Het is gewoon weer een race voor Dorian

Het goud kan Dorian van Rijsselberghe bijna niet meer ontgaan. Het gaat ’m om het plezier, zeggen zijn ouders in Weymouth, niet om de keiharde competitie.

Dorian van Rijsselberghe is geen zwoeger, zegt zijn moeder. „Hij kan het ook lekker rustig aan doen.” Foto Reuters

Natuurlijk kan Dorian komen lunchen. „Wat wil je, zal ik scrambled eggs maken?”, vraagt Geertje van Rijsselberghe aan haar zoon. Hij wandelt net binnen in de Bed & Breakfast waar zijn ouders logeren tijdens de olympische regatta, hoog boven de baai van Portland en Weymouth. De windsurfer zelf bivakkeert met zijn collega’s van de Nederlandse zeilploeg een paar villa’s verderop aan de lommerrijke Old Castle Road. O ja, Zac Plavsic, zijn maatje, en concurrent, uit Canada, schuift ook aan.

Beneden glinstert een baai vol met boten. Ronkende helikopters hangen laag boven het water. Duizenden toeschouwers klauteren over de rotsen. Het decor is overweldigend, maar de windsurfer van wie Nederland niets minder dan goud verwacht, lacht nog steeds. Alsof het geen vat op hem krijgt.

Integendeel: Dorian van Rijsselberghe (23) kent een bijna volmaakte start bij zijn eerste Spelen. Het dragen van de Nederlandse vlag, tijdens de openingsceremonie in het Olympisch Stadion in Londen, inspireerde hem. Op het water dat hij bijna zo goed kent als de Noordzee bij Paal 17, thuis op Texel, won hij vier van zijn eerste zes races, met een derde plaats als slechtste resultaat. Het bezorgde hem halverwege zijn olympische missie al een straatlengte voorsprong op de rest van het veld.

„Voor Dorian is het een wedstrijd als alle andere”, zegt zijn moeder. „Hij zegt: het is net een World Cup. Andere mensen scheppen die hoge verwachtingen van hem. Zelf heeft hij daar geen last van.”

Ze zijn in Weymouth weer met z’n vieren bij elkaar, net als vroeger op Texel. Op zondagochtend nam vader Mark, zelf een surffanaat, zijn vrouw en zoons Adriaan en Dorian mee naar de Waddenkust van het eiland. De golven waren daar rustig genoeg voor de jongens die het spel nog moesten leren. Mark pakte dan zijn surfplank, Adriaan en Dorian kregen een kano of een boardje. Totdat ze groot genoeg waren om zelf te surfen. Toen Dorian eenmaal kon surfen, schikte vader Mark zich snel in zijn lot. Hij wilde de twee talenten graag beter maken. „Dan legde ik wedstrijdbaantjes aan, zodat ze tegen elkaar konden racen”, zegt Mark. „Wie het eerste bij de boei was.” Meestal won Adriaan, de oudste van de twee. Hij werd later Nederlands kampioen slalomsurfen.

Zelf hadden de jongens nooit het gevoel dat ze werden getraind door hun vader. „Zo zag ik het niet”, zei Dorian drie jaar geleden in deze krant. „Het was superrelaxed, het ging altijd om het plezier, niet om keiharde competitie.”

Twee kinderen van de zee, ravottend op de golven. „Daar heeft Dorian zijn liefde voor het water opgedaan”, zegt moeder Geertje. „Als hij nu thuiskomt, na een paar maanden buitenland, banjert hij altijd eerst even over het erf. En dan hoor ik ineens: ‘Bye ma!’ Dan gaat ie naar Paal 17. Kiten of surfen.” Meestal had hij, voordat hij het vliegtuig terug naar Nederland had genomen, al op internet gekeken welke golfhoogtes hij op de Noordzee kon verwachten. Vechten met de elementen is nooit werk voor Dorian van Rijsselberghe.

Dat plezier zag Casper Bouman, wereldkampioen windsurfen in 2006, al bij zijn jongere collega toen hij nog junior was. Vier jaar geleden, in de aanloop naar de Spelen van Peking, waren ze trainingspartners. „Dorian stond altijd met een glimlach op de plank, was altijd aan het springen op de golven”, zegt Bouman in het olympisch dorp in Weymouth. „Lol maken, spelen met water, wind en golven maken je een betere windsurfer. Dorian leeft voor de watersport, of het nou windsurfen of kiten of golfsurfen is. Echt een liefhebber.”

Tienduizenden kilometers reed het gezin door Nederland en Europa, op weg naar wedstrijden voor de jongens. Maar Texel blijft thuis voor hen. De jongens werden groot op de biologisch-dynamische boerderij die hun vader in 1979 had opgezet, een gemengd bedrijf met koeien en akkerbouw. Ze maakten als een van de eerste boerderijen in Nederland kwark, tot zesduizend potten per week, kruidenkaas en kruidenboter. „Dorian zat altijd in de stal, bij de koeien en de stier”, zegt Geertje.

Op het eiland bleek hij zich moeiteloos aan te kunnen passen aan het leven van een jeugdige sporter met ambitie. Natuurlijk ging hij mee, met zijn vrienden naar de kroeg. Maar drinken deed hij nooit. „Heel Texel weet dat ze altijd een bob hebben: Dorian”, zegt Mark over zijn zoon. „Hij heeft heel dronken Texel rondgereden. Maar Dorian kan ook verschrikkelijk uit zijn dak gaan. Dan staat ie op de bar te dansen.”

Maar gezond eten werd hem op de boerderij – letterlijk – met de paplepel ingegoten. Nog altijd eet Dorian, als dat mogelijk is, biologisch-dynamisch voedsel. Geertje: „Voedsel zonder additieven, dat is het beste voor zijn lichaam. Vooral tijdens trainingen en toernooien. Dorian staat misschien bij veel mensen bekend als een vrolijke flierefluiter, maar hij is ook heel serieus. Hij zorgt goed voor zichzelf.”

Ook Mark ziet regelmatig de andere kant van zijn zoon. „We hebben wel eens gezien dat hij na een training kotsend van het water kwam, van vermoeidheid. Dat is niet leuk, maar dan zegt hij: ‘Daar zat dus mijn grens.’ Dan weet hij dat hij die grens weer iets moet verleggen. Waar anderen misschien stoppen, is Dorian niet bang om dat te doen.”

Geertje: „Maar hij is geen zwoeger. Je hebt ook windsurfers die op een vrije dag als deze gaan trainen. Die voelen zich schuldig als ze een dag niks doen. Dorian kan het lekker rustig aan doen. Hij gaat even fietsen of rondkijken in het olympisch dorp. Of hij komt even bij ons langs.”

Zo’n ontspannen houding is vaak het handelsmerk van de ware kampioen. In maart van dit jaar verloor hij in Cadiz zijn wereldtitel, mede omdat hij werd overvaren door een uit de koers geraakte surfster. „Dan vloekt hij drie keer, maar dan is het ook voorbij”, zegt Adriaan. „Hij blijft daar niet mee zitten. Dat is alleen maar negatieve energie. Hij gebruikt zo’n incident ook niet als excuus. Hij zoekt nooit excuses.”

Misschien hoort het wel bij de wondere wereld van de windsurfers. „Als we maar lekker genieten, daar gaat het om”, zegt Dorian dan. Hij geniet van die subcultuur die drijft op vriendschappen. Trainen met je concurrenten, eten, mountainbiken of skiën – waarom niet?

Toen bij diezelfde WK in Cadiz de medal race werd afgelast wegens een storm, organiseerden Van Rijsselberghes coach, de Nieuw-Zeelander Aaron McIntosh, zelf een wedstrijd speedsurfen, voor degenen die juist met dat weer de zee op wilden. Adriaan: „Bijna alle surfers deden mee. Degenen die durfden. Komt Dorian even later de kroeg binnen: ‘Yeah! Toch nog gewonnen’.”

Van Texel naar Weymouth – de familie heeft het goed voor elkaar. Op het terras hebben ze twee imposante telescopen opgesteld. „Lisa en Lobke liggen eerste”, zegt Adriaan, turend door de lens. Zaterdag mag Dorian weer het water op. Ze zullen geen gijp van hem missen.