde? Hij lacht besmuikt en zegt: „Ik kon destijds niet weten dat we een wereldster contracteerden. Ons geluk was dat Usain opstond. Maar mijn instinct bracht me wel op het juiste moment naar Jamaica om hem te contracteren. Of hij ooit te groot wordt voor Puma? Nee, natuurlijk niet. Bolt is al héél groot. Groter kan niet.”